Ruim één miljoen vluchtelingen en bijna geen hulp

Vliegvelden gebombardeerd, havens afgesloten, tientallen lijken in de straten en weinig tot geen hulp. Een humanitaire ramp dreigt in Jemen. Van een wapenstilstand wil Saoedi-Arabië niets weten.

Inwoners van Sana’a vluchtten woensdag na een luchtaanval door Saoedi-Arabië. foto Hani Mohammed/AP Photo

Jemen stevent af op een humanitaire catastrofe. Zestien dagen van bombardementen door Saoedi-Arabië en zijn sunnitische bondgenoten hebben een zware tol geëist: zeker 643 doden, 2.226 gewonden en ruim 100.000 ontheemden. Hulporganisaties waarschuwen dat die aantallen snel kunnen stijgen, omdat mensen op veel plaatsen geen toegang hebben tot voedsel, water en medische zorg.

Sinds het offensief begon, gaat er weinig het land in of uit. Er dreigt een gebrek aan voedsel en medicijnen, terwijl voor de oorlog al de helft van de 24 miljoen Jemenieten ondervoed was en eenderde afhankelijk was van humanitaire hulp. Veel vliegvelden zijn gebombardeerd, zodat de shi’itische Houthi-rebellen en hun medestanders ze niet kunnen gebruiken. Daardoor zijn grote delen van het woeste, bergachtige land moeilijk te bereiken.

Havens zijn dicht en luchtverkeer is grotendeels beperkt tot evacuatievluchten van buitenlanders uit het Westen en Azië. Air India is de enige luchtvaartmaatschappij die nog op Jemen vliegt. Toestellen met 182 stoelen nemen soms wel 240 mensen mee. Maar, de ruim een miljoen Afrikaanse migranten en vluchtelingen kunnen nergens naartoe.

Vrijdag landden twee vliegtuigen van het Internationale Rode Kruis en UNICEF in de hoofdstad Sana’a – de eerste hulp in ruim twee weken. Vorige week werd een toestel teruggestuurd door de Saoediërs. De vliegtuigen die vrijdag landden, hadden 32 ton aan medische goederen aan boord – net genoeg om 2.000 gewonden te behandelen. Ook bevatten ze water voor 80.000 mensen en voedsel voor 20.000 kinderen.

Tientallen lijken in de straten

Vooral de humanitaire situatie in Aden is dramatisch door de strijd tussen de Houthi’s en troepen van president Hadi. Inwoners melden dat er tientallen lijken in de straten liggen. Wijken zijn kapot geschoten, andere in brand gestoken. Een deel van het water- en stroomnet, waar een miljoen mensen van afhankelijk zijn, is opgeblazen. Sunnitische moskeeën roepen op tot de jihad tegen de Houthi’s, die ondanks de luchtaanvallen in het offensief blijven.

De enige manier om hulp naar Aden te krijgen is via zee. Een schip met 1,7 ton aan medische goederen van Artsen Zonder Grenzen meerde woensdag aan in de zuidelijke havenstad Aden. Later arriveerde ook een schip van het Rode Kruis met medische goederen en een chirurgisch team.

Een team van zes internationale artsen behandelde de afgelopen twee weken 580 mensen in een ziekenhuis in Aden. „We slapen om beurten een paar uur, meestal op de grond in de hal, op veilige afstand van de ramen in onze kamers”, schreef Valerie Pierre van Artsen Zonder Grenzen in The Guardian. De spanning en stress zijn enorm. Enkele ziekenhuizen zijn gebombardeerd, en ambulances worden regelmatig beschoten.

Eenderde van de strijders is kind

Eenderde van de strijders is kind, schat UNICEF. „We zien kinderen aan het front, bij controleposten en helaas ook onder de doden en gewonden.” Dat is niet zo verwonderlijk in een land waar 40 procent van de bevolking onder de 14 jaar is.

Het Rode Kruis roept de strijdende partijen op tot een gevechtspauze zodat er hulp de stad in kan – maar daar is tot nu toe geen gehoor aan gegeven. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR maakt zich vooral grote zorgen over de tienduizenden Somalische vluchtelingen in Basateen, een sloppenwijk aan de rand van Aden waar de gevechten de afgelopen dagen het hevigst waren. „De UNHCR kijkt naar mogelijkheden om de vluchtelingen uit Aden te evacueren”, zei een woordvoerder.

Ondertussen blijft Iran aandringen op een wapenstilstand. „Doodt geen onschuldige kinderen”, zei president Rohani. „Laten we nadenken over een einde aan de oorlog, een wapenstilstand, en humanitaire hulp voor de mensen die lijden in Jemen.” Maar Saoedi-Arabië gaat hier voorlopig niet op in. Het verdenkt zijn shi’itische aartsvijand Iran ervan achter de opmars van de Houthi’s te zitten en zegt pas te stoppen met bombarderen als president Hadi terug aan de macht is. Maar dit lijkt nu verder weg dan aan het begin van het offensief.