Korpschef Bouman: ‘Er sluipt een gif de nationale politie binnen’

Donderdagavond hield minister Asscher (sociale zaken) de Martin Luther King lezing – daarin citeerde hij uit een interne blogtekst van de korpschef Gerard Bouman voor het personeel van de nationale politie. “Het gif sluipt naar binnen”.

Donderdagavond hield minister Asscher (sociale zaken) de Martin Luther King lezing - daarin citeerde hij uit een interne blogtekst van de korpschef Gerard Bouman voor het personeel van de nationale politie. De gisteren uitgelekte tekst, van 16 februari, getiteld  ’de Anderen’ staat hieronder volledig. “Ik weiger het mooier te maken dan het is”.

“Jaren her ontmoette ik als korpschef van Haaglanden een jonge agente van Marokkaanse origine. Tijdens een werkbezoek aan haar wijkbureau sprak zij mij aan. Over een fenomeen dat nu nog veel heftiger speelt dan toen: grapjes en terloopse opmerkingen die haar herkomst en geloof raakten. Niet incidenteel, maar elke dag. Niet één collega, maar vrijwel iedereen. Vaak ongetwijfeld leuk bedoeld, maar toch. Hoe mateloos irritant en kwetsend zoiets op haar overkwam. Hoe unheimisch dat voelde en hoe moedeloos het stemde. Het kwam haar werkelijk de strot uit.

Sinds Charlie Hebdo is er enorm veel gebeurd in ons korps. Wij hebben met open oor naar onze mensen geluisterd. Ook al kunnen wij niet meteen alle wensen waarmaken, wij beseffen wat er leeft. De Koninklijke Marechaussee neemt een deel van de statische beveiliging over, zodat wij maximaal in de wijken kunnen blijven. Er kwamen maatregelen rond de inzet van onze bijzondere diensten. Extra veiligheid kreeg prioriteit. Maar er gebeurt nog wat. Iets wat mij mij zorgen baart.

Er sluipt een gif onze organisatie binnen. Het gif van de uitsluiting. Mij bereiken verontrustende signalen. Ik geef u een paar voorbeelden. Een leidinggevende die in het bijzijn van tientallen politiemensen aan een collega met een baard vraagt of hij soms ook aan het radicaliseren is. Hebt u enig idee wat dat teweegbrengt bij de aanwezige collega’s met een moslimachtergrond?

Er zijn politiemensen in uw omgeving die het gewoon niet meer trekken om elke dag weer uitleg te moeten geven over IS, Parijs, Marokkanen en vult u verder zelf maar in. Die het spuugzat zijn dat maten met wie ze zo de straat opgaan het tijdens het journaal zonder enige terughoudendheid hebben over die kutmoslims en dat wij die moskeeën maar in de fik moeten steken, want dan is het probleem opgelost. Excuus voor mijn taalgebruik, maar dit weerklinkt momenteel in de agentenwacht. Ik weiger het mooier te maken dan het is.

Kunt u zich voorstellen hoe het voelt als uw medesurveillant besluit een burger van de straat te plukken, omdat die moslim vast wel een bomgordel zal dragen? Een burger die alleen een koran en een gebedskleed bij zich blijkt te hebben en toch geboekt wordt als potentieel terrorist. Wat er dan door iemand heengaat die toegewijd politieman en moslim is?

Ik citeer een e-mail van een collega met een islamitische achtergrond: ‘Niet alle medewerkers durven voor zichzelf op te komen, zeker niet als de teamleider degene is die de uitspraken maakt. Het doet me als mens dan ook veel als een collega huilt, omdat die zich gekleineerd voelt EN de bejegening goedpraat om het maar een plekje te geven.’

Vertrouwenspersonen hebben momenteel een dagtaak om zulke uitwassen op te vangen. Dit soort onveiligheid op de werkplek is geen probleem van individuele collega’s. Dat is een probleem van ons allemaal. Een probleem waar ieder van u – en zeker leidinggevenden – een zware verantwoordelijkheid voor draagt. Het is ook geen exclusief probleem voor moslimagenten, maar voor iedereen die afwijkt van het gemiddelde. Vanwege geloof en geaardheid. Of omdat zij bijvoorbeeld als zijinstromer dan wel recherchekundige niet in het plaatje passen dat wij altijd als norm gehanteerd hebben.

Diversiteit houdt mij dagelijks bezig. Ik praat er geregeld over met Paresia, een denktank met collega’s uit heel het land en met uiteenlopende achtergronden. Hoe krijgen wij dit voor elkaar? Ik streef geen afspiegeling van de maatschappij na. Daarin lopen types rond die ik beslist niet vertegenwoordigd wil zien binnen ons korps. Kwaliteit dient bovendien altijd de maatstaf te zijn.

Tegelijkertijd constateer ik dat wij heel wat kwaliteit niet aanboren. Waarom is het zo lastig om minderheden te werven voor de politie? Waarom vallen zo velen af tijdens de selectie en opleiding? Wat heeft dat te maken met de dominante cultuur binnen onze organisatie? En wat voor effect hebben verwerpelijke uitspraken over onder meer de islam op de motivatie van collega’s om zich met hart en ziel in te blijven zetten voor de politie en de samenleving?

Mijn doembeeld is Ferguson. Steden waar een witte politie staat tegenover een gemêleerde bevolking. Ik besef maar al te goed dat de huidskleur of het geloof van agenten hun verbinding met burgers uit allerlei culturen geenszins in de weg hoeft te staan. Integendeel, veel collega’s gaan daar voortreffelijk mee om. Maar ik ben bevreesd voor het beeld van een politie die niet pal lijkt te staan voor wie anders is. Die geen verbinding, maar repressie uitstraalt. Dat is niet mijn politie.

Hoe kunnen wij buiten instaan voor veiligheid en verbinding als wij binnen collega’s van ons vervreemden? Welk gewicht hebben de woorden integer, betrouwbaar, moedig en verbindend als wij deze kernwaarden richting elkaar niet waarmaken? Onze kracht zit juist in ons vermogen om verschillen te herkennen, erkennen en waarderen.

Alleen door intern en extern andersdenkenden te respecteren, kunnen wij getalenteerde politiemensen binnenhalen en behouden. Kunnen wij uitblinken in onze bijdrage aan de samenleving. Dat is mij heel wat waard. Daar zet ik mij dan ook volledig voor in. Samen met politiechefs en andere leidinggevenden. Samen met HRM en Paresia. En als het aan mij ligt samen met ieder van u.

Ik weet niet of de Marokkaanse agente van weleer nog bij ons in dienst is. Ik sluit niet uit dat zij gekozen heeft voor een werkkring met meer respect. Het zou begrijpelijk, maar betreurenswaardig zijn. Want wij hebben haar en alle ‘anderen’ hard nodig. In deze tijd en in de toekomst. Om waar te maken dat wij werkelijk een politie voor iedereen zijn. Zonder uitzondering. Laten wij ons dan daar ook naar gedragen en zorgzaam zijn. Binnen en buiten.”

Gerard Bouman
korpschef

Op dit weblog werd eerder over discriminatie en politieoptreden hier geschreven.