Diplomatieke rel: Turkije roept ambassadeur terug uit Vaticaan

Turkije heeft zijn ambassadeur in het Vaticaan teruggeroepen, nadat Paus Franciscus het Armeense bloedbad vandaag bestempelde als “de eerste genocide van de twintigste eeuw”. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken riep kort na de uitspraak de ambassadeur van het Vaticaan op het matje.

Paus Franciscus aan het einde van de herdenkingmis voor de Armeense genocide in de Sint-Pietersbasiliek. Foto AP / Gregorio Borgi

Turkije heeft zijn ambassadeur in het Vaticaan teruggeroepen, nadat Paus Franciscus het Armeense bloedbad vandaag heeft bestempeld als “de eerste genocide van de twintigste eeuw”. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken riep kort na de uitspraak de ambassadeur van het Vaticaan op het matje en wil nu ook overleggen met de eigen ambassadeur in het Vaticaan, meldt persbureau AFP.

De kerkvorst veroorzaakte de diplomatieke rel met uitspraken tijdens een speciale Armeens-katholieke herdenkingsmis in de Sint Pieterskerk in Rome. “Het verzwijgen of ontkennen van het kwaad is als het toestaan dat een wond blijft bloeden zonder dat je die verbindt”, zei hij. Hij riep de internationale gemeenschap op het bloedbad als genocide te erkennen. Hij vindt het zijn plicht om de mannen, vrouwen, kinderen, priesters en bisschoppen te eren die “gevoelloos” zijn vermoord.

Oorlogsslachtoffers of volkerenmoord?

De paus deed zijn uitspraken vooruitlopend op de herdenking - over een kleine twee weken - van de arrestatie en deportatie van zo’n 300 leden van de Armeense elite in Istanbul, dan precies honderd jaar geleden. Volgens de Ottomaanse bestuurders was de maatregel nodig, omdat Armeniërs landverraders waren die met Rusland, waarmee het Ottomaanse Rijk in oorlog was, heulden. Daarna begonnen de grootschalige deportaties uit Oost- en later ook West-Anatolië, schrijft onze correspondent Marloes de Koning.

Mannen werden vaak gelijk gedood. Vrouwen en kinderen stierven tijdens de mars richting het huidige Syrië. Dat ging door tot de zomer van 1916. In totaal kwamen ongeveer 800.000 Armeniërs om.

Hoewel historici het in grote lijnen eens zijn met de feitelijke gebeurtenissen, verschilt de interpretatie sterk. In Turkije is de stelling dat het om oorlogsslachtoffers gaat. Er woedde een burgeroorlog en er was een militaire noodzaak, stellen zij. Het woord ‘genocide’ is daarom niet passend. Volgens anderen ging het wel degelijk om het uitroeien van een ras.

Deze genocide-discussie is wereldwijd een politiek thema geworden, schrijft De Koning.

In Zwitserland is het verboden de Armeense genocide te ontkennen. De Franse senaat maakte ook zo’n wet, maar die is geblokkeerd door het Constitutioneel Hof. Armeniërs hopen al jaren dat het Amerikaans congres een resolutie aanneemt om de genocide als zodanig te erkennen.

Maar net als Nederland en Italië vermijden de Verenigde Staten het officiële gebruik van de term. De Nederlandse regering hanteert de term ‘de kwestie van de Armeense genocide’.

Lees verder in NRC Handelsblad: Het onbekende thuis van Talar (€), waarin Marloes de Koning Armenië bezoekt met haar vertaler, een Armeense uit Istanbul.