In de Schilderswijk kan een moslim zichzelf zijn

Hoe kijken de bewoners van de Haagse Schilderswijk tegen de rest van Nederland aan? En hoe denken zij dat de rest van Nederland naar hen kijkt? Portret van een wijk.

Foto's David van Dam

Een Marokkaanse Nederlander, ingenieur, goede baan bij een ministerie, is geboren en getogen in de Haagse Schilderswijk. Jarenlang vertrok hij elke ochtend in pak naar zijn werk. Vrijdagmiddag ging hij in djellaba naar de moskee. Als hij op tijd thuis was tenminste.

Kort geleden verhuisde hij met zijn vrouw naar een witte, chiquere buurt in Den Haag. Op vrijdagmiddag liep hij in djellaba. Een keurig geklede heer op de fiets zag hem en begon te schelden: ‘Jouw soort willen we hier niet!’

„Ik voelde niet eens woede”, zegt de man. „Eerder verbijstering.”

Hij wil niet met zijn naam in de krant. Het gaat niet om hem, vindt hij. Zelf maakt hij zoiets zelden mee. Maar hij weet dat het voor veel moslims anders is. Ze hebben het gevoel consequent met wantrouwen te worden bekeken. Wat dat betreft, zegt hij, mist hij de Schilderswijk. „Daar wonen zoveel moslims dat je ongestoord jezelf kan zijn. Dat kan niet overal in Nederland.”

Sinds een journalist van dagblad Trouw het fenomeen ‘sharia-driehoek’ introduceerde voor een paar straten binnen de wijk, is de Schilderswijk berucht. Het verhaal was dat een orthodox-islamitische meerderheid in deze buurt haar leefregels zou opleggen aan anderen. Er werd al direct na publicatie fel tegen geageerd, buurtbewoners herkenden de sociale druk niet. Later bleken veel bronnen van de journalist onvindbaar en zeer waarschijnlijk verzonnen.

Maar het beeld was neergezet, en het werd vorige zomer nog versterkt door demonstraties van een klein groepje radicale moslims. In de Schilderswijk zwaaiden zij met zwarte jihadvlaggen en riepen onder meer ‘dood aan de Joden’. Kort daarna trok het nationalistische gelegenheidscollectief Pro Patria door de wijk met Nederlandse vlaggen en leuzen als ‘wij zijn Nederland’ en ‘geen jihad in onze straat’.

Wat doet dat met de islamitische bewoners in de Schilderwijk? Voelen zij zich inderdaad unheimisch buiten hun eigen wijk? Hoe kijken zij tegen de rest van Nederland aan? En hoe denken zij dat de rest van Nederland naar hen kijkt?

Vrijwel iedere moslim die je in de Schilderswijk spreekt, begint over de beeldvorming. Het is het gevoel dat we anders zijn, zeggen ze. We worden altijd met een tikje argwaan bekeken. Of met onverholen agressie. Daardoor, vertellen ze, lijkt het alsof voor ons andere regels gelden dan voor autochtone Nederlanders.

Vrijheid van meningsuiting?

Aan voorbeelden geen gebrek. Vrijheid van meningsuiting? Die beschermt je als je moslims beledigt in een cartoon. Maar als jij als moslim in Rijswijk een benefiet organiseert om geld op te halen voor oorlogsslachtoffers in Syrië, wordt dat verboden – er zouden ‘haatimams’ komen die misschien dingen zouden gaan zeggen die niet door de beugel kunnen.

Is dat vrijheid van meningsuiting? Is dat de Nederlandse rechtsstaat? Als ze echt extreme standpunten zouden prediken, dan moeten ze dán worden aangepakt. Net als ieder ander. Maar niet uit angst vooraf.

Moslims worden anders behandeld dan niet-moslims, vinden ze in de Schilderswijk. Kijk naar de grote moskee die in Gouda gebouwd zou worden. Het college van B&W had het plan goedgekeurd. Alles leek in orde. En dan gaat de bouw op het laatste nippertje niet door.

Het diepe wantrouwen ten aanzien van moslims wordt sterker ervaren na de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs. Het is het gevoel mee te móeten doen in de samenleving. Maar dat niet mógen doen als moslim.

