Een vertrouwensbreuk tussen burger en politie valt te vrezen

De korpschef van de nationale politie Gerard Bouman verdient een stevig compliment voor de onverbloemde wijze waarop hij discriminatie binnen de politie aan de orde stelt. In een interne blog, die vorige week via minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) bekend werd, stelt hij het intern kleineren, uitsluiten en respectloos behandelen van allochtone agenten aan de kaak.

De politie moet juist pal staan voor wie anders is, ‘verbinding uitstralen’ in plaats van repressie. En veiligheid bieden, ook aan minderheden. Een breed, divers samengestelde politie is nodig omdat de politie in een multiculturele omgeving voor de bevolking primair herkenbaar en vertrouwenwekkend moet zijn. Maar ook omdat de politie voor het opsporingswerk andere culturen moet kennen, ook van binnenuit. Maar de praktijk is dus anders. De politiecultuur is gesloten, overwegend blank, mannelijk, macho en kennelijk PVV-gekleurd. Op de politieacademie is onder allochtone studenten de uitval veel hoger. Etnische groepen voelen haarfijn aan dat de politie geen aantrekkelijke werkgever is. Een Nederlandse politieman met Marokkaanse achtergrond moet niet alleen bewijzen dat hij een goede politieman is, maar ook dat hij een goede Marokkaan is. Althans zo vatte de antropoloog dr. Sinan Çankaya de politiecultuur in zijn onderzoek uit 2012 treffend samen.

Het is exact het beeld dat Bouman schetst: van verkeerde ‘grappen’ en stereotiep denken, van vijandige, discriminerende opmerkingen die tijdens briefings over moslims worden gemaakt. De politie biedt geen veilige werkplek aan moslimagenten, constateert de korpschef ronduit. Wat dat betekent voor moslimburgers laat zich raden. Hier dreigt maatschappelijk een vertrouwensbreuk – of is die er al? Dat Boumans opmerkingen dit weekend nauwelijks ophef veroorzaakten, is een teken aan de wand. Kennelijk is de publieke opinie al ongevoelig voor het ‘gif dat binnensluipt’.

Vorige week werd de korpschef door Kamer en kabinet nog hard gecorrigeerd toen hij voorstelde de toelatingstoets voor de politie te verruimen. Een taalachterstand zou ook tijdens de opleiding ingehaald mogen worden. Daar wilde minister Van der Steur (Justitie, VVD) gesteund door PvdA, VVD en PVV dus pertinent niets van weten. ‘Diversiteit’, de politiek is er in symbolische zin voor, maar iedere schijn van afbreuk aan het Nederlands als culturele norm is ongewenst. Terwijl juist van de korpschef, de minister én de Kamer verwacht mag worden dat ze er écht alles aan doen om Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse cultuur de toegang tot, en een loopbaan bij de Nederlandse politie te vergemakkelijken. Dat voegt namelijk kwaliteit toe. Boumans woorden kloppen, nu nog daden.