Column

Waarom ‘meer Europa’ juist beter is

De Belgische oud-minister en voormalig NAVO-secretaris-generaal Willy Claes heeft laatst gewaarschuwd dat Europa geen Europese defensie moet bouwen als die niet steunt op een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid.

Hij heeft het grootste gelijk van de wereld. De kans dat de Europese defensie ooit van de grond komt, is klein. Maar áls het gebeurt, dan komt die er ongetwijfeld zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid. En achteraf krijgt iedereen dan spijt dat ze niet beter naar mensen als Claes hebben geluisterd.

Claes trok, terecht, een parallel tussen Europese defensie en de euro. Toen de euro er kwam, zeiden velen: je kunt geen munt delen met zijn allen zonder dat je de economieën van deelnemende landen in het gareel houdt. Anders vliegt er één uit de bocht, die allen in gevaar brengt.

Dus je hebt een Europese economische regering nodig, die scherp op alle nationale begrotingen en tekorten let en zonodig kan ingrijpen. Je moet ook een reddingsmechanisme voor de euro hebben: wat als het fout gaat en er is geen scenario? Maar daar waren Europese landen niet klaar voor. Controle op de begroting? Wat dachten ze wel in Brussel? Europese landen waren toch soeverein?

En zo kwam er één Europese munt, maar bleef de economische politiek nationaal. Elk land deed met zijn economie wat het wilde. Zonder pottenkijkers en bemoeienis van buitenaf. Dat ging jaren goed – tot de crisis van 2008. Sindsdien zijn politici bezig om die Europese politiek-economische aansturing en noodclausules alsnog op te tuigen. Ze moeten wel. Maar nóg kwakkelt de euro. Waarom? Omdat het nog veel te bilateraal is, en te weinig Europees.

Met de banken ging het precies zo. Vroeger had Europa vooral nationale bankjes, met nationale bankregels en depositogaranties. Toezichthouders mochten de grens niet over. Toen kwam de Europese interne markt. Banken begonnen, net als verzekeraars en luchtvaartmaatschappijen, aan een enorme schaalvergroting. Nu, achteraf, schelden mensen graag op bankgiganten: jarenlang hebben ze gedaan wat ze wilden en er uitstekend aan verdiend – maar nu die banken vol rommel zitten, moet de staat ze overeind houden. Met belastinggeld.

Dit is allemaal waar. Maar hoe komt dat? Omdat de politici de banken ‘Europees’ lieten gaan maar de autoriteiten en de politieke aansturing nationaal hielden, net als bij de euro. Als je banken hebt in 22 landen, moet je Europees toezicht hebben – stevig toezicht, dat banken de wet kan voorschrijven. Je hebt Europese depositogarantie nodig, en één grote pot resolutiegeld.

Waarom zijn de banken, zeven jaar na ‘Lehman’, nog altijd niet boven Jan? Ja, er is Europees toezicht. Maar dat is niet machtig genoeg. Depositogarantie is nog nationaal. Resolutie is er wel, maar de pot geld niet. In tijden van crisis willen burgers de ramen dicht doen en durft geen politicus voor ‘meer Europa’ te pleiten. Dus blijft het improviseren.

Zo is het ook met de Europese defensie. Als er geen Europese politieke aansturing en ruggesteun is, ofwel een gemeenschappelijke buitenlandpolitiek en niet (zoals nu) 28, kan het ook hier goed mis gaan. Sommigen zeggen: Europa is militair te afhankelijk van de VS en als wij ons niet naar de plannen van het Pentagon willen voegen, moeten we een eigen defensie hebben. Commissievoorzitter Juncker opperde dat laatst ook. Maar meerdere van de 22 EU-landen die in de NAVO zitten, waaronder Nederland, zien niets in EU-defensie. Gezien de onweerstaanbare neiging van Europeanen om hun projecten in de verkeerde volgorde op te tuigen, lijkt dat het beste standpunt.