Krijn Vermaas (68) fietste laatst van Duinoord naar de Schilderswijk in Den Haag, waar hij twee keer per week cito-training geeft aan kinderen uit groep 7 en 8. Hij stopte voor het rode licht. Naast hem stopte een hem onbekende Marokkaans-Nederlandse jongen van een jaar of 16.

„Dag, jongen”, zei Vermaas.

„Dag, meneer”, antwoordde de jongen. En vervolgens: „Mag ik u wat vragen? Wat vindt u van Geert Wilders?”

Vermaas antwoordde: „Weet je, eigenlijk vind ik Wilders een fascist. Hij beoordeelt mensen op afkomst. Daar heb ik niets mee. Ik ga hier rechtdoor. Een fijne dag!”

„Nog een prettige dag, meneer!”

Het houdt jongeren bezig

Hoe denkt de rest van Nederland over ons? Het is een vraag die veel jongeren in deze buurt bezig houdt, zegt Mohamed el Khadir (38). Hij heeft dagelijks, vaak islamitische, kinderen en jongeren over de vloer en hun positie binnen Nederland is een dagelijks terugkerend gespreksonderwerp. De Schilderswijker werkte eerst op een roc en richtte daarna ‘NextProjecten’ op. Hij probeert vanuit zijn kantoortje midden in de Schilderswijk jongeren te helpen bij het vinden van een stageplek en werk. Het zijn vooral jongeren van Marokkaanse afkomst.

Rond de tafel in het kantoor van ‘NextProjecten’ zitten Aimad Bennouho (28) en de mbo-leerlingen Mohammed El-Jabli (17) en Eljas Achkar (17).

Alledrie stonden zij na de aanslagen in Parijs bij de demonstratie op Het Plein in Den Haag. Geen bord #jesuisCharlie. Daarvoor vinden ze de cartoons van het blad veel te smakeloos en kwetsend. Maar ze wilden wel hun diepe medeleven betuigen aan de slachtoffers, zegt Bennouho. Zo’n moordpartij gepleegd uit naam van zijn geliefde religie vindt hij te wanstaltig voor woorden.

Maar ze voelden zich ongemakkelijk. El-Jabli: „We werden van alle kanten bekeken. De politieagenten praatten in hun portofoon terwijl ze ons met hun ogen niet loslieten. Bijna alsof wij daar een aanslag wilden plegen.”

Daar stond Bennouho dan. Hbo-diploma op zak, goede baan op een roc als verzuimcoördinator en toch nog steeds de verdachte buitenstaander.

Eljas Achkar werd op school aangesproken op de aanslagen. „Opeens was het: ‘Daar komt die kut-Marokkaan’. Als ik op straat zo wordt aangesproken... boeit me niet. Maar in de klas.” Zijn mentor greep in en discussieerde erover met de klas. Achkar: „Ik kon vertellen dat ik zoiets nooit zou doen. Natuurlijk. En dat in onze ogen die daders geen moslims zijn.”

Waar komen deze spanningen vandaan?

„Sommige autochtone Nederlanders >> >> zijn kennelijk bang dat we de Nederlandse normen en waarden niet omarmen”, zegt Aimad Bennouho. „Maar hoe Nederlands moet je worden om mee te tellen? Marokkaanse ouders zijn vooral bang dat hun hele cultuur verdwijnt. Hun kinderen spreken vaak geen Berber meer, ze weten steeds minder van tradities.”

Hij vertelt over een anoniem A4’tje dat enkele islamitische bewoners in hun brievenbus kregen. ‘WIJ ZIJN HIER IN NEDERLAND’ stond erop. Of een A4’tje met ISLAM, waarbij de I van Islam een getekende opgestoken middelvinger is, in de vorm van een penis. Bennouho: „Dan schrik je je dood.”

Kunnen ze er iets tegen doen? Ze denken van niet. Mohammed El-Jabli: „Ik wacht gewoon tot het stopt. Ooit.”

El-Jabli vertelt over de avond dat een verwarde jongeman het NOS-gebouw binnendrong met een neppistool. „Ik zat de halve nacht voor de tv. Ik ben pas naar bed gegaan toen ik hoorde wat zijn achtergrond was. Goddank, geen Marokkaan!”

