Stille leider is zichzelf

De trainer die met PSV afstevent op het kampioenschap, is een bedachtzame man die pas een topsalaris wilde als hij top presteerde. „Hij is bescheiden.”

FOTO MARCEL VAN HOORN / ANP

Tot ver buiten Eindhoven reist Omroep Brabant achter PSV aan. Van Moskou tot Minsk en Athene tot Sint-Petersburg: na elk Europees duel praat verslaggever Paul Post met betrokkenen. Behalve met de trainer. Phillip Cocu geeft alleen interviews aan zenders die de tv-rechten bezitten. Zo luidt het protocol en daar wijkt hij zelden van af. Pech voor Post.

Hoewel Omroep Brabant bij doordeweekse persconferenties als eerste het woord krijgt, zegt het veel over Cocu. De coach van de aanstaande landskampioen PSV is zuinig op zijn woorden en laat zich niet verleiden tot spontane woede (Louis van Gaal), publieke ergernis aan eigen spelers (Ronald Koeman) of een knipoog naar zijn toehoorders (Frank de Boer).

Vaak zegt hij dat de eerstvolgende wedstrijd het belangrijkst is, duels worden beslist op details en dat PSV zich in de titelstrijd niet moet laten afleiden. Dat laatste zei hij donderdag nog in zijn voorbeschouwing op het weekeinde. Veelal voorspelbare teksten zijn het, uitgesproken op de koele toon die net zo goed weerklinkt na een fraaie overwinning. Ook euforie beleeft Cocu met mate.

Schuw is hij niet, zeggen bekenden van Cocu. „Er wordt hem weleens verweten dat hij geen emotie toont, maar is dat geschreeuw dan zo goed?”, zegt zijn zaakwaarnemer Rob Jansen. „Phillip gaat juist professioneel om met de media.”

Voormalig PSV-voorzitter Harry van Raaij: „Extravert zijn is geen pre voor een trainer bij een topclub. Iemand moet zichzelf zijn. Veel belangrijker is zijn relatie met de spelers. Als dat niet klikt, heb je niks aan charisma.”

Puur gelet op de resultaten lijkt de relatie goed. Dankzij de overwinning op PEC Zwolle van vrijdag (3-1) is de eerste landstitel sinds 2008 zo goed als binnen. Mocht nummer twee Ajax zaterdagavond verliezen bij Heracles Almelo, dan is deze zelfs een feit. Dan is het ook PSV gelukt om kampioen te worden met een trainer uit de eigen gelederen. Net als Ajax met clubman Frank de Boer.

Dat eigen DNA was bij PSV een belangrijke reden om Cocu op te leiden als trainer. Een voormalig aanvoerder en viervoudig kampioen, die als leider in het veld zo’n sterke indruk maakte dat hij na zijn afscheid bij PSV meteen kon beginnen als assistent bij de hoofdmacht. „Als speler had hij al een positieve invloed op jongeren”, zegt Harry van Raaij. „Jongens als Ibrahim Afellay begeleidde hij op de weg omhoog.”

Zijn voormalige trainer Guus Hiddink zag dat ook. In het boekje dat werd uitgedeeld bij Cocu’s afscheidswedstrijd in 2009, noemt hij de intelligente middenvelder een „geboren leider”. Hiddink ziet in hem een Nederlands voetbalicoon. „Ik kan geen zwakke plek ontdekken.” Al even lovend is Louis van Gaal. Hoewel die wel zegt: „Hij had, volgens mij, nooit gedacht dat hij leiderskwaliteiten bezat.”

Zelfkennis

Mogelijk draagt die innerlijke twijfel eraan bij dat Cocu als trainer voor de weg der geleidelijkheid kiest. Na een afsluitend jaar bij Al-Jazira in Abu Dhabi begint hij liever bij de jeugd. „Hij wilde rijpen”, zegt Tiny Sanders, die vorig jaar door Toon Gerbrands werd opgevolgd als algemeen directeur. „Phillip stelt zich open om te leren van anderen. Dat is zijn kracht. Geen zwakte.”

Bewust wil Cocu in maart 2012 alleen tijdelijk hoofdtrainer worden van PSV. Na het ontslag van Fred Rutten lonkt een langere aanstelling, maar Cocu doet wat hij zich al eerder heeft voorgenomen: eerst een eigen jeugdteam trainen, de A1. Waarmee hij trouw is aan zijn eigen plan zoals hij ook trouw is aan zijn contracten - die dient hij altijd uit. „Hij nam met die stap terug een risico, want hij had niet de garantie dat hij het jaar erop wel hoofdtrainer zou worden”, zegt Sanders. Zijn opvolger Dick Advocaat had ook langer dan een jaar kunnen blijven.

Als het eenmaal wel zover is, stelt Cocu zich bescheiden op in de contractonderhandelingen. „ Phillip zei dat hij pas een topinkomen verdiende als hij top presteerde en kampioen zou worden.” Niet zelden is het juist andersom.

