Bank

Mijn Indiase cursist heeft veel moeite met de uitspraak van de Nederlandse klank ‘ng’. Hij heeft het over „een dikke wank”, „de rinkvinker” en „lonkkanker”.

Ik leer hem de ‘ng’ nasaal te zingen, als de mantra van een boeddhist. Hij oefent veel thuis en na twee weken is het wonder geschied. Hij spreekt het hele rijtje foutloos uit: ringen, vangen, long, ding, zingen, hangen, lang, mengen, kreng. Ik gloei van trots en prijs hem de hemel in. Hij is zichtbaar opgelucht en bekent dan: „Ik was al bank dat het niet zou lukken.”