Slachtofferdenken ligt op de loer. Aimad Bennouho weet dat maar al te goed. Als verzuimcoördinator gaat hij bij studenten langs die niet komen opdagen op school. Hij probeert ze te motiveren om weer naar school te gaan. „Sommigen geven de moed totaal op. ‘Ze moeten me toch niet’, zeggen ze dan. Dan maak je jezelf het wel gemakkelijk natuurlijk.”

Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Het is een mantra van Mohamed El-Khadir. Heb je die stage niet gekregen en je autochtone klasgenoot met precies hetzelfde diploma wel? Niet opgeven. Doorgaan. Net zolang tot je wel een stage hebt.”

Vrolijke rommeligheid

Op straat in de Schilderswijk lijkt ongenoegen ver weg. De wijk straalt een vrolijke rommeligheid uit. De Marokkaanse slagers en bakkers, de Turkse groentewinkels en koffiehuizen. De black hair-kappers, de toko’s. De Hoefkade waar jongens die op school zouden moeten zitten overdag rondhangen. De Haagse markt waar de hele wereld lijkt samen te komen.

Het is een migrantenwijk zoals alle grote steden die kennen. Er wonen Nederlanders met wortels in 110 landen. Ongeveer de helft van de wijkbewoners is van Turkse of Marokkaanse afkomst. En er wonen veel buitenlanders, vooral uit Oost-Europa. Vaak tijdelijk. Autochtone Nederlanders wonen er nauwelijks.

Er zijn veel moskeeën in de wijk. Een van de grootste is El Islam, een gematigde moskee middenin de wijk. De van oorsprong Marokkaanse moskee trekt een breed publiek – er komen ook Turkse, Ethiopische, Surinaamse en Oost-Europese Nederlanders. Op vrijdagmiddag komen van alle kanten mannen aan, jongeren en ouderen. Mohamed Marcouch (35) – zwarte baard zonder snor, witte djellaba – maakt zich niet druk over wederzijds onbegrip, zegt hij na het vrijdagmiddaggebed. Gevraagd naar zijn ervaringen, vertelt hij over de grootheid van Allah. Snel pratend en met brede armgebaren zegt hij dat hij twee keuzes heeft: „Het eeuwige paradijs of het eeuwige vuur.” Om lachend te vervolgen dat in dat paradijs „veel mooie vrouwen” zijn.

En de problemen die veel moslims ervaren? „Die zijn er altijd al geweest en zullen altijd blijven”, zegt hij. „Shaytan [de duivel] wil problemen maken. Hij heeft gezworen bij God, ik ga Adam en zijn kinderen naar de hel brengen.”

Marcouch richt zich niet op de problemen van deze „tijdelijke” aarde. „Als wij ons blijven bezighouden met: hoe denken Nederlanders, hoe denken Marokkanen, hoe denken Surinamers – dan zijn we traag. We moeten zoeken naar het paradijs.”

Ook het onverzoenlijke geluid is luid en duidelijk te horen in de wijk. In een andere grote moskee, de ultra-orthodoxe As Soennah-moskee, net buiten de Schilderswijk. Die moskee is populair onder de groeiende groep streng religieuze jongeren. De preken van de vaste imam, sjeik Dr. Rachid Nafi, zijn vaak fel van toon. Onlangs viel hij politici en journalisten hard aan: zij „liegen” en „verkopen de eigen trots”. Zijn verhaal – online te beluisteren – is een lange tirade tegen Nederlanders, en de hele westerse wereld, die met twee maten meet als het om moslims gaat. Hij geeft en passant ook de shi’ieten ervan langs. Shi’ieten zijn een minderheid, de meeste moslims zijn sunniet.

Met gestrekt been erin

De verschillende kanten van de islam komen in de Schilderswijk samen. De een gaat er met gestrekt been in. De ander haalt zijn schouders op en probeert er het beste van te maken. Bij weer een ander borrelt de woede. De denkbeelden verschillen, maar het gevoel van uitsluiting door de autochtone Nederlanders wordt breed gedeeld.

En het is juist dát gevoel dat jongeren vatbaar maakt voor radicalisering. De AIVD beschreef in haar laatste rapport uit 2014 dat het „groeiend onbehagen onder veel jonge moslims over de eigen sociaal-economische positie en ervaren discriminatie” een belangrijke factor is voor radicalisering.

