Op neerhalen met Russische raket rustte taboe: leidersrol NL was heilig

Hans Wiegel zal niet de enige Nederlander zijn die van meet af aan ‘geen goed gevoel’ had over de aanpak door de regering van de ramp met de MH17.

In zijn opiniebijdrage van 8 april (Recht zal z’n loop hebben, maar met MH17 is dat steeds moeilijker) noemt Wiegel drie belangrijke momenten uit de actualiteit.

Het is echter is te hopen dat de Tweede Kamer ook aandacht zal willen schenken aan de primaire reactie van het kabinet – waarin toen Frans Timmermans nog de minister van Buitenlandse Zaken was – dat onmiddellijk druk diplomatiek overleg ontketende over een internationale politiemissie. Die missie zou onder de vlag van de Verenigde Naties het onder Nederlandse leiding staande internationale onderzoeksteam beschermen.

De vraag wie het toestel van Malayasia Airlines Flight 17 had neergehaald, werd vrijwel weggedrongen door deze aanspraak van ons land op de hoofdrol.

Op 24 juli 2014 meldde persbureau ANP uit Kiev: „Nederland heeft nu ook echt officieel de leidersrol in het onderzoek naar de vliegramp in Oekraïne. Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken tekende donderdagmiddag in Kiev met zijn Oekraïense collega Pavlo Klimkin een overeenkomst daarover.”

Vanaf dat moment was het alsof in Den Haag op Amerikaanse, Australische of Duitse veronderstellingen dat de MH17 met een Russische raket was neergehaald een taboe rustte, omdat onze leidersrol erdoor in gevaar kon worden gebracht.