Gewone Amerikanen willen een kampioen. Die kampioen wil Hillary zijn

Met een feelgood-filmpje kondigde Hillary Clinton gisteravond aan dat ze in 2016 meedoet aan de presidentsverkiezingen. In haar campagne gaat ze zich richten op de Amerikaanse middenklasse. Maar wat wil ze precies?

De aankondiging waarmee Hillary Clinton zich gisteravond kandideerde voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 was onthullend over de manier waarop zij campagne wil voeren. Het nieuws werd ’s avonds rond 21.00 uur gebracht in een argeloze e-mail van haar campagnemanager aan geldschieters. „Het is officieel.”

Even later ging haar website (hillaryclinton.com) online, en publiceerde ze een kort filmpje, waarin ze zelf pas laat voorkwam. „Gewone Amerikanen willen een kampioen. Ik wil die kampioen zijn. U bent aan de beurt.”

Dit zal de toon zetten in de campagne van de torenhoge favoriet voor de Democratische nominatie. Clinton probeert er geen Hillary-show van te maken. Het mag niet lijken op een kroningsritueel, en daarom mag Hillary Clinton niet te majesteitelijk overkomen. Het woord ‘ik’ zal ze niet vaak gebruiken – ‘wij’ des te vaker.

Het is een les die Clinton in 2008 leerde. Toen al was ze Hillary de Onvermijdelijke, en juist daarom verloor ze van Barack Obama. Juist nu de tegenstand minimaal lijkt, moet ze doen alsof ze er echt voor moet knokken.

Het is stil bij de Democraten

Concurrentie heeft zich nog nauwelijks aangediend. Twee Democraten zouden het haar nog lastig kunnen maken: vicepresident Joe Biden, en senator Elizabeth Warren. De kans dat zij mee gaan doen, is uitermate klein. De mogelijke concurrentie bestaat nu uit de oud-gouverneur van Maryland, Martin O’Malley, oud-senator Jim Webb en de oud-gouverneur van Rhode Island, Lincoln Chafee.

Waar komt die koudwatervrees vandaan? Hillary Clinton is een goede campaigner, maar is in het verleden ook weleens verslagen. In 2008, maar ook onlangs, tijdens het e-mailschandaal, bleek dat ze onder druk soms onhandig opereert.

Een andere reden voor het wegblijven van concurrentie is de uitholling van de Democratische Partij als platform voor ideeën. De partij is van oudsher een veelkleurige beweging, die politiek onderdak bood aan bevolkingsgroepen met tegengestelde belangen. Afro-Amerikanen, de blanke midden- en onderklasse, joodse en Latijns-Amerikaanse kiezers – ze zitten er nog steeds, maar echt debat is er niet meer.

Bij de Republikeinen woedt een oorlog tussen de evangelische, traditionele en libertaire vleugels, en die interne strijd is ook schadelijk voor een partij. Maar de stilte bij de Democraten is het andere uiterste. De partij is een gedisciplineerd campagneapparaat geworden, en dat betaalt zich uit bij presidentsverkiezingen. Obama won er twee. Maar een discussie over de koers van de partij is er niet.

Verschillen in de partij zijn er wel degelijk. Over het buitenland bijvoorbeeld: een deel van de Democraten is kritisch over Obama’s toenadering tot Iran, een ander deel zou juist liever meer toenadering zien. Intern verschil van mening is er ook over de van oudsher nauwe relatie met de vakbonden, het minimumloon en de economie.

Het was een feelgood-filmpje

Hillary Clinton houdt zich op de vlakte over de meeste onderwerpen. Haar aankondiging was een feelgood-filmpje. Er is geen programma, of een lijst met standpunten of ideeën. Haar boek over haar tijd als minister van Buitenlandse Zaken van vorig jaar was vaag over haar manier van denken.

In de mail van campagnemanager John Podesta staat dat Clinton zich op de middenklasse gaat richten. Maar dat kan alles betekenen. Elizabeth Warren, progressief, anti-Wall Street, had haar als tegenkandidaat kunnen prikkelen concreter te worden, maar die confrontatie blijft waarschijnlijk uit.

Zoals de Democraten zich in 2012 om Obama schaarden, zo is nu Hillary Clinton in feite hun campagneleider. Zij is de grootste kans op een derde Democratische termijn in het Witte Huis. Sinds Harry Truman in 1945 Franklin Roosevelt opvolgde, en tot 1953 regeerde, is dat niet meer gebeurd. Dankzij een geruisloze nominatie hoeft ze haar geld pas in te zetten als ze een Republikeinse uitdager heeft.