Toezichthouder ACM beboet veel minder dan kabinet wil

Mededingingsadvocaten hebben kritiek op ACM, omdat zij geen afschrikwekkende boetes oplegt en ingewikkelde zaken niet zou aanpakken.

Opgelegde boetes ACM lopen al jaren terug

Terwijl het kabinet wil dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hogere boetes oplegt aan bedrijven die prijsafspraken maken of consumenten misleiden, doet de toezichthouder juist het tegenovergestelde. In 2014 was het boetebedrag dat de ACM aan bedrijven oplegde lager dan de jaren ervoor: 7,5 miljoen euro.

In het regeerakkoord spraken VVD en PvdA in 2012 af dat de ACM in 2014 het tienvoudige zou opleggen: 75 miljoen euro. In 2017 moest dat bedrag verder oplopen tot 125 miljoen euro zijn. Die eis is inmiddels van tafel, maar een wetsvoorstel dat het maximum boetebedrag verhoogt is in de maak.

De vraag is of dat zinvol is. De ACM legt al bijna nooit de maximum boete op. Het valt de ACM sowieso „heel zwaar” om overtredingen vast te stellen, zeggen kritische mededingingsadvocaten. En als de toezichthouder dan een kartel beboet, dan sneuvelt de zaak niet zelden voor de rechter.

De ACM bestaat deze maand twee jaar. De toezichthouder ontstond twee jaar geleden uit een fusie tussen telecomwaakhond Opta, de Consumentenautoriteit en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Sinds de oprichting van de ACM is Chris Fonteijn bestuursvoorzitter.

Fonteijn is zelf helemaal niet overtuigd van het afschrikwekkende effect van hogere boetes. Hij wil dat bedrijven hun gedrag vrijwillig verbeteren. Daarom zet hij in op innovatief toezicht, zoals ‘normoverdragende gesprekken’ en nudging. „Wij zijn geen machotoezichthouders.”

Mededingingsadvocaten zeggen dat zaken die strandden bij de rechter, zoals de vernietiging van twee miljoenenboetes in het ‘glaskartel’, de ACM „onzeker” hebben gemaakt. De ACM zou geen ingewikkelde zaken meer durven aan te pakken.

Fonteijn bestrijdt dat. Wel denkt hij dat er minder kartels zijn in Nederland. „Nederland heeft een behoorlijke compliance-cultuur gekregen vergeleken met omliggende landen.”

Ook ziet de buitenwereld volgens hem maar „een deel van de ijsberg”, omdat bedrijven procederen over wat de ACM bekend mag maken. „En er zitten grote zaken in de pijplijn.”

Advocaten hebben ook kritiek op de normoverdragende gesprekken die de ACM voert met de top van verdachte bedrijven. Bij de gesprekken – „met een kopje koffie”, aldus Fonteijn – mag vaak geen advocaat aanwezig zijn en wordt het bewijsmateriaal niet getoond. Bedrijven moeten wel instemmen met de eisen van de ACM. Advocaten noemen dat een vorm van „bestuurlijke chantage.” Fonteijn vindt dat „ongelooflijke flauwekul”.