De schrijver die zijn morele gezag verloor

Vandaag overleed  Nobelprijswinnaar Günter Grass op 87-jarige leeftijd. De schrijver was de  belangrijkste vertegenwoordiger van de Nachkriegsliteratur in Duitsland. Het naziverleden vormt de rode draad in zijn oeuvre.
 Foto EPA / Sven Hoppe

Het trommelende knaapje Oskar Matzerath uit Danzig, dat op zijn derde jaar besloot niet meer te groeien uit protest tegen de hypocrisie van de volwassenen, is een van de grote helden uit de wereldliteratuur. De roman Die Blechtrommel (De blikken trommel), waarin ‘Oskarchen’ zijn relaas doet over zijn lotgevallen in een gruttersmilieu tijdens de jaren van opkomst en ondergang van de nazi’s, bracht zijn schepper Günter Grass in 1959 dan ook meteen literaire roem. Toen Volker Schlöndorff het boek twintig jaar later verfilmde, konden zelfs zij die nooit een roman lazen niet om de rijke en speelse verbeeldingswereld van Grass heen. Hier was een schrijver aan het woord, die in een groteske en surrealistische stijl de geschiedenis van het ontspoorde Duitsland in literatuur wist te gieten.

Günter Grass, die vandaag op 87-jarige leeftijd in het Noord-Duitse Lübeck aan een infectie overleed, wás, om met Harry Mulisch te spreken, de Tweede Wereldoorlog. Hij werd geboren op 16 oktober 1927 in een middenstandsgezin in Danzig (het tegenwoordige Poolse Gdansk). Zijn moeder was een etnisch Kasjoebische, zijn vader een lutherse Duitser, die zich uit opportunisme bij de nazi’s aansloot.

Over zijn eigen belevenissen tijdens het naziregime liet Grass zich pas uit in 2006. Aan de vooravond van het verschijnen van zijn autobiografie Beim Hauten der Zwiebel vertelde hij in een interview dat hij in 1944, nadat hij zich als 15-jarige eerst als vrijwilliger bij een onderzeeboot-eenheid had aangemeld, bij de Waffen-SS had gevochten. Een storm van protest stak op. Want al had Grass zich niet aan oorlogsmisdaden schuldig gemaakt, door zijn bekentenis was hij ineens zijn morele gezag kwijt. De intellectueel die decennialang zijn conservatieve landgenoten verbaal had gegeseld, bleek ineens zelf niet vrij van smetten te zijn.

Na de oorlog volgde Grass een opleiding tot steenhouwer in Düsseldorf. Hier studeerde hij van 1948 tot 1952 ook grafiek en beeldhouwen op de kunstacademie. Vervolgens trok hij naar Parijs, waar hij vanaf 1956 behalve verhalen, gedichten en absurdistische toneelstukken ook Die Blechtrommel schreef. Sindsdien vormde hij samen met Heinrich Böll en Siegfried Lenz de Grote Drie van de Duitse Nachkriegsliteratur. Ook maakte hij deel uit van de Gruppe 47: geëngageerde schrijvers die de Duitse literatuur nieuw leven wilden inblazen en hun landgenoten democratische ideeën bijbrengen.

De absurditeit van het leven

Die Blechtrommel was het eerste deel van Grass’ autobiografisch getinte ‘Danziger Trilogie’, waartoe ook de novelle Katz und Maus (1961) en de roman Hundejahre (1963) behoorden. Ook hierin belicht hij op een even absurdistische als provocerende wijze de Duitse geschiedenis van de 20ste eeuw.

In Hundejahre doet de bevolking van Danzig Hitler in 1935 een herdershond cadeau, die al gauw de lieveling van de Führer wordt. Aan de hand van de stamboom van die hond bespot Grass de rassenleer van de nazi’s. Tegelijkertijd maakt hij aannemelijk waarom zo veel gewone Duitsers gelovige nazi’s konden worden. En precies dat is wat de ‘Danziger Trilogie’ zo bijzonder maakt.

Het naziverleden vormt in Grass’ oeuvre de rode draad. In zijn romans, gedichten en toespraken zijn schuldgevoel en de oproep tot verzoening, vooral ten opzichte van Duitslands Oost-Europese buurlanden, aanvankelijk alom aanwezig.

In de jaren zestig ontpopte Grass zich als een fanatieke politieke moralist, die onder meer met de Ostpolitik van SPD-leider Willy Brandt sympathiseerde. Hij ging zelfs met de SPD op verkiezingstournee, zonder lid van die partij te zijn. Dat werd hij wel in 1982, maar tien jaar later was die liefde al weer over, omdat Grass het niet eens was met het asielbeleid van de SPD.

In de jaren zeventig wordt zijn werk abstracter. Zo behandelt hij in de roman Der Butt (1977) de geschiedenis van de mensheid van het neolithicum tot aan het Gdansk van de Poolse vakbond Solidariteit in 1970. Een van de personages is een sprekende vis, die de man tot opstand tegen het matriarchaat heeft aangezet, en daarmee tot alle ellende in de wereld. Die vis moet zich nu verantwoorden voor een feministisch tribunaal. Feministen waren verontwaardigd en beschuldigden Grass van een ‘patriarchale, gewelddadige en typisch mannelijk-chauvinistische fantasie’.

