Zó goed gaat het nou ook weer niet met de economie

Foto iStock

Wie behoefte heeft aan goed nieuws, moet zich op de persberichten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) abonneren. De positieve berichten over de Nederlandse economie stapelen zich op. Consumptie omhoog. Export omhoog. Vertrouwen omhoog. Maar hoe goed gaat het eigenlijk echt?

In de meest recente gegevens die het CBS over de economie verzamelt, zijn er weinig zwakke plekken te ontdekken. Voor het eerst sinds zomer 2007 is het consumentenvertrouwen weer positief, zo meldde het CBS eind vorige maand. Nederlanders kopen weer van alles: auto’s, elektronica en meubels. In januari lieten die de consumentenbestedingen de grootste stijging in vier jaar tijd zien. De export, de grote motor van de Nederlandse economie, groeide in januari het snelst sinds 2011.

Maar wie breder kijkt dan de laatste cijfers, ziet een minder rooskleurig beeld. “Het gaat beter, maar niet goed genoeg”, zegt Tim Legierse, hoofd nationaal onderzoek van Rabobank. Rabobank verwacht dat het bbp 1,75 procent groeit in 2015. Groeicijfers van voor de crisis, van 3 of soms wel 4 procent, zitten er niet in. De economie kampt met een paar hardnekkige problemen.

1. Werkloosheid blijft hoog, ouderen zijn de klos

633.000 mensen in Nederland zijn werkloos, nog steeds fors boven het niveau van voor de crisis (tussen de 300.000 en 500.000). En de langdurige werkloosheid blijft stijgen, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. “Jongeren met flexcontracten komen wel aan het werk, maar ouderen en lager opgeleiden vangen bot.”


Daar komt bij, zegt Legierse van Rabobank, dat er nog groepen de arbeidsmarkt op zullen komen die door de overheid de laatste jaren zijn gestimuleerd om te gaan werken. De AOW-leeftijd is verhoogd, partners van AOW’ers krijgen minder toeslag en bijstandsmoeders moeten aan de slag. De vraag is of er genoeg werk is.

2. Hypotheekschulden drukken consumptie

De economische groei wordt afgeremd door de hoge hypotheekschulden van Nederlandse huishoudens. Mensen zijn nog steeds bezig met het in balans brengen van de huishoudboekjes. “Wie moet aflossen, kan niet consumeren”, zegt Van Mulligen. De situatie verbetert wel: vorig jaar daalde de totale hypotheekschuld met 6 miljard euro, tot 657 miljard. Het ergste is achter de rug. Maar nog steeds is die totale hypotheekschuld ongeveer even groot als het bbp. Medio jaren 90 was de schuld nog de helft van het bbp.


“Een groot deel van de huishoudens staat nog steeds ‘onder water’”, zegt Legierse. Die situatie kan nog even blijven bestaan: de stijging van de huizenprijzen zette in het eerste kwartaal van dit jaar niet door, zo bleek afgelopen week uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM).

3. Bedrijven worden rijker, maar burgers niet

Daar komt bij dat de portemonnee van Nederlanders al sinds de eeuwwisseling amper dikker wordt. Het ‘reëel beschikbaar inkomen’ (dat wat huishoudens kunnen uitgeven na aftrek van inflatie) stijgt nauwelijks meer. Dit ondanks het feit dat het bbp sinds het jaar 2000 wél gegroeid is. Tot in de jaren 90 gingen bbp-groei en inkomensgroei gelijk op.
“De groei komt niet meer terecht bij mensen zoals u en ik”, zegt Van Mulligen. Waar dan wel? Bij bedrijven, zo liet het CBS in september vorig jaar zien. Van het totaal aan beschikbaar inkomen in Nederland ging in 2001 nog 5 procent naar bedrijven, in 2013 11 procent.