Hoofddoekjes en petjes

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Van de ombudsman kreeg ik een lezersvraag doorgespeeld over het woord hoofddoekje. „Regelmatig zie ik in de pers”, aldus de lezer, „het woord hoofddoekje voor de dracht van moslima’s, zelfs in de NRC. Dat stoort me, het is onjuist en op zijn minst onbeleefd. Een verkleinwoord duidt op iets kleins, waarvan er een grotere versie bestaat. Ten onrechte gebruik van het verkleinwoord heeft een kleinerende, nare smaak. Het betreft hier een omvangrijk kledingstuk en ik ben benieuwd hoe gebruikers van dit woord zich die grote versie dan voorstellen.”

In de eerste plaats moeten we vaststellen dat de verkleinvorm inderdaad geregeld opduikt in NRC Handelsblad. Sinds 1 januari 2014 is het woord hoofddoekje(s) 48 keer in deze krant gebruikt en hoofddoek 165 keer (in enkelvoud en meervoud). Wel is het gebruik van de verkleinvorm, in vergelijking met tien jaar geleden, aan het afnemen.

Een andere vraag is of de verkleinvorm feitelijk onjuist is, omdat het een omvangrijk kledingstuk betreft. Ik heb dit aan enkele hoofddoekdragende moslima’s voorgelegd. Zij bleken een onderscheid te maken tussen een „halve hoofddoek” (die alleen het haar bedekt), een „gewone hoofddoek” (die ook de hals en een deel van de schouders bedekt) en de hijab – een grote hoofddoek die tevens een flink deel van het bovenlichaam bedekt. Een van de vrouwen aan wie ik dit vroeg, bleek overigens geen hoofddoek, maar een sjaal te dragen. „Daar maak ik zelf een hoofddoek van.”

Kortom: je hebt grote en kleine hoofddoeken, dus feitelijk is het niet onjuist om een kleine een hoofddoekje te noemen – of die nu door een moslima, een joodse vrouw, een Zeeuwse boerin of door wie dan ook wordt gedragen. Zo heb je ook hoeden en hoedjes, petten en petjes, sjaals en sjaaltjes.

Maar het punt dat de lezer wil maken is natuurlijk dat alle hoofddoeken van moslima’s in de media hoofddoekjes worden genoemd – ongeacht hun formaat – en dat dit kleinerend en onbeleefd zou zijn.

De moslima’s aan wie ik dit voorlegde voelden dit niet zo. Op de site maroc.nl komt het woord hoofddoekje(s) bijna 200 keer voor (tegen ruim 7.000 vindplaatsen voor hoofddoek). Ik heb niet alle posts gelezen, maar ik heb er geen kunnen vinden waarin de verkleinvorm van hoofddoek als beledigend wordt beschouwd.

Voor kranten doet dit er echter niet toe. De verkleinvorm kan de gevoelswaarde van een woord inderdaad sterk veranderen. Een krant is totaal iets anders dan een krantje. Een man met een pet is niet hetzelfde als een mannetje met een petje. Zeker tot 1965 gebruikten kranten onbekommerd het woord joodje – nu zou dat een rel opleveren.

Hoofddoekje is inmiddels zo ingeburgerd dat de meeste mensen dit niet als neerbuigend zullen ervaren. Maar als die verkleinvorm geen functie heeft kun je hem wat mij betreft in algemene, neutrale krantenberichten beter niet gebruiken. Soms is de verkleinvorm overigens wel degelijk functioneel, zoals blijkt uit een vraaggesprek dat deze krant in 2014 had met Lamyae Aharouay. „Ik heb wel eens aan mensen gevraagd”, zei zij, „wat ze zien als ik voor ze sta: een hoofddoekje of een vrouw die tegen je praat? Mensen antwoorden dan eerlijk: een hoofddoekje. Daar begint het dus mee.”