Wederhoor is meer dan een kadertje met een ‘reactie’

Kunt u even in vijftig woorden uitleggen waarom het niet waar is wat we over u hebben gehoord? Een cliché over journalistiek: eerst wordt het requisitoir opgesteld, en dan krijgt de verdachte een uurtje om te ‘reageren’.

Het Amerikaanse blad Rolling Stone ging er de mist mee in, met een geruchtmakend stuk over verkrachting op een campus. Het blad was afgegaan op het verhaal van een slachtoffer en had te weinig gedaan aan wederhoor. Tunnelvisie.

Het maakt eens te meer duidelijk dat wederhoor geen sluitpost is van journalistiek onderzoek, maar daar integraal onderdeel van moet uitmaken.

Wederhoor hoeft niet altijd, bij algemeen bekende feiten of bij persoonlijke meningen. Maar het is verplicht bij feitelijke beschuldigingen. Trouwens, al is het niet verplicht bij meningen („Ik vind de voorzitter een sukkel”), een reactie vragen is nooit weg – er zou eens nieuws uit kunnen komen („Crisis in raad van bestuur na sukkel-opmerking”).

Het spraakmakende interview dat de krant onlangs bracht met de zus van Willem Holleeder (‘Mijn broer Willem Holleeder is een psychopaat’, 24 maart) was bijvoorbeeld wel haar subjectieve verhaal – maar ook dat werd tevoren gemeld aan Holleeders advocaat en het Openbaar Ministerie – die niet wilden reageren.

Daarnaast heeft NRC Handelsblad sinds een tijdje de gewoonte om bij sommige stukken een kadertje te zetten met een „reactie” van de betrokkene. Daarmee laat de krant de lezer zien dat er netjes om een reactie is gevraagd. Zo’n kader stond bij onderzoeksverhalen over SNS Reaal, de NZa en onlangs bij dat naar welzijnswerker Nanko van Buuren.

Toch heb ik daar een bedenking bij. Zo’n kadertje kan juist suggereren dat het onderzoek eerst is afgerond, en de krant de beklaagde toen pas heeft gebeld. Terwijl in werkelijkheid, zoals bij de NZa, vaak uitputtend de gelegenheid is geboden om voor publicatie op een stuk te reageren. Ik zou zeggen: gebruik het dan ook alleen als een partij niet of nauwelijks, of louter formeel, wil reageren.

Bij het onthullende stuk over Nanko van Buuren wil ik wat langer stilstaan, omdat daar gedetailleerde klachten over kwamen – op het punt van wederhoor.

De conclusie van dat lange stuk (Fabels uit de favela’s, 22 maart, 4.000 woorden) was dat Van Buuren, bewierookt welzijnswerker, rondom zijn werk in de sloppenwijken van Rio de Janeiro een web van fantasie, overdrijving en verzinsels had gesponnen. Hij schermde met titels die hij niet bezat, met cijfers over projecten die hij niet hard kon maken, legde geen verantwoording af over donaties, en werd achtervolgd door verhalen over seksueel misbruik. Een ontlastend onderzoek waar hij en zijn Nederlandse stichtingsbestuur naar verwezen, bleek niet te bestaan. Die meldingen werden de aanhef van een nieuwsbericht (Klachten over Nederlandse weldoener in Rio miskend, 22 maart).

Bewonderaars van Van Buuren spraken van karaktermoord op een man die zich niet meer kon verdedigen: hij overleed onverwachts, kort na een tweede interview. Dat gruwelijke feit stelde de krant voor de vraag: publiceren of niet? Het eerste gebeurde, met als argument het publiek belang: gebrek aan toezicht en controle op een man die de spil was van veelgeprezen hulpprojecten.

En het wederhoor? De krant sprak twee keer uitgebreid met Van Buuren – in Amsterdam en in Rio – en het Nederlandse bestuur van zijn stichting, dat ook inzage kreeg in documenten en het conceptartikel. Het Braziliaanse stichtingsbestuur zegde een afspraak af. De stichting bestrijdt de bevindingen van de krant.

Een voorbeeld: Van Buuren zou wel degelijk ‘psychiater’ zijn geweest, of ‘sociaal psychiater’. Als bewijs dient een Engelstalige verklaring van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid uit 1990, waarin „to whom it may concern” staat dat Van Buuren „gekwalificeerd sociaal psychiater” is en een „graad” behaalde aan de universiteit van Triëst in 1976.

Heeft de krant dat genegeerd? Nee. Maar navraag bij het ministerie van Volksgezondheid (en de universiteit van Triëst) leverde geen bevestiging op van de status van dit document, en geen enkele titel, diploma of accreditatie van Van Buuren. Zelf erkende hij tegenover de krant dat hij in Triëst niet meer dan een „cursus antipsychiatrie” had gevolgd.

Ander punt: Van Buurens werk kreeg wél een prijs van de Banco Santander. Ja, maar niet de prijs waar hij zich op beriep, een voor „goede en transparante aansturing en verantwoording”.

Ook een verwijt: verslaggever Hugo Logtenberg zou niet zijn gaan kijken bij projecten van Van Buuren in Rio. Ja, maar zijn co-auteur, correspondent Floor Boon, deed dat wél, herhaaldelijk, en met ontnuchterende resultaten. Van Buuren, zegt zij, was vaag en ontwijkend, van geen enkel project kreeg Boon harde bewijzen. Dat had overigens wel uitgebreider in het stuk mogen staan, het is een belangrijk deel van het onderzoek.

Over het seksueel wangedrag: de meldingen daarvan komen niet uit een ‘welzijnskliekje’, of van Hollandse droogstoppels die niets van de Braziliaanse cultuur begrijpen. Maar, zoals in het stuk staat, van uiteenlopende betrokkenen, die zelf ook in de favela’s werkten en die vonden dat Van Buuren te ver ging. Ook die meldingen zijn hem voorgelegd – zijn ontkenning staat in het stuk.

Ik betwijfel wel of de krant er goed aan heeft gedaan nu juist van dat aspect het nieuws te maken. De pointe was dat ook die meldingen niet werden onderzocht. Ja, goed, maar alleen al het noemen van pedofilie is anno 2015 een knalrode lap. Je leest zo’n bericht dan toch als een aantijging. Wil de krant iemand over het graf heen voor pedofiel uitmaken?

Daarom had ik het beter gevonden als de krant het verhaal algemener had angekeild op het fabuleren en gebrek aan toezicht – dat was de kern van het stuk. Een profiel van Van Buuren, naast het onderzoek, had ook geholpen, en de indruk voorkomen van een postuum requisitoir. De meeste lezers hadden denk ik nog nooit van hem gehoord (ik niet).

Maar: het verhaal was relevant, en aan wederhoor was geen gebrek.