Veertig mannen en zes vrouwen vanuit Den Haag zijn uitgereisd naar het door IS uitgeroepen kalifaat, blijkt uit cijfers die burgemeester Van Aartsen eind vorige maand verstrekte. Twaalf Haagse jihadisten zijn waarschijnlijk gedood. En zeker elf jihadgangers zijn teruggekeerd. Een flink deel kwam uit de Schilderswijk. Jongerenwerkers en vrijwilligersorganisaties draaien overuren om verontruste ouders te woord te staan, voorlichting te geven en vooral om met jongeren te praten. Ze hopen jongeren met vertrekplannen tijdig te herkennen. Of beter nog: ze eerder op andere gedachten te brengen.

Als jongeren zich aangetrokken voelen tot IS is het te laat, zegt Mohamed Bojada, voorzitter van de jongerenvereniging Ar-Risaalah. „Dan kan je praten als brugman, maar je bereikt ze niet meer.” De jongeren die je kwijtraakt, zijn vooral de jongeren die zich uitgespuugd voelen, tweederangsburger, ongewenst, zegt hij. Bojada: „De extremisten geven ze een doel in het leven. Zij zijn iemand.”

Mohamed Bojada groeide op in de Schilderswijk, te midden van een groepje vrienden. Mannen die nu allemaal een goede opleiding en een mooie baan hebben. Zelf studeerde hij technische >> >> bestuurskunde en hij werkt nu als consultant.

„We trokken ons aan elkaar op. Het was binnen ons vriendengroepje normaal om grote ambities te hebben.” En ze merkten: hoog op de maatschappelijke ladder worden kwaliteiten belangrijker dan afkomst.

Er was nog iets wat de vrienden bond. Ze kregen allemaal een gedegen islamitische opvoeding, zegt Bojada. Vanuit huis, maar ook vanuit de moskee. „Op jongeren met een stevige religieuze identiteit hebben radicale predikers of ronselaars geen vat. Kijk maar naar onze ouders. Van die generatie is er niemand geradicaliseerd.”

Het zijn de mannen uit de vriendengroep van Bojada die proberen jongeren van nu te mobiliseren voor een beter leven. Zo’n vijftig jongeren komen regelmatig langs voor cursussen, lezingen en huiswerkbegeleiding. Volgens Bojada zou het bereik veel groter kunnen zijn als zij het niet naast hun fulltime banen zouden doen. „We zouden eigenlijk een paar fulltime begeleiders moeten hebben.”

Het doel is jongeren te leren waar en hoe ze betrouwbare islamitische kennis kunnen vinden. Bojada: „Het internet staat vol met verkeerde en onbetrouwbare interpretaties van de islam. Als je daarvan weg wil blijven, moet je dus niet zomaar even een sjeik gaan googlen.”

Betrouwbare kennis

Lastig is het grote gebrek aan goed opgeleide islamitische geestelijken die Nederlands spreken en weten wat er onder jongeren speelt. Een vriend van hem heeft pas een islamitische uitgeverij opgezet die betrouwbare islamitische boeken selecteert: ‘t Kennishuys. Het loopt meteen storm. Van het eerste boek werden er meteen honderden verkocht. En op een door ‘t Kennishuys georganiseerde bijeenkomst kwamen 600 jongeren af. Bojada: „De honger naar betrouwbare islamitische kennis onder jongeren is enorm. Het gaat dan om kennis die wordt gedragen door de meerderheid van islamitische geleerden. Die van vroeger en die van nu.”

Niet-moslims staan niet erg open voor het idee om de gematigde islam in te zetten om radicalisering te voorkomen, merkt Bojada. „Religie wordt gezien als achterhaald en ouderwets. Geloven is niet hip. Heel jammer want het is het beste medicijn tegen radicalisering en ook tegen criminaliteit. Voor mij geeft mijn geloof antwoord op veel levensvragen.”

De Marokkaans-Nederlandse man die buiten de Schilderswijk werd uitgescholden in djellaba heeft er nog een ervaring bij. Op zijn deur plakte iemand een sticker met: ‘Je woont in een westers land’. En: ‘Geen sharia hier!’ „Het is dat er geen geschikte huizen zijn, anders zou ik graag terugverhuizen naar de Schilderswijk.” <<