Ik wil geen gedoe. Ik wil naar huis

Moeten reizigers bij geweld in de trein tussenbeide komen? Hoe dan? Met z’n allen via oogcontact afspreken?

94 procent van NS-medewerkers zei in 2014 met agressie geconfronteerd te zijn. Onderzoekers bepleiten burgermoed. Foto HH

Loes Leurs (59) zat na een concert in de trein naar huis, toen haar coupé werd opgeschrikt door hooligans. Ze schreeuwden en scholden, ze maakten dingen kapot. Niemand zei er iets van. „Eigenlijk idioot”, zegt ze nu, in de trein van Amsterdam naar Schagen. „Als we ze met de hele coupé tot de orde hadden geroepen, had het zeker gewerkt.”

Burgermoed. Dat moet het aanhoudende geweld tegen NS-personeel gaan terugdringen. Althans, volgens het rapport Burgermoed als oplossing voor onveiligheid in het openbaar vervoer, geschreven in opdracht van Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) en deze week verschenen. SMV doet al tien jaar onderzoek naar de rol van burgermoed bij sociale veiligheid. Het rapport concludeert dat reizigers een grotere bijdrage kunnen en moeten leveren aan de sociale veiligheid in het openbaar vervoer.

In de nacht van 5 op 6 maart werd een conductrice op de trein tussen Schiphol en Hoofddorp zwaar mishandeld, met botbreuken in het gezicht tot gevolg. Tijdens het paasweekend werd op Station Abcoude een conducteur door vier onbekende jongens in elkaar geslagen. Donderdagavond werd een NS-medewerker bedreigd met de dood.

Ook andere reizigers in de Intercity richting Schagen zijn wel eens getuige geweest van agressie in de trein. Marie van Vliet (69) zat eens naast een ruzie tussen een conducteur en een zwartrijder. Het liep uit de hand, de reiziger werd agressief. „Niemand deed iets”, zegt ze. „De conducteur werd bang en die man kreeg steeds meer macht over de situatie.” Uiteindelijk is de conducteur doorgelopen. Dat had voorkomen kunnen worden als mensen waren opgestaan, zegt Marie.

„Als treinen niet rijden, worden mensen altijd boos op de conducteur”, zegt Jake Laan (20). „Ze gaan schreeuwen, ze worden agressief.” Hij weet dat dat niet oké is, maar toch zegt hij er nooit iets van. „Dat is niet aan mij”, zegt Jake. „Er is vast wel iemand die dat beter kan dan ik. En bovendien wil ik geen gedoe. Ik wil gewoon naar huis.”

Risicomijdende strategie

Hoe komt het dat reizigers zelden ingrijpen? Volgens het rapport Burgermoed wordt veiligheid te veel gezien als een verantwoordelijkheid van de overheid. Daardoor krijgen burgers „de ruimte om achterover te hangen”. Ook zijn mensen vaak bang slachtoffer te worden van de situatie of uiteindelijk als dader te worden gezien.

Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit, is deskundige op het gebied van het ‘omstandereffect’: het fenomeen waarbij een groep mensen toekijkt hoe een misdrijf wordt gepleegd, zonder in te grijpen. Hoe groter de groep omstanders, des te kleiner de kans dat iemand optreedt, zegt Van Lange. „Doordat de anderen ook niets doen, word je bevestigd in je gevoel van niet-verantwoordelijk zijn.”

Volgens Van Lange kiezen mensen vrijwel altijd voor de risicomijdende strategie. Bij een onprettige situatie in de trein wachten ze liever af, dan dat ze handelend optreden. Reden daarvoor is – naast het ontbreken van verantwoordelijkheidsgevoel – dat situaties voor omstanders vaak onduidelijk zijn. „Niemand weet precies hoe een ruzie tot stand is gekomen”, zegt Van Lange. „Mensen blijven liever passief dan dat ze het opnemen voor de verkeerde partij.”

Aan die passieve houding moet volgens SMV een einde komen. Om de burgerparticipatie op gang te brengen, suggereert het rapport Burgermoed dat de conducteur in nood één reiziger zou kunnen aanwijzen en hem vragen te helpen. Die reiziger kan vervolgens meer reizigers aanmoedigen om mee te doen.

Paul van Lange heeft een simpeler manier om de coupé te mobiliseren: oogcontact. Op het moment dat mensen een situatie veroordelen, trekken ze een bepaald gezicht (de wenkbrauwen fronsen, de neus is gerimpeld, de bovenlip gaat omhoog). Als mensen dat gezicht bij elkaar herkennen, ontstaat automatisch draagvlak voor de veroordeling van de situatie. „Dat schept duidelijkheid”, zegt De Lange. „En als groep zal je sneller ingrijpen dan alleen.” Bovendien vergroot oogcontact met anderen je schuldgevoel tegenover het slachtoffer, waardoor je ook sneller overgaat tot actie.

Vorig jaar zei 94 procent van de NS-medewerkers wel eens met agressie geconfronteerd te zijn. Dat is veel, maar in 2011 was dat percentage nog hoger: 98 procent. Ook het aantal incidenten neemt af. Vorig jaar werden er 774 gemeld in de NS-meldkamer, vier jaar geleden 858. Daders van het treingeweld kunnen een boete of een tijdelijk reisverbod opgelegd krijgen. Een overtreding van dat reisverbod kan leiden tot een hogere boete of tot twee maanden celstraf. De Eerste Kamer heeft een wetsvoorstel goedgekeurd waarmee overlastveroorzakers een stationsverbod kunnen krijgen.

Deze week kondigde NS aan meer personeel in te zetten, en honderd man extra beveiliging. Bij die laatste maatregel heeft Van Lange zijn twijfels: „Niet alles kan worden opgelost met straf vanuit de overheid en je kan moeilijk achter elke pilaar een politieman neerzetten.” Dan is oogcontact toch beter. „Dat kan overal en altijd worden ingezet.”

Want er zijn ook reizigers die wel iets doen. Volgens Van Lange zullen dat veelal mensen zijn met een emotioneel karakter. Zij laten zich eerder leiden door gevoelens van boosheid of empathie en zullen daardoor sneller ingrijpen. Dat gaat overigens niet zonder risico. De reiziger die in het paasweekend de conducteur in Abcoude te hulp schoot, kreeg zelf ook klappen. De machinist die in december een collega te hulp schoot toen die op het station van Almelo in elkaar werd geslagen, werd uiteindelijk ook met de ambulance afgevoerd.

De Intercity heeft eindbestemming Schagen bereikt. De passagiers stappen uit en op het perron drommen mensen samen om in te stappen. Iemand probeert tussen de uitstappers door naar binnen te glippen. Een man houdt haar tegen: „Eerst wachten tot iedereen naar buiten is.”