Column

Lente

Georgina Verbaan

Ik heb als volwassene aardig wat lentes mee mogen maken, maar het zijn die eerste negen op deze aarde geweest die de grootste indruk hebben gemaakt. Wanneer ik bij een glazig zonnetje een vliegtuig over hoor vliegen denk ik meteen aan smurfenklompjes. Want die had ik, witte. Van hout. Met een smurfin erop. Daar heb ik vaak mijn enkels in verzwikt.

Want ook dat is lente: pijn. Omdat je zo blij als een koe die de wei in mag naar buiten rent, recht een rozenstruik in. Of zingend met één been op de stoep en één been recht in een put, terwijl je bovenlijf doorhobbelde en je staal door je huid heen het bot van je scheenbeen in voelde schroeven.

En dan zijn er natuurlijk nog de episodes met de fiets en het prikkeldraad, die met de knieën vol met grind, en de spijker door de slipper of het nieuwe jasje dat besmeurd werd met hondenpoep.

Maar ik denk ook altijd even aan de piccalillymond van mijn bovenbuurmeisje van vroeger, Tamara. Die eeuwige gele zweem over die sproeten en die iets donkerdere gele korsten in de mondhoeken. Ze at op blauwe snoephaaien na niets anders, denk ik. Bij haar thuis hadden ze overigens ook, en daar was ik jaloers op, geel spul dat Tamara op haar wonden kreeg. Er was in mijn herinnering wel een paar keer per dag iets aan ons kapot. Ik kreeg dan gewoon wat prikkende jodium en een vleeskleurige afknippleister, maar zij kreeg een mysterieus geel poeder opgestrooid dat dan een uiterst interessante gele korst vormde. Ik heb altijd vermoed dat het iets met Piccalilly te maken had.

Lente was ook dooie vogels verzamelen en die in een kartonnen doosje waar hulzen voor het zelf maken van sigaretten in hadden gezeten, stoppen. Met wat watjes, mooie steentjes, een tekening en een smurf die ik toch dubbel had, werd zo’n beest dan ergens in de bosjes tussen de flats begraven.

Maar de lente was vroeger ook de lente niet geweest zonder stiekem gespeeld te hebben met de naalden die de aan heroïne verslaafde onderbuurman door zijn raam naar buiten kieperde.

Wie heeft er nu nog een heroïne spuitende onderbuurman? Bijna niemand toch? Die zijn allemaal gaan chinezen. Ja, dat is jeugdsentiment.

Oeh, mag je dat eigenlijk nog zeggen, chinezen?