Moet Rotterdam Marathon een stapje terug doen?

Foto ANP / Marco de Swart

Het was bepaald geen windsnelheid waar zeilers opgewonden van raken, maar het briesje dat halverwege de Rotterdam Marathon opstak zorgde vandaag voor de zwakste editie sinds 2007, het jaar dat de lopers werden geteisterd door een hittegolf. Het gevolg: een mooie, nieuwe, beloftevolle winnaar, maar een zwakke tijd. Abera Kuma (24) uit Ethiopië finishte in 2.06,47 uur, waar tijden in de 2.04.00 en de 2.05.00 van de laatste zeven jaar usance leken te worden.

Moet ‘Rotterdam’ een stapje terug doen? Je zou het zeggen, want een verlies van één tot twee minuten op de eindtijd tast de levensader van de havenstedelijke marathon aan. Rotterdam behoort niet tot het circuit van de zes World Major Marathons, waar het grote geld de toplopers lokt, maar moet een niveautje lager creatief opereren om een competitief deelnemersveld samen te stellen. Troef van de Rotterdamse organisatie is het snelle parkoers, waarop jonge talenten zich kunnen profileren. Veel toplopers hebben hun basis in Rotterdam gelegd.

Geen wonder dat Mario Kadiks, directeur van Rotterdam Marathon, kijkend naar de televisie-uitzending, zachtjes vloekte toen het tempo van de vijfkoppige kopgroep afnam. Zijn onderhandelingspositie voor de editie van volgend jaar werd langzaam uitgehold. En de wedstrijd was bij vrijwel windstille omstandigheden nog wel zo goed begonnen. Kadiks: „Ik dacht halverwege echt aan een eindtijd van 2.04-nog-wat. Erg teleurstellend dat het niet gelukt is. Dit was niet bepaald de race die wij in gedachten hadden.”

De ironie wil dat de organisatie uitgerekend dit jaar tal van verbeteringen had doorgevoerd om het niveau van de marathon op te krikken. Het parkoers was minder bochtig gemaakt in de hoop dat er nóg sneller zou worden gelopen. Daarnaast werd na vele jaren afscheid genomen van Novotel in Kralingen als hotel voor de atleten. Hun verblijf werd geüpgraded naar het Hilton in het centrum van de stad, bijna met uitzicht op de start- en finishlijn op de Coolsingel. Het voordeel: tevredener lopers en geen vervoerskosten naar het centrum. Maar geen garantie voor succes.

Beschuldigende vinger

Kadiks en zijn racedirecteur Eric Brommert wezen met de beschuldigende vinger naar de kopgroep. In plaats van hard door te lopen voor een mooie eindtijd maakten de lopers er volgens het tweetal een tactische race van. Met name Kuma leek een mooie tijd ondergeschikt te maken aan de eindzege, zijn eerste in een aansprekende marathon. Brommert, die vanaf de motor de lopers probeert te instrueren, hield zijn ergernis over die houding bepaald niet voor zich. Kadiks suggereerde om in volgende jaren nog strakkere afspraken te maken en wil dat de grote rivaliteit tussen Ethiopiërs en Kenianen daaraan ondergeschikt wordt gemaakt.

Van een ingezette neergang wil Kadiks niets weten. De Rotterdam Marathon blijft zijn status hoe dan ook bewaken. Dit was gewoon een minder jaar, klaagde de directeur met een zuur gezicht na de 35ste editie. Maar van de voorjaarsmarathons voert Rotterdam met een budget van 650.000 euro nu eenmaal een ongelijke strijd met de marathon in Londen, waar geld geen rol speelt. De organisatie in de Engelse hoofdstad werkt met een vrijwel ongelimiteerd budget. Met dank aan de combinatie van lopen en chariting, dat voor een constante inkomstenstroom zorgt. Londen heeft traditiegetrouw het sterkste deelnemersveld. En is daarin zeer flexibel, vertelt atletenmanager Valentijn Trouw. „Als wij op de valreep een toploper aanbieden is er altijd budget.”

Pijn in bil en voet

Winnaar Kuma liet zich niets gelegen aan de Rotterdamse belangen. Hij handelde in eigen belang. De kans op een overwinning in zijn derde marathon wenste de loper uit Ambo, een dorp westelijk van de hoofdstad Addis Abeba, zich niet te laten afnemen. Stekende pijnen in bil en voet ten spijt wist Kuma er in de slotfase een lichte tempoversnelling uit te persen. Net genoeg om zijn gesloopte Keniaanse medevluchters Bernard Koech en Mark Kiptoo te lossen.

Kuma zette zijn naam als marathonloper op de kaart. En daarvoor was hij naar Rotterdam gekomen. De kleine Ethiopiër ontpopte zich als een talentvolle 10.000-meterloper. Helaas voor hem zijn er op die afstand gezien het beperkte wedstrijdprogramma weinig toekomstperspectieven. In overleg met zijn manager Trouw besloot Kuma een overstap naar de marathon te maken.

De kennismaking viel niet mee. In de marathon van Dubai deed hij alles fout wat een debutant maar fout kan doen: te wisselvallig lopen en bij de belangrijke dranktafels zijn bidons missen. Zijn tijd van 2.09.53 viel ook nog eens tegen. In aanloop naar zijn tweede marathon, vorig jaar in Berlijn, pakte Kuma de zaken serieuzer aan. Met resultaat, want hij kon tot de 30ste kilometer het wereldrecordtempo van de Keniaan Dennis Kimetto bijhouden. Hoewel Kuma in de slotkilometers moest passen, was hij uiteindelijk dik tevreden met zijn derde plaats, maar vooral met zijn eindtijd van 2.05.56. Zijn doorbaak was een feit. En in Rotterdam bevestigde Kuma gisteren zijn mogelijkheden als marathonloper. Trouw heeft hoge verwachtingen van zijn pupil, die hij als een trainingsbeest omschrijft. „Je moet hem vooral afremmen, anders blijft hij vliegen.”

Kuma is dermate tevreden over zijn progressie dat hij volgend jaar wil deelnemen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Maar eerst eind augustus een uitstapje naar de baan om op de 10.000 kilometer aan de WK in Beijing mee te doen. In 2016 is het dan zaak een snelle marathon te lopen, omdat de drie snelste Ethiopiërs van dat voorjaar naar Rio worden uitgezonden.