Noorwegen mag oliegeld niet meer in vieze firma’s beleggen

Noorwegen wil met zijn staatspensioenpot, die voornamelijk wordt gevuld met de opbrengsten uit de verkoop van olie, niet meer investeren in bedrijven die het milieu zwaar vervuilen. Dat beloofde de rechtse minderheidsregering vrijdag. Daarbij noemde zij geen bedrijven bij naam. Maar ze zou „bedrijven uitsluiten die een onacceptabele hoeveelheid broeikasgassen uitstoten”.

Dit is in lijn met het advies van een commissie van experts. Milieuactivisten en de politieke oppositie zijn echter teleurgesteld. Zij willen dat het fonds al zijn investeringen in fossiele brandstoffen terugtrekt. Omwille van het milieu, maar ook omdat Noorwegen zo twee keer wordt blootgesteld aan de schommelingen van de olieprijs. Maar de experts hadden geadviseerd om per bedrijf te bekijken of het fonds als aandeelhouder zijn invloed kan aanwenden om het milieubewustzijn van het betreffende bedrijf te vergroten.

Het Noorse staatsbeleggingsfonds, een van de grootste beleggers ter wereld (831 miljard euro, bezit zo’n 1,3 procent van de wereldmarkt), mocht al niet investeren in „bijzonder onmenselijke” wapenproducenten, de tabaksindustrie en bedrijven die schuldig zijn bevonden aan het schenden van mensenrechten of corruptie.

Vrijdag kondigde de Noorse regering ook aan dat zij een nieuwe commissie van experts vraagt om te adviseren of het fonds meer moet investeren in infrastructurele projecten en vastgoed.

Volgens de huidige regels moet het fonds 60 procent beleggen in aandelen, 35 procent in obligaties en 5 procent in vastgoed.

Het management van het fonds pleit er al langer voor om meer in infrastructuur en vastgoed te investeren, om het rendement te verhogen. (NRC)