Waarom Rechts weer kan in Brazilië

Vandaag zijn in Brazilië opnieuw massale demonstraties gepland tegen president Dilma Rousseff, haar arbeiderspartij en het Petrobras-schandaal. Welke groepen zitten achter de protesten?

Foto AP / Silvia Izquierdo

Ze zijn overwegend blank en behoren tot de hogere middenklasse, met tien keer zoveel salaris als het minimumloon (van 231 euro per maand). Ze zijn de corruptie in Brazilië zat; ruim tachtig procent stemde tijdens de presidentsverkiezingen afgelopen oktober op de rivaal van de gekozen president Dilma Rousseff. Zo kenschetsen onderzoeksbureaus de groep anti-regeringsdemonstranten. Vandaag gaan ze in 407 Braziliaanse steden de straat op.

„Weg met Dilma! Weg met de PT!” is een veelgebruikte leus, van de veelal in de Braziliaanse nationale kleuren geel en groen geklede demonstranten. De diverse, maar groeiende groep keert zich tegen de president en de regerende Arbeiderspartij PT, die nu twaalf jaar aan de macht is. Een deel riep om haar aftreden. En Rousseff is nog geen vier maanden bezig aan haar tweede termijn.

De protesten vandaag zijn een herhaling van 15 maart, toen honderdduizenden Brazilianen hun onvrede uitten over de president en haar regering – cijfers over het totale aantal demonstranten liepen uiteen van 210 duizend tot twee miljoen.

De onvrede komt van het nieuwe rechts; het woord dat in Brazilië lang geassocieerd werd met fascisme en militarisme, vanwege de rechtse militaire dictatuur die het land tussen 1964 en 1985 bestuurde. Maar dat verband bestrijdt de meerderheid van de huidige anti-regeringsbetogers nadrukkelijk.

„Wij zijn liberaal, zowel op economisch als op moreel gebied,” verklaart Renan Santos (31), een van de oprichters van de Beweging Vrij Brazilië (MSL). „Je kunt ons vergelijken met de Amerikaanse Tea Party, alleen niet conservatief. Hoewel het geen officieel standpunt is, is een groot deel voor het homohuwelijk en legalisering van wiet: van mij mag iedereen doen en zijn wat hij wil.”

MSL is samen met Vem Pra Rua (Kom naar de straat) en Revoltados Online (de ‘bozen’ online) de belangrijkste organisator van de protesten vandaag. Deze vooral uit jongeren bestaande bewegingen, die zich online sterk profileren, willen een kleinere overheid, minder corruptie en lagere belastingen. De groepen keren zich collectief tegen het predicaat dat alleen links een patent heeft op armoedebestrijding.

Woekerende corruptie

De grootste klacht van de betogers is de woekerende corruptie. (Semi-)staatsoliebedrijf Petrobras is verwikkeld in het grootste corruptieschandaal uit de geschiedenis waarmee miljarden euro’s zijn gemoeid. Politici uit alle partijen zijn aangeklaagd wegens het aannemen van steekpenningen, onder wie de penningmeester van de PT João Vacari.

Hoewel tegen Rousseff geen onderzoek loopt, gelooft ruim driekwart van de Brazilianen dat ze van de corruptie wist of zelfs betrokken was. Rousseff was voorzitter van Petrobras en minister van Energie en Mijnen. Volgens een peiling van het als betrouwbaar bekend staande Datafolha ziet 63 procent van de Brazilianen heil in een impeachment-procedure – al blijkt uit datzelfde onderzoek dat veel Brazilianen niet weten wat daarvan de consequenties zijn.

Onderling verschillen de groepen in hun standpunten daarover. De MSL stelt impeachment van Rousseff als belangrijke voorwaarde voor hervormingen. „De PT is een gevaarlijke, socialistische en totalitaire partij”, zegt Santos, die vreest dat Brazilië op het socialistische Venezuela of Cuba gaat lijken onder leiding van de Arbeiderspartij. Het blijkt een mediageniek standpunt dat weinig anker vindt in de realiteit: Brazilië ontwikkelde zich in de afgelopen dertig jaar tot een stevige democratie.

Vem Pra Rua veranderde van positie: waar de groep onder leiding van Rogério Chequer op 15 maart nog een impeachment voorstond, wil de groep nu alleen een onderzoek naar de betrokkenheid van Rousseff in het corruptieschandaal.

Ook zijn er meer radicale groepen actief, die willen dat het leger intervenieert: een terugkeer naar de militaire dictatuur van dertig jaar geleden. „Toen ging het tenminste economisch goed met Brazilië,” zegt Erondy Moreira (34), die op 15 maart in Rio de Janeiro betoogde voor een terugkeer van de militairen. „Democratie heeft bewezen niet voldoende te werken,” zegt hij. „Tot de economie op orde is en de criminaliteit gedaald, moet dit land met harde hand worden bestuurd.”

Hervormingen

Deze extreme groepen zijn zeer zichtbaar in de media en het publieke debat, maar ze vormen een minderheid onder de demonstranten. Het gros van de betogers gelooft in democratische hervormingen.

„Braziliaanse instituties moeten juist worden verstevigd, het recht moet gelden voor iedereen,” zegt Christian Lohbauer, voorzitter van de afdeling  in São Paulovan het liberale O Novo (de Nieuwe), de enige echt politieke groep die zich rechts noemt in Brazilië. Na vier jaar bureaucratie verwachten ze binnen een paar weken officieel geregistreerd te staan als politieke partij. „Impeachment is juridisch heel ingewikkeld”, aldus Lohbauer. „Een ongrondwettelijke procedure helpt ons niet onze standpunten te verwezenlijken.”