Publieke omroep: geen waarden maar cijfers

Fewer, bigger, better, luidt de nieuwe mantra in Hilversum. Minder politieke partijen van grotere omvang, stabielere coalities en beter bestuur – voor de politiek zélf zou ik het wel een goed motto vinden. Voor de publieke omroep niet. Fewer, bigger, better, het is een frase uit de innovatiewereld.

Het is de nieuwe mantra van Nissan, bijvoorbeeld. Een tijdje was de trend in de auto-industrie om in korte tijd meer verschillende producten te lanceren. Alleen, zo’n hit-or-miss strategie kost veel geld, verhoogt de risico’s en de wispelturige consument raakt alweer uitgekeken op de auto als accessoire. Kortom: concentreer je energie, focus. Minder investeringen, meer rendement.

En dat ‘better’, wat betekent dat? Weinig. Goeroes, peptalkers en motivators houden nu eenmaal van de drieslag (columnisten ook trouwens), maar je kunt het net zo goed weglaten. Het dient hier vooral als synoniem voor ‘bigger’. Het saldo. Betere resultaten. We gaan meer geld verdienen met minder producten.

Fewer, bigger, better – de huidige bewoners van het Maagdenhuis noemen het ‘rendementsdenken’. De financialisering van alles. De vermarkting van overheidstaken, de verelendung van de publieke sector. De obscene inkomensverschillen. De financiële markten, die geoptimaliseerde winstmachine die tot in de haarvaten het bloed uit de economie zuigt, en waarvan het leger spijtoptanten in stilte groeit. Geen waarden maar cijfers.

Het denken dat ons meer en meer de keel begint uit te hangen. Waarvan steeds meer mensen zich afvragen voor welk probleem het ook alweer de oplossing was. Dat sleets en vermoeid begint te raken. Dat al heimelijk zijn huik laat hangen en stiekem zijn knopen telt. Omdat we er wel zo’n beetje klaar mee zijn.

De nieuwe lijfspreuk van Nederlandse Publieke Omroep is het motto van een autofabriek. Van Nissan, nota bene. Waarom eigenlijk? Wat is eigenlijk het ‘probleem’ van de publieke omroep? In zijn huidige vorm kost de NPO ons drie euro per persoon per maand, een fractie van wat je als ingezetene van Duitsland of Engeland voor dezelfde voorziening betaalt. En een microscopische fractie van wat we jaarlijks aan zorg, onderwijs, sociale zekerheid of defensie kwijt zijn.

Ook wat er maximaal op de NPO te besparen valt, is nog peanuts. Nog geen halve promille van het overheidsbudget. (Zelfs de totale afschaffing zou maar 0,3 procent opleveren). En die arme NPO-bestuurders maar knikken en zwoegen en zweten om het plaatje weer kloppend te krijgen. En het praatje. Wacht eens, die Nissan-mantra, is dat niet wat?

Het enige ‘probleem’ met de Publieke Omroep heet Geert Wilders. Die stemmetjes wint door te fulmineren tegen die kleffe Hilversumse hofkliek, die laffe lakeien van de linkse elite – u kent de riedel.

Waarop de VVD niet zei: kef jij maar, mannetje, maar de publieke omroep is van grote waarde, hij is bovendien spotgoedkoop, dus als verstandige en beschaafde partij laten wij die fijn met rust, nee, men zei: wij gaan die hooligans een beetje paaien. Wij schuiven een ambitieuze nieuwkomer met een flexibel geweten naar voren en die gaat daar lekker wat hakken. Publiciteit gegarandeerd, het zijn tenslotte de media, dat gaat vanzelf. VVD schopt media-elite onder z’n kont, prima beeldvorming, het levert geen cent op maar allicht wat PVV-stemmetjes.

Weerzinwekkend, zei de PvdA tijdens de formatie (hopelijk), maar ja, ze waren aan het uitruilen, dus vooruit maar.

Óf het is inderdaad een geval van geen waarden maar cijfers. Van OCB, obsessief compulsief betuigingen. Ik zou niet weten wat erger is. Met zinnig bestuur heeft het in elk geval niets te maken.