Cocu heeft overwogen om zich na zijn carrière op een ander vakgebied te richten. Voormalig PSV-voorzitter Rob Westerhof wees hem op een vermaarde sportmanagementopleiding in New York. Een perfect alternatief voor een ex-vwo-leerling die naast Engels ook vloeiend Spaans spreekt. Toch kiest Cocu voor het voetbal, waarbij hij voor lief neemt dat deze wereld zich onder een vergrootglas afspeelt. Hij is niet zo van de interviews. „Alleen als hij iets te zeggen heeft”, zegt Van Raaij. „Dat had hij als speler al.”

De speler Cocu was een stille doch gerespecteerde kracht. Vlak voor zijn eerste schreden op het voetbalveld had hij van spanning vreselijk moeten huilen, zei zijn vader eens. Tot hij de bal zag. Weg verdriet, leve het vertier.

Zijn profdebuut volgt in 1989 als invaller bij AZ, uit tegen NEC. Trainer Hugo Hovenkamp vindt dat de pas 17-jarige Cocu er klaar voor is. Tot woede van de bestuurders van AZ, die daardoor een opleidingsvergoeding van tienduizend gulden moeten betalen aan zijn oude club AFC ‘34. Ze konden toen niet weten dat ze een jaar later zes ton zouden beuren door zijn transfer naar Vitesse.

Na Vitesse komt PSV. Gevolgd door zes jaar bij FC Barcelona, waar hij aanvoerder wordt van een team waarin Ronaldinho de grote man is. De Braziliaanse dribbelaar swingt, terwijl Cocu haast onopvallend het spel verdeelt. Toch noemde Rivaldo, een andere Braziliaanse vedette, hem van onschatbare waarde.

Ondertussen raakt Cocu verknocht aan Spanje. Hij leert er Spaanse wijn drinken en koestert de rust in het bergdorp Sant Cugat del Valles, waar hij bevriend raakt met buurman Frank de Boer, toen ook spelend voor Barcelona. De Boer is ook degene die in de kleedkamer het woord neemt als Cocu zijn honderdste interland heeft gespeeld. Of Cocu dat wil of niet.

Teruggetrokken als hij kan zijn, vreest Cocu begin 2014 voor zijn privacy als hij wordt getroffen door wat later een goedaardige tumor in zijn ruggenmerg bleek te zijn. In het ziekenhuis in Leiden zetten ze daarom een andere naam op zijn deur. „Het ziekenhuis heeft er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat ik privé kon herstellen”, zegt hij later in het blad Helden.

Spontaan last hij na zijn herstel een persconferentie in. „Ik wilde naar buiten treden om iedereen te bedanken voor de steun.” Daarna bedankt hij verslaggevers voor het feit dat ze hem met rust hebben gelaten. „In de dynamische wereld waarin alles nieuws is, doet dit me heel erg goed dat we respectvol met elkaar omgaan.”

Na de operatie is hij meer gaan relativeren. In plaats van een kwalificatieduel van Jong Oranje kiest hij voor de ouderavond op de school van zijn zonen.

Crisis

Niet alleen de zware operatie en de maandenlange revalidatie maken 2013-2014 een woelig jaar voor Cocu. De zwakke prestaties in de eerste seizoenshelft vallen ook tegen. Eind 2013 staat zijn ploeg zelfs tiende – normaal dodelijk voor een trainer bij PSV. Cocu zou te naïef zijn. Geïnspireerd door zijn gloriejaren bij FC Barcelona predikt hij aanvallend voetbal, maar ondertussen blijkt het piepjonge PSV te groen om tegenstanders de wil op te leggen.

Het woord crisis valt. Overal. Behalve in Philips Stadion. Daar zien technisch manager Marcel Brands en algemeen directeur Tiny Sanders waar ze al op berekend zijn: groeistuipen. Zowel bij de spelers als hun trainer. „De opdracht voor Phillip was dat hij een jong team zou klaarstomen om structureel succesvol te worden”, zegt Sanders. „Zijn positie heeft nooit ter discussie gestaan.”

Cocu krijgt vertrouwen en ontwikkelt stap voor stap een speelstijl die wel werkt. Inzakken, snelle passes vooruit en gokken op de snelheid van Memphis Depay en Luciano Narsingh, leunend op de kracht van controleur Andrés Guardado en de scoringsdrift van spits Luuk de Jong.

Hij maakt vrijdag de 3-1, na eerdere treffers van spelmaker Georginio Wijnaldum en rechtsback Joshua Brenet. Kersvers bekerfinalist PEC komt nog terug tot 1-1, via Maikel van der Werff, maar het is PSV dat domineert. Nu wel, tot grote vreugde in het stadion. Ongetwijfeld werd het weer een lange Brabantse nacht.

Nog even, dan is de titel een feit voor de man die nu ook als trainer bewijst dat hij een ploeg kan leiden. Zijn succesverhaal zouden ze graag horen bij de talkshow Studio Voetbal. Presentator Jack van Gelder zei het vorige week nog. „Phillip, je bent van harte welkom. We hebben je nu acht keer uitgenodigd. Kom nou een keertje.”