De UvA heeft nog vele kopzorgen

De studenten zijn weg uit het Maagdenhuis, maar de problemen voor de UvA zijn nog niet voorbij. Van een ambitieus huisvestingsplan tot renteswaps: dit zijn de zeven (financiële) plagen van de UvA.

1 Grote verliezen De Universiteit van Amsterdam verwacht dit jaar bijna 28 miljoen euro verlies te maken. Dat komt deels doordat de UvA haar reserves inzet voor nieuwbouw, en deels doordat de universiteit meer uitgeeft dan er binnenkomt. Als het roer niet omgaat, bouwen zich de komende jaren verliezen op van 83,3 miljoen euro.

„Dit noopt tot actie”, aldus de laatste financiële doorrekening. „De ruimte voor de UvA om verliezen te accepteren is aanmerkelijk kleiner geworden”. Zo ziet de Onderwijsinspectie strenger toe op tekorten bij onderwijsinstellingen, om drama’s als het faillissement van scholenkoepel Amarantis en de ineenstorting van het ROC Leiden te voorkomen.

De schoen wringt vooral bij de faculteiten Geesteswetenschappen en Rechtsgeleerdheid, zegt Hans Amman, vicevoorzitter van het College van Bestuur en verantwoordelijk voor financiën en huisvesting. „Daar zijn de tekorten het directe gevolg van minder studenten en minder inkomsten uit onderzoeksprojecten.” Amman reorganiseerde tussen 2006 en begin 2014 de financiën en huisvesting bij de Universiteit Utrecht, en moet nu de financiën van de UvA onder controle houden.

2 Alles ligt vast De inkomsten en uitgaven van de UvA voor de huisvesting lijken de komende jaren in beton gegoten. De UvA heeft tientallen miljoenen geleend voor een ambitieus huisvestingsplan, waarover met bouwers en de gemeente Amsterdam verregaande afspraken zijn gemaakt. Daardoor kan de UvA op korte termijn alleen wijzigingen doorvoeren in de manier waarop geld verdeeld wordt over de faculteiten. Maar extra geld, het beste smeermiddel om boze studenten en personeel tevreden te stellen, is er niet. Financieel gezien maakt het volgens Amman weinig uit of de UvA nieuwe gebouwen neerzet, of in de centraal gelegen UvA-panden blijft. „Deze gebouwen renoveren of nieuwbouw plegen is een betrekkelijke keuze, door de staat van de oude panden, een snel stijgend aantal studenten, arbo-wetgeving en het feit dat onze medewerkers en studenten de faciliteiten nodig hebben die bij een universiteit als de UvA horen.”

3 Hogere huur Critici vinden dat de UvA haar academische beleid teveel door financiële motieven laat bepalen. Zij storen zich bijvoorbeeld aan het voornemen om de faculteiten vanaf volgend jaar 16,5 miljoen euro extra aan huur te laten betalen.

In eerdere plannen moesten de extra kosten voor de huisvesting pas in 2022 worden opgehoest, maar Amman overweegt dit proces te versnellen. „Het komt neer op een lastenverzwaring voor de faculteiten van gemiddeld 3 procent.” Amman noemt dit het versneld in rekening brengen van „de werkelijke huurkosten”. Dat wil zeggen dat hij heeft uitgerekend wat de UvA in totaal betaalt aan de universiteitsgebouwen, en dat naar rato wil omslaan naar de faculteiten.

4 Onvermijdelijke ontslagen Het feit dat Amman volgend jaar 16,5 miljoen euro extra van de faculteiten wil hebben voor de huur, suggereert dat er banen in het geding zijn. „16,5 miljoen euro correspondeert met structureel ongeveer 200 voltijd krachten”, zegt hij. Maar zo moet je niet kijken, aldus de bestuurder. „De huurverhoging zou tussen 2016 en 2022 sowieso plaatsvinden. In de eindsituatie is het resultaat hetzelfde.”

Amman benadrukt verder dat alles bespreekbaar is. „Er is nog geen besluit over welke mix de UvA gaat toepassen. Dat wordt nu juist in bespreking gebracht. Er zijn ook andere maatregelen denkbaar dan bezuinigen op personeel, zoals extra inkomsten genereren of besparen op inkoopkosten.” Overigens zou het structureel wegsnijden van 200 fte’s betekenen dat er beduidend meer dan 200 docenten en ondersteunend personeel hun baan verliezen. Veel mensen werken parttime aan de UvA, en afvloeiingsregelingen kosten ook geld.

5 De rechtenfaculteit De grote onrust onder studenten en medewerkers over de koers van de UvA dateert van november vorig jaar, toen een bezuiniging van 4 miljoen euro en een rigoureuze koerswijziging bij Geesteswetenschappen werd gepresenteerd. De faculteit stelde voor de besparing te realiseren door kleine studies te schrappen of samen te voegen, en dat was tegen het zere been van veel betrokkenen. De rechtenfaculteit is de volgende in het rijtje. De komende maanden moet duidelijk worden hoe die faculteit gaat inkrimpen, zegt Amman. „Dat plan is rond de zomer gereed. Het gaat om een ombuiging van ongeveer vijf miljoen euro. De reorganisatie moet uiterlijk in 2017 zijn afgerond.”

De decaan van de rechtenfaculteit zei in september 2014 – ver voor de oproer in het Maagdenhuis, in universiteitsblad Folia: „Op een faculteit waar 85-90 procent van de begroting uit personeelskosten bestaat kun je niet een bezuinigingsplan maken zonder dat dit ook consequenties kan hebben voor het personeel.”

6 Het Binnengasthuisterrein De bestuurders van de UvA hebben tijdens de bezetting van het Maagdenhuis beloofd de bouwplannen op het Binnengasthuisterrein in het centrum van Amsterdam „voor te leggen aan de academische gemeenschap”. De UvA probeert daar, vlak naast de Oudemanhuispoort, al veertig jaar grootschalige nieuwbouw te plegen, rondom een nieuw te bouwen universiteitsbibliotheek. Dat is tot nu toe niet gelukt, onder meer dankzij verzet van de omwonenden.

Maar inspraak of niet, voor de financiën van de UvA is de impact beperkt. „Indien afgezien wordt van een nieuwe Universiteitsbibliotheek, is op afzienbare termijn een forse investering in de huidige bibliotheek noodzakelijk en moet elders in de stad gerenoveerd worden.”

7 Derivaten Via renteswaps, derivatencontracten, heeft de UvA haar financiële planning voor de komende decennia dichtgespijkerd. Bij het sluiten van de contracten in 2008 heeft de universiteit zich gecommitteerd aan een renteniveau van circa 4,5 procent, fors hoger dan de huidige rentestand. Als de UvA van deze contracten – bij Deutsche Bank en de Bank Nederlandse Gemeenten – af zou willen, dan kost dat een fortuin. Amman wil niet zeggen hoeveel precies; dat gebeurt in het nieuwe jaarverslag. Eind 2013 bedroeg de markwaarde van de swaps ruim 46 miljoen euro onder nul. Dat is geen probleem, stelt de UvA, omdat de swaps zekerheid bieden over de kosten die ze moet betalen. Pas als de bank een swap zou opzeggen, zou de universiteit met de billen bloot moeten. Er is maar één contract dat door de bank opzegbaar is, per eind 2018. Dat contract stond eind 2013 ruim 1 miljoen euro onder water.

    • Merijn Rengers