Had gewoon even gewacht

Met de ontruiming van het Maagdenhuis is het universiteitsbestuur zijn goodwill kwijtgeraakt. Tijd voor een nieuw College van Bestuur, schrijven meer dan 100 UvA-hoogleraren en docenten.

Foto Evert Elzinga / ANP

En zo eindigde de bezetting van het Maagdenhuis afgelopen zaterdag zoals zij was begonnen: met een bestuurlijke blunder van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Op 24 februari kwam een einde aan de bezetting van het Bungehuis nadat de bestuurders van de UvA zich van hun meest regenteske kant hadden laten zien. Een juridische sommatie om het gebouw te verlaten en een dwangsom van een ton voor iedere student die zich daar niet aan hield. In reactie bezetten de studenten het Maagdenhuis, de bestuurszetel van de universiteit.

Vanaf dat moment werd een lokaal conflict over bezuinigingen op de letterenfaculteit een universiteitsbrede beweging, tégen de top-down bestuurscultuur, vóór democratische vernieuwing. En toen de voorzitter van het College van Bestuur op schrille toon eiste dat de studenten ‘haar gebouw’ terstond dienden te verlaten, distantieerde vrijwel de gehele publieke opinie – van Telegraaf-hoofdredacteur Sjuul Paradijs tot en met minister Bussemaker – zich van dit bestuur.

De zes weken die zijn verstreken moeten vanuit het perspectief van het College van Bestuur een ware gang naar Canossa zijn geweest. Waar men ook kwam, ontmoette men scepsis, wantrouwen en zelfs woede. Bij studenten en medewerkers zette het een ongekend inspirerende en creatieve zoektocht in gang naar nieuwe organisatievormen die hun grieven en wensen zouden kunnen adresseren.

Er leek vertrouwen te komen

De UvA zinderde eindelijk van politieke energie en bleek een voorbeeld voor andere universiteiten, in Nederland maar ook ver daarbuiten. #Maagdenhuis werd op de sociale media het symbool voor verzet tegen de neoliberalisering van het hoger onderwijs en, breder, tegen de financialisering en het rendementsdenken binnen het publieke domein.

Al doende leek dit enthousiasme voor verandering zowaar over te slaan naar de bestuurders zelf. Op 10 maart stuurden zij een brief aan alle medewerkers waarin ze tegemoet kwamen aan een groot deel van de klachten die vanuit de verschillende geledingen – medewerkers, studenten, studentenraad, ondernemingsraad, vakbonden – naar voren waren gebracht.

Goed, de details ontbraken en er schortte nog het een en ander aan de uitwerking, maar de intenties waren goed en de richting was de gewenste. Breed leefde onder staf en studenten dan ook de indruk dat het college van zijn eerdere fouten had geleerd en werkelijk bereid was te luisteren. Er vormde zich een vertrouwensbasis om met dit college, het lange transitieproces in te gaan dat zou moeten leiden tot een democratischere universiteit waar de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap beter geborgd zou zijn. Begin april mondde dit uit in een gezamenlijke verklaring van bestuurders en ‘protestanten’ over de inrichting van twee onafhankelijke commissies die zich zouden gaan buigen over de financiële situatie van de UvA en haar toekomstige organisatiestructuur.

Wie schetst dan ook onze verbazing toen wij afgelopen zaterdag om half elf moesten vernemen dat het College van Bestuur wederom in zijn regenteske reflex was geschoten. Uitgebreid en meermalen had men van de bezetters van het Maagdenhuis te verstaan gekregen dat men het gebouw vrijwillig op zondagavond of maandagochtend zou verlaten. Dat men de bezetting, die zes weken lang bewonderenswaardig rustig, zonder geweld of aanzienlijke schade was verlopen, in stijl wilde beëindigen met een groot Wetenschapsfestival. Dat men daar een prachtige line-up voor had weten te strikken, met onder andere universiteitshoogleraar en oud-Maagdenhuisbezetter Abraham de Swaan. Dat men zelf voor veiligheid en bewaking zou zorgen. En dat men had verzekerd het gebouw in goede staat aan de oorspronkelijke gebruikers te zullen overdragen.

Met opnieuw een dwangbevel in de hand en de uitnodiging van burgemeester Van der Laan om alles in der minne te schikken negerend, verkoos het College van Bestuur echter de lange lat en het politiepaard van de ME boven de redelijkheid van het overleg.

Is dit college nog wel het juiste?

Uiteraard staat het College van Bestuur vrij om naar dit soort middelen te grijpen om de bezetting van zijn bestuurszetel te beëindigen. Juridisch is op de beslissing niets af te dingen. Dat laat onverlet dat er tegen de achtergrond van de vertrouwenscrisis op de UvA wel degelijk grote vraagtekens bij kunnen worden geplaatst. Had men niet tot maandag kunnen wachten? Had men niet met de bezetters in overleg kunnen treden over de veiligheidswaarborgen? Had men geen menskracht en andere middelen kunnen toezeggen om het festival in goede banen te leiden?

Wat heeft het College van Bestuur bezield om opnieuw zo’n flater te begaan? De beelden van de ontruiming die afgelopen zaterdag de hele wereld zijn overgegaan, hebben veel van de (inter)nationale goodwill die het College van Bestuur met zijn wijze, tolerante houding de afgelopen weken had opgebouwd, als sneeuw voor de zon doen verdwijnen.

Ook bij ons. Wij vragen ons dan ook in alle redelijkheid af of dit College van Bestuur, in deze samenstelling, de juiste partij is om het ingewikkelde, precaire overgangsproces waarin de UvA zich bevindt in goede banen te leiden. Wordt het niet tijd voor een nieuw College van Bestuur dat met schone lei, onbezoedeld door het verleden, daadwerkelijk kan beginnen met het zo broodnodige vernieuwingsproces?