‘Minister verdraaide feiten over wietteelt’

Coffeeshop K0sbor in Maastricht. Foto ANP/Marcel van Hoorn

Onderzoekers zijn niet te spreken over hoe hun publicaties over wietteelt door hun opdrachtgever, veelal het ministerie van Veiligheid en Justitie, zijn gepresenteerd. Dat leert een rondgang langs wetenschappers en onderzoekers.

Onwelgevallige publicaties zijn uitgesteld, conclusies selectief naar buiten gebracht (‘cherry picking’) en vraagstellingen zo gestuurd dat de uitkomst het beleid ondersteunt. Oud-minister Ivo Opstelten (VVD) gebruikte de rapporten om de harde aanpak van wietteelt te rechtvaardigen, maar het wetenschappelijk fundament daarvoor is brozer dan voorgesteld.

Twist

Zo zou het overgrote deel van de nederwiet naar het buitenland gaan. Elke poging van burgemeesters om wietteelt te reguleren veegde het ministerie er de afgelopen jaren mee van tafel. Zolang veel wiet de grens over gaat, is de gedachte, helpt regulering niet tegen illegale plantages en georganiseerde misdaad in Nederland.

Maar de KLPD-onderzoeker die in 2006 het rapport publiceerde waarop het ministerie de hoge exportschatting baseerde, kaartte intern aan dat dit niet de conclusie was uit zijn onderzoek. Daaruit bleek namelijk: we weten het niet. Diezelfde conclusie, getrokken door onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum in een nieuwe exportschatting vorig jaar, werd door Opstelten eveneens verdraaid. Onderzoekers die aan het rapport meewerkten zeggen “teleurgesteld” te zijn.

Dat regulering strijdig is met de wet en met internationale verdragen, is een andere belangrijke pijler van het harde aanpak van wietteelt. Opstelten liet onderzoeksbureau Rand Europe in 2013 een overzicht maken van landen die wietteelt toestaan of ermee experimenteren. Het bureau zegt verbaasd te zijn over de twist die de oud-minister aan het rapport heeft gegeven. Zijn conclusie, dat regulering in andere landen minder ver gaat dan gedacht, stond er niet.