Hoe schoon is de loper uit Kenia?

Bij de Rotterdam Marathon staan vooral de Keniaanse lopers in de schijnwerpers. Maar lopen zij vrij van doping? De twijfel is groot.

„Keniaanse lopers willen geld verdienen, hoe maakt ze niet uit”, zei Moses Kiptanui, voormalig wereldkampioen steeple, in 2013 tegen de Britse krantThe Independent. Foto Ola Torkelsson / Hollandse Hoogte

Keniaanse langeafstandslopers lopen hard, harder, hardst. Geen nieuws. Maar hun namen verschijnen steeds vaker op dopinglijsten. Kenianen gebruiken intensief doping, bevestigt menigeen die het weten kan. Drie Nederlandse managers van Keniaanse atleten – de één wanhopig en strijdbaar, een ander bozig en opgewonden – spreken in koor van „een groot probleem”. Niemand kent echter de omvang. Vooralsnog zijn er meer (hardnekkige) geruchten dan feiten.

Het probleem van toenemend dopinggebruik schuilt bij de mindere goden, de nobody’s, vermoeden de managers, die wijzen op de lijst geschorsten met voornamelijk onbekende lopers. Die grijpen naar pillen of spuiten als opstapje naar welvaart, is de redenering. Met het prijzengeld van kleine wedstrijden in het Westen kunnen zij uitbundig leven in Kenia. Ook zondag bij de Rotterdam Marathon zullen vooral Kenianen voorop lopen, en zal één van hen vrijwel zeker winnen.

Maar moet dat beeld niet worden bijgesteld sinds er twee Keniaanse toplopers zijn gepakt? Is doping ook tot het hoogste echelon doorgedrongen? Managers vrezen het ergste na positieve testen van eerst Matthew Kisorio, één van ’s werelds snelsten op de halve marathon, maar vooral van Rita Jeptoo, die een half jaar terug, kort voordat zij de bonus van een half miljoen dollar als winnares van het Worlds Major Marathonklassement in ontvangst zou nemen, op de bloedcellenversneller epo werd betrapt. Zij had faam verworven als winnares van grote marathons in Chicago (2x) en Boston (3x). O ja, die half miljoen ging aan haar neus voorbij.

De schok in Kenia was groot, mede doordat Kisorio verklaarde doping te hebben genomen „op aandringen van velen”. Om er verbaasd aan toe te voegen: „Maar geen van die anderen werd betrapt.” Hij was niet de eerste klokkenluider, want Moses Kiptanui, voormalig wereldkampioen steeple, ging hem voor. Die zei in 2013 tegen de Britse krant The Independent: „Keniaanse lopers willen geld verdienen, hoe maakt ze niet uit. En zo lang de regels niet worden gehandhaafd, zullen ze doping blijven gebruiken.”

Maar Kisorio, die twee jaar werd geschorst, zei nog iets opmerkelijks. Dat verboden middelen rechtstreeks in het bloed worden geïnjecteerd door schimmige artsen, die daarvoor in ruil een deel van het prijzengeld opeisen. Deze ‘doktoren’ vestigen zich volgens Kisorio als apotheker nabij populaire trainingskampen en benaderen atleten actief via tussenpersonen.

Een werkwijze die wordt beaamd door atletenmanager Michel Boeting. Hij zegt te hebben gehoord van die bemiddelaars, maar geen namen te kennen. Dat beeld past weer in verhalen die de ronde doen over mini-epo. Deze medische charlatans zouden ’s avonds een kleine hoeveelheid epo injecteren, zodanig dat het de volgende ochtend niet meer is te traceren.

Er ingeluisd

Gerard van de Veen, een decennium lang atletenmanager, schetst een dopingzaak uit zijn stal, van de vrij onbeduidende loopster Liliane Jelagat. Van de Veen: „Zij voelde zich zwakjes en schijnt door haar toenmalige man Victