André van Duin is subliem als humeurige humorist

André Van Duin acteert de komiek die hij was en overtreft zichzelf Foto Leo van Velzen

André van Duin speelt zijn eerste toneelstuk – en doet dat subliem. Mede dankzij de rol die een ideale keuze voor hem blijkt te zijn: de sikkeneurige komiek die nog één keer een sketch moet spelen met de man met wie hij decennia lang een komisch duo vormde, tot ze elkaar zodanig haatten dat de breuk onvermijdelijk was. Ze hebben elkaar al elf jaar niet meer gezien, zegt hij, en al twaalf jaar niet meer gesproken.

The Sunshine Boys van Neil Simon laat zien hoe ze, heftig tegensputterend, worden samengebracht om nog één keer hun fameuze doktersketch te spelen in een tv-show. Kribbig en koppig zijn ze, en juist dat maakt hen des te grappiger. En des te tragischer bovendien, want tussen alle stekelige grappen door roept Simon toch ook het beeld op van twee mannen die hopeloos vastzitten in hun bestaande patronen.

Met misprijzende mondhoeken speelt Van Duin die rol, het prototype van de humeurige humorist, in een door Jos Groenier ontworpen rommelappartement vol relikwieën van ’s mans vergane roem. En zijn tegenspeler, Kees Hulst, brengt een versleten vorm van artiestenchic met zich mee die volstrekt aannemelijk maakt dat ze ooit zo’n populair duo hebben gevormd. Hun heftige wrijvingen zijn toonbeelden van het soort vliegen afvangen dat al die jaren een onlosmakelijk aspect van hun vak was. Daarbij is de derde, de door Ferdi Stofmeel gespeelde neef die hen weer weet te verenigen, een stabiele straight man wiens wanhoop over het welslagen van deze reünie goed overslaat op het publiek.

Zo’n uitgebalanceerd evenwicht moet ook de verdienste zijn van regisseur Gijs de Lange. De lach is prominent aanwezig, maar nooit overheersend. Zodra er sprake is van een blootliggende zenuw, nemen Van Duin en Hulst precies genoeg gas terug om dat niet weg te laten lachen. Eveneens essentieel is de levendige vernederlandsing die Annie M.G. Schmidt ooit van het stuk maakte – nu effectief werd bewerkt door Jurrian van Dongen.

Tenslotte schuilt er een mooie paradox in deze voorstelling. Als we eindelijk iets van die doktersketch te zien krijgen – een vette parodie op een ouderwetse revuesketch – is dat het minste moment in het hele stuk. Terwijl dat juist het métier is waarin Van Duin vijftig jaar lang de beste van het land was. Nu speelt hij als acteur de komiek voorbij.