Beste kinderboek 2014: verzen over de dood

„Meesterlijk” noemt de jury ‘Doodgewoon’, de winnende bundel over de dood van Bette Westera en Sylvia Weve.

Voor de dichtbundel Doodgewoon hebben schrijfster Bette Westera en illustrator Sylvia Weve de Woutertje Pieterse Prijs gewonnen voor het beste kinderboek van 2014. Zaterdag ontvingen zij in Amsterdam de prijs ter waarde van 15.000 euro, waarvan zij beiden de helft krijgen.

De jury noemde Doodgewoon, een dichtbundel met bijna vijftig versjes rond het thema ‘dood’, een „groots” boek: „De taal is vormvast, de illustraties divers en zeer passend, kleurrijk en rijk aan beeldkracht, het samengaan van tekst en beeld is meesterlijk.”

Met name dankzij dat laatste aspect gold Doodgewoon al als een van de favorieten voor de Woutertje Pieterse Prijs: die prijs bekroont graag het totaalproduct, van schrijver én illustrator. Op dat gebied zijn Westera en Weve een belangrijk duo in de jeugdliteratuur van nu. In 2012 maakten ze de lovend ontvangen dichtbundel Aan de kant, ik ben je oma niet, waarin ouderdom centraal stond. Voor haar werk in dat boek kreeg Sylvia Weve (1954) het Gouden Penseel voor de beste illustraties. Westera’s tekst werd beloond met een Vlag & Wimpel, een eervolle vermelding van de Griffeljury.

Met deze Woutertje Pieterse Prijs kreeg Westera ook eens de hoofdprijs. Eerder won ze wel Zilveren Griffels voor haar versjes in Ik leer je liedjes van verlangen en aan je apenstaartje hangen (2010), ook al een coproductie met Weve, en Held op sokken (2013), een tekst op rijm in een prentenboek met tekenaar Thé Tjong-Khing.

Westera is momenteel een van de beste versjesdichters van Nederland, een nieuwe stem in de traditie die Annie M.G. Schmidt en Willem Wilmink groot maakten. Net als haar voorgangers dicht Westera schalks, vormvast en serieus met een lichte toets. Vaak gaat het wel over een onderwerp met gewicht: in Doodgewoon dicht Westera over de dood in alledaagse contexten – van de dood van een ongeboren kind tot stervende huisdieren.

Zoals het gedicht ‘Mees’, waarin een meisje alle feestelijkheid afzweert na het overlijden van haar hond. Maar, typisch Westera, de bitterzoete tegenhanger ervan staat op de bladzijde ervoor. ‘Als jij dood bent, poes Minoes,/ dan nemen we geen kitten,/ geen kat die uit jouw bakje eet/ en op jouw stoel gaat zitten’, begint het, om even later af te sluiten met: ‘We nemen geen kanariepiet,/ geen goudvis en geen guppy./ Als jij dood bent, poes Minoes,/ dan mogen we een puppy!’

„Ik hoop dat het een boek is dat je niet alleen uit de kast haalt als er een cavia dood is, of een opa”, zei Westera direct na de prijsuitreiking zaterdagmiddag. „Ik hoop dat je het ook leest op gewone dagen, en dan, als je je eigen hond uitlaat, denkt: ach, laten we nóg een rondje doen. Of: kom, we pakken de bus naar het strand.”