Zó goed gaat het nu ook weer niet

De positieve cijfers van de laatste weken vertellen niet het hele verhaal over de economische conditie van Nederland.

Wie behoefte heeft aan goed nieuws, moet zich op de persberichten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) abonneren. De positieve berichten over de Nederlandse economie stapelen zich op. Consumptie omhoog. Export omhoog. Vertrouwen omhoog. Maar hoe goed gaat het eigenlijk echt?

In de meest recente gegevens die het CBS over de economie verzamelt, zijn weinig zwakke plekken te ontdekken. Voor het eerst sinds zomer 2007 is het consumentenvertrouwen positief, zo meldde het CBS eind maart. Nederlanders kopen weer van alles: auto’s, elektronica en meubels. In januari lieten deze consumentenbestedingen de grootste stijging in vier jaar tijd zien. De export, de grote motor van de Nederlandse economie, groeide in januari het snelst sinds 2011.

In de ‘conjunctuurklok’ van het CBS, een belangrijke graadmeter, staan de meeste indicatoren op groen: het gaat in het eerste kwartaal van dit jaar de goede kant op. Alleen de industriële productie groeit niet erg sterk, maar het producentenvertrouwen ligt ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.

Hoofdzaak is dat het herstel „breed gedragen” wordt, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. De groei berust niet alleen op de export, maar ook op consumptie en investeringen. Daarmee zet een trend van vorig jaar door. De economie groeide toen met 0,9 procent, na twee jaren van krimp.

Maar wie breder kijkt dan de laatste cijfers, ziet een minder rooskleurig beeld. „Het gaat beter, maar niet goed genoeg”, zegt Tim Legierse, hoofd nationaal onderzoek van Rabobank.

Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking ligt volgend jaar volgens zijn ramingen nog steeds onder dat van 2008, toen de crisis begon. „De economische groei blijft zwak”, zegt Legierse. Hij gaat uit van 1,75 procent groei in 2015 (het CPB rekent op 1,7 procent).

Groeicijfers van voor de crisis, van 3 of soms wel 4 procent, zitten er niet in. De economie kampt met enkele hardnekkige problemen. Hier volgen er drie.

1 Werkloosheid blijft hoog, ouderen zijn de klos

Op dit moment zijn 633.000 mensen in Nederland werkloos – minder dan de 700.000 van begin vorig jaar, maar nog steeds fors boven het niveau van voor de crisis (tussen de 300.000 en 500.000).

En de langdurige werkloosheid blijft stijgen, zegt Van Mulligen van het CBS. „Jongeren met flexcontracten komen wel aan het werk, maar ouderen en lager opgeleiden vangen bot. Van de werklozen boven de 45 jaar zit meer dan 60 procent een jaar of langer zonder werk. Voor die mensen zelf is het dramatisch en de economie verliest aan arbeidspotentieel.”

Daar komt bij, zegt Legierse van Rabobank, dat er nog groepen de arbeidsmarkt op zullen komen die door de overheid de laatste jaren zijn gestimuleerd om te gaan werken.

De AOW-leeftijd is verhoogd, partners van AOW’ers krijgen minder toeslag en bijstandsmoeders moeten aan de slag. „Op de lange termijn is het goed dat er meer mensen gaan werken, gezien de vergrijzing. Maar het is de vraag of we nu genoeg economische groei hebben om iedereen een plek te geven.”

2 Hypotheekschulden drukken consumptie

En die groei wordt weer afgeremd door de hoge hypotheekschulden van Nederlandse huishoudens. Mensen zijn nog steeds bezig met het in balans brengen van de huishoudboekjes. „Wie moet aflossen, kan niet consumeren”, zegt Van Mulligen.

De situatie verbetert wel: vorig jaar daalde de totale hypotheekschuld met 6 miljard euro, tot 657 miljard. Het ergste is achter de rug. Maar nog steeds is die totale hypotheekschuld ongeveer even groot als de hele Nederlandse economie. Medio jaren negentig was de schuld nog de helft van het bbp.

„Een groot deel van de huishoudens staat nog steeds ‘onder water’”, zegt Legierse. Die situatie kan nog even blijven bestaan: de stijging van de huizenprijzen zette in het eerste kwartaal van dit jaar niet door, zo bleek afgelopen week uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Omdat de inflatie nu zo laag is daalt de schuld ook nauwelijks in waarde.

De grote Nederlandse hypotheekschuld is een probleem waar De Nederlandsche Bank, de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de grote industrielanden (samenwerkend in de OESO) zich al jaren druk over maken, maar waarin maar langzaam verbetering komt.

3 Bedrijven worden rijker, maar burgers niet

Daar komt bij dat de portemonnee van Nederlanders al sinds de eeuwwisseling amper dikker wordt. Het ‘reëel beschikbaar inkomen’ (dat wat huishoudens kunnen uitgeven na aftrek van inflatie) stijgt nauwelijks.

Dit ondanks het feit dat het bbp sinds het jaar 2000 wél is gegroeid. In de periode 2000-2014 steeg het bbp met 15 procent, de consumptie met 2 procent. Tot in de jaren negentig gingen de groei van bbp en van inkomen gelijk op.

„De groei komt niet meer terecht bij mensen zoals u en ik”, zegt Van Mulligen. Waar dan wel? Bij bedrijven, zo liet het CBS in september zien. Van het totale beschikbare inkomen ging in 2001 nog 5 procent naar bedrijven, in 2013 was dat 11 procent.

Deze ontwikkeling zie je niet alleen in Nederland, zegt Van Mulligen. Internationaal is er flink debat over. „In de VS staan de inkomens van de middenklasse al sinds de jaren zeventig onder druk. Hoe dit komt is nog steeds onduidelijk, misschien heeft het met de globalisering te maken. Het heeft in elk geval impact op de consumptie. Een bron van groei valt weg.”