Mijn proefschrift past in een studerend leven

„Een mens bepaalt z’n identiteit vooral door uitsluiting van andere mensen.” Foto Gijsbert van Es

Francina Valk werd onlangs geïnterviewd door Radio 1. De presentatoren introduceerden haar als een curiosum: een vrouw van maar liefst 83 jaar, die kort tevoren was gepromoveerd in Leiden.

„Voor mijzelf, en voor wie mij kent, is dat niet bijzonder”, reageerde ze op de inleiding. „Ik heb mijn hele leven gestudeerd.” Maar de radiomakers hielden vast aan hun ‘frame’. Of haar kinderen trots op haar waren? Of haar geheugen nog naar wens functioneerde? Of haar hersenen nog wel nieuwe kennis konden opnemen.

Waarnaar ze promotie-onderzoek had gedaan vertelde het radioverhaal amper. Goed, op deze plek wil zij haar verhaal nog wel een keer vertellen, mits haar onderzoek – en niet haar leeftijd – centraal staat. Thuis, in Schoorl, zegt ze:

„Hoe heeft het kunnen gebeuren dat gewone Duitse mensen zich massaal hebben laten meeslepen door het nazi-regime en de Holocaust? Met die vraag ben ik aan mijn onderzoek begonnen. De slechte sociaal-economische situatie in de Weimar-republiek leek mij onvoldoende verklaring.

„Mijn vader was van huis uit Joods, maar als jongeling had hij gebroken met zijn familie. Hij deed weinig aan zijn Joodse achtergrond. We hebben de oorlog overleefd doordat mijn moeder niet-Joods was.

„Pas een jaar of zeven geleden ben ik me gaan verdiepen in de geschiedenis van mijn Joodse familie. Dat kwam door een brief van een Zwitserse notaris, die ik op een dag zomaar kreeg. Ik bleek een van de erfgenamen te zijn van een mij volkomen onbekende broer van mijn vader, die al voor de oorlog zijn geld op een Zwitserse bank had gezet en in een concentratiekamp was vermoord. Het greep me aan: dat mijn zusjes en ik, en andere neven en nichten die wij niet kenden, nu opeens het geld kregen van mensen die vermoord waren...

„De Holocaust kwam hierdoor voor mij opeens in een totaal ander perspectief te staan. Mijn emoties werden de motor voor wetenschappelijk onderzoek en uiteindelijk een proefschrift.

„Ik analyseerde de psychische grondslagen van een ‘wij tegen zij’- mentaliteit. Ik baseerde me op de inzichten van de Bulgaars/Franse psychoanalytica Julia Kristeva. Zij verklaart hoe iemands ‘zelf’ tot stand komt in voortdurende wisselwerking met ‘de ander’. Zij laat ook zien hoe we deze ‘zelf tegen de ander’-dynamiek kunnen ontleden in literaire werken.

„Ik toetste Kristeva’s theorieën aan de hand van twee casussen: Franz Kafka’s De Gedaanteverwisseling en David Vogels roman Huwelijksleven. Door hun artistieke uitsluiting, het antisemitische beeld van ‘de Jood als de ander’, komt er in hun werk ruimte vrij voor een andere Joodse identiteit.

„De psychische grondslagen van een ‘wij tegen zij’-mentaliteit zijn in de wereld van vandaag weer buitengewoon actueel. Voor hetzelfde geld had ik dit mechanisme in Marokkaans-Nederlandse literatuur kunnen onderzoeken.

„Ontwikkeling van identiteit gaat gepaard met grote existentiële onzekerheid, stelt Kristeva. Het is een proces van jezelf losmaken, jezelf afzetten tegen de ander om zelf iemand te worden. Dat begint al bij de geboorte, wanneer een kind zichzelf letterlijk ontworstelt aan de baarmoeder. Dit gaat zo door tot en met de puberteit en eigenlijk een heel leven lang. Een mens bepaalt z’n positie vooral door zich af te zetten tegen andere posities, door uitsluiting van andere mensen.

„Kristeva beschrijft dit als driftmatige ontwikkeling. Het gebeurt onderhuids, in het verborgene, via een soort tweede taal. Het schokkende is: dit driftleven zit in ons allemaal, in ieder mens. Dit kan volledig ontsporen wanneer sociale regels en wetten hieraan geen grenzen stellen en de angst voor ‘de ander’, het onbekende, wordt aangewakkerd. Ik heb dit eerder in post-koloniale literatuur onderzocht, voor mijn doctoraalscriptie, in het werk van de afro-Amerikaanse schrijfster Toni Morrison.

„Ik ben bijna twintig jaar docent Engels geweest. Ik heb gezien hoe ‘pesten op school’ werkt. Ook dat is identiteitsvorming ten koste van de ander, weliswaar op een totaal andere schaal, maar het gaat me om het onderliggende gedragspatroon.

„Ik vind dat je kinderen ervan bewust moet maken dat dit zo werkt. Als leraar heb ik dat gedaan in mijn literatuuronderwijs. Ik koos een stuk tekst over botsingen en spanningen tussen karakters en ik liet de leerlingen erop reageren: ‘Wat zouden jullie doen onder die-of-die omstandig- heden?’ Dat gaf prachtige discussies, waarin de kinderen leerden zich in te leven in allerlei situaties.

„Neem bijvoorbeeld De Gedaanteverwisseling van Franz Kafka, over een man die opeens door zijn familie wordt uitgesloten, wat Kafka literair heeft verbeeld in een gedaanteverandering van mens tot kever. Ik interpreteer dit als Kafka’s ervaringen met vervreemding door het antisemitisme in Praag. Zijn verhaal geeft een levendige verbeelding van wat je kunt voelen als je allernaasten je opeens als ‘de ander’ zien. Kafka was vrijwel volledig geassimileerd; toch voelde hij haarfijn aan hoe het is om opeens als een paria behandeld te worden.

„David Vogel was van oorsprong een Russische dichter en schrijver, die een zwaar bestaan als Joodse balling in Wenen en andere Europese steden heeft geleid. Hij – en andere Joodse lotgenoten – begonnen in het Hebreeuws te schrijven, om via die oude taal een nieuw, eigen gevoel van identiteit te ervaren. Zijn werk geeft een scherp inzicht in het mentale isolement van Joodse ballingen in Europa tijdens het interbellum.

„Mijn studie is deels sociologie, deels psychologie, deels literatuuronderzoek en ook wel filosofie. Tegenwoordig zegt men dan: multidisciplinair. Zelf zeg ik liever: ik doe door louter nieuwsgierigheid gedreven onderzoek. Ik ben niet in een hokje te stoppen – en daar voel ik me goed bij.”