Minister zet plan voor databank met namen van ‘topvrouwen’ door

Minister Bussemaker negeert de Kamer en zet haar database van vrouwen voor topfuncties door. Anders is alsnog een vrouwenquotum nodig.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (PvdA) gaat toch door met haar database van vrouwen die geschikt zijn voor topfuncties. Ze heeft daarmee lak aan de Tweede Kamer die eist dat de lijst verdwijnt.

Vorige week nam de Kamer een motie aan van de VVD, die vindt dat een dergelijke databank concurrentievervalsend werkt. Bovendien zouden wervings- en selectiebureaus het werk al doen. Maar daar is Bussemaker het niet mee eens. Als er niet buiten de gebaande paden wordt gedacht, verandert er nooit iets, zo laat zij vandaag in een brief aan de Kamer weten.

Bovendien denkt Bussemaker dat de motie op een misverstand is gebaseerd. Ze legt uit dat de overheid geen rekruteerder is en dat de database alleen inzichtelijk moet maken hoeveel en welke vrouwen in aanmerking zouden kunnen komen voor topposities. Zodat er een einde komt aan de discussie of er überhaupt wel genoeg vrouwen zijn voor zulke functies. Want volgens Bussemaker zijn er nog steeds bedrijven die zeggen dat ze de topvrouwen niet kunnen vinden. „En de topvrouwen geven juist weer aan dat ze niet worden benaderd.”

Wervingsbureaus die toezeggen op hun groslijst van kandidaten zeker 50 procent vrouwen te zetten, krijgen toegang tot het bestand met namen. De databank is volgens Bussemaker een laatste poging om een vrouwenquotum te voorkomen. In de wet staat nu dat Nederland streeft naar minimaal 30 procent aan vrouwelijke topbestuurders. In werkelijkheid ligt dat percentage veel lager; in de raden van bestuur is slechts 9 procent vrouw, in de raden van commissarissen 11 procent.

Eind vorig jaar kondigde Bussemaker de database aan samen met werkgeversorganisatie VNO-NCW. In vier maanden tijd meldden zich 700 vrouwen aan die ‘board ready’ zijn. Jaarlijks zijn er zo’n 150 bestuurswisselingen in de top van Nederlandse bedrijven. Een mix van mannen én vrouwen is hier volgens Bussemaker belangrijk omdat een organisatie daar „vitaal, creatief en duurzaam” van wordt.