Zijn roman Die Rättin uit 1986 werd eveneens gefileerd. Critici  noemden het boek ‘een catastrofe’, ‘niet te genieten’ en ‘een persoonlijke nederlaag’ van de schrijver. Grass reageerde allesbehalve verbitterd en pareerde die kritiek door te zeggen dat de toekomst van de literatuur in het geding was. Want als hij ergens mee bezig was, dan was het wel het zoeken naar nieuwe literaire vormen. Zo riep hij  in 1986 op om dwars tegen de tijdgeest in te gaan. Een schrijver moest de absurditeit van het leven laten zien. 

Kritische gedichten

Over de DDR, waar zijn boeken tot in de jaren tachtig verboden waren, liet Grass zich gematigd uit. Ook die opstelling werd hem kwalijk genomen, wat bleek toen hij in 1995 zijn grote roman Ein weites Feld over de Val van de Muur en de Duitse hereniging publiceerde en het opnieuw kritiek regende. Zo stond Marcel Reich-Ranicki op de cover van weekblad Der Spiegel afgebeeld op een tekening waarin hij het boek in tweeën scheurde. 

 Drie jaar nadat hij in 1999 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, nam Grass revanche op zijn critici met het aangrijpende Im Krebsgang. In deze roman doorbrak hij opnieuw een taboe: het praten over het oorlogsleed van gewone Duitsers. Grass was daarmee een voorloper in een debat dat tot op de dag van vandaag in Duitsland woedt. Im Krebsgang gaat over de ondergang van hospitaalschip de Wilhelm Gustloff, dat op 30 januari 1945 met tienduizend Duitse vluchtelingen aan boord verging, nadat het door een Russische onderzeeër was getorpedeerd. De roman behoort tot de beste uit zijn oeuvre.

In 2012 veroorzaakte Grass opnieuw een rel toen hij het kritische gedicht Was gesagt werden muss publiceerde. Hierin gaf hij Israël ervan langs, dat met zijn dreigementen aan Iran de wereldvrede in gevaar zou brengen. In een reactie op dit gedicht weigerde Israël hem toe te laten. In de Duitse pers werd hij een antisemiet genoemd. 

Niet minder kritisch was Grass in een ander gedicht, in datzelfde jaar, waarin hij Duitsland en andere EU-staten kritiseerde voor hun harde opstelling ten aanzien van Griekenland. Schuldgevoel over het Duitse financiële beleid, maar ook over de bloedige nazibezetting van Griekenland voerde hierin de boventoon. Het is precies dat schuldgevoel en de verwerking ervan waarin Günter Grass zich in zijn hele oeuvre de absolute meester toonde. 

Bibliografie:

  • 1959 Die Blechtrommel (vert. 2009: De blikken trom)
  • 1961 Katz und Maus (vert. 2007: Kat en muis)
  • 1963 Hundejahre (vert. 1965: Hondenjaren)
  • 1969 Örtlich betaubt (vert. 1969: Plaatselijk verdoofd)
  • 1972 Aus dem Tagebuch einer Schnecke (vert. 1973: Uit het dagboek van een slak)
  • 1977 Der butt (vert. 1981 De bot)
  • 1979 Das Treffen in Telgte (vert. 1984: Trefpunt Telgte)
  • 1980 Kopfgeburten oder Die Deutschen sterben aus (vert. 1980: Kopgeboorte of De Duitsers sterven uit)
  • 1986 Die Rättin (vert. 1988: De rattin)
  • 1992 Unkenrufe (vert. 1992: Onheilspad)
  • 1995 Ein weites Feld (vert. 1996: Een gebied zonder eind)
  • 1999 Mein Jahrhundert (vert. Jan Gielkens 1999: Mijn eeuw)
  • 2002 Im Krebsgang (vert. 2002: In krabbengang)
  • 2006 Beim Häuten der Zwiebel (vert. 2007: De rokken van de ui)
  • 2008 Die Box. Dunkelkammergeschichten (vert. 2009: De box. Verhalen uit de donkere kamer)
  • 2009 Unterwegs von Deutschland nach Deutschland. Tagebuch 1990
  • 2010 Grimms Wörter. Eine Liebeserklärung. (vert. De woorden van Grimm. Een liefdesverklaring)

Deze drie boeken van Grass moet je in ieder geval lezen

Die Blechtrommel (De Blikken Trommel): zwartgallig, absurdistisch epos uit 1959 over een jongen die sinds zijn derde levensjaar weigert te groeien uit protest tegen de wereld van de volwassenen. Met zijn blikken trommel en zijn hoge vibrerende stem kan hij glas laten springen en op die manier de wereld van de volwassenen verstoren.

Hundejahre (Hondenjaren): laatste deel uit de ‘Danziger Trilogie’, waarin Grass de draak steekt met de nazi’s, onder meer aan de hand van de stamboom van een herder die de Danzigers in 1935 cadeau doen aan Hitler en waarmee de rassenpolitiek belachelijk wordt gemaakt.

Im Krebsgang (De Krabbengang): roman uit 2002 over het door de Russen in 1945 getorpedeerde hospitaalschip de Wilhelm Gustloff, waarmee Grass het leed van de gewone Duitsers bespreekbaar maakte.