Koenders wil lidstaten EU op hun zwakten aanspreken: ambitieus

Koenders wil geen taboe meer op de zwakten van EU-lidstaten, denkt Adriaan Schout.

Minister Bert Koenders heeft kortgeleden als opvolger van Frans Timmermans op Buitenlandse Zaken ‘zijn’ Europese geloofsbrieven afgegeven. Zijn speech toont een minister groot geworden in ontwikkelingssamenwerking die het belang kent van goed bestuur. Landen moeten vooral eerst zelf hun economische en politieke broek kunnen ophouden. De boodschap van Koenders is dat Europese integratie moet verschuiven van ‘steeds meer Europa’ naar ‘eerst zorgen voor volwassen lidstaten’. De lidstaten moeten elkaar aanspreken.

Abstracte opmerkingen over het belang van lidstaten zijn niets nieuws, maar concreet hebben lidstaten elkaars zwaktes altijd beleefd omzeild. Koenders wil nu zelf serieus werk maken van zwakke overheden en stelt onomwonden dat Hongarije onder Orban afglijdt. Hij wil dat nationale overheden elkaar kritisch en openlijk de maat nemen. Nieuw is ook dat een Nederlandse minister zegt dat wijzelf niet ontzien mogen worden en hij roemt de internationale kritiek op de hypotheekrenteaftrek die hier uiteindelijk toch effect heeft gehad. „Politieke pijn is geen excuus voor dralen”. Deze minister doorbreekt hiermee Europese vrijblijvendheid.

Koenders wijst simplistische federalistische visioenen af. Door agendering van de zwaktes van lidstaten kan de trend naar onnodige en onwerkbare Europese regeringsvorming en centralisatie worden omgebogen.

Er volgden weinig reacties uit Nederland noch uit elders in de EU. Het gevaar is dat de strijd niet wordt erkend tussen versterking van lidstaten versus Europese centralisatie. Nederland heeft veel te verliezen, omdat veel lidstaten en de EU-instellingen hopen op centralisatiestappen, Europese budgetten en flexibele Europese regels. Als lidstaten hun eigen broek niet kunnen ophouden, moet de EU inspringen met extra budgetten en een centraal ministerie van financiën. Echter: Koenders gelooft niet dat Europa sterk kan zijn als de lidstaten zelf achterblijven. De lauwe reacties geven Koenders’ eerste uitdaging aan: overtuigingskracht. Hij moet goed bestuur als Europees thema uitwerken. Koenders heeft een boodschap, maar heeft hij ook de stijl die bij zijn verhaal past? Zijn EU-visie is veelomvattend, voorzichtig geformuleerd en mist oneliners. Koenders staat daarmee qua inhoud en stijl tegenover Juncker en Draghi.

Hij lijkt de gentleman-diplomaat die weet dat na de harde toon van minister De Jager en na Camerons onverzoenlijkheid, Nederland moet balanceren om nog gesprekspartner te zijn in de EU. Eén foute oneliner en Nederland staat aan de zijlijn.

Koenders moet op eieren lopen, omdat een Nederlands verhaal in de EU bij voorbaat verdacht gevonden wordt. Zijn voorganger Rosenthal benadrukte dat de EU pas op de plaats moest maken. Vervolgens kwam Timmermans met zijn subsidiariteitsagenda die gezien werd als de Nederlandse handrem op Europese integratie. De lidstaat-agenda is innovatief, maar makkelijk verkeerd uit te leggen en ligt gevoelig. Als Koenders slaagt, heeft hij een nieuwe agenda afgedwongen als voorwaarde voor verdere Europese samenwerking.

Als Koenders faalt, heeft Nederland in de ogen van onze Europese partners het zoveelste anti-federale geluid laten klinken voor de bühne thuis. Nederland heeft met deze visie de lat hoog gelegd voor zichzelf. De Europese diplomatie vereist een fluwelen voorkant met hoffelijk taalgebruik met de berekenende achterkant van de straatvechter. Met Koenders’ Europese aftrap moet de Nederlandse diplomatie nu bewijzen dat zij sluw genoeg is om het taboe van zwakke overheden aangepakt te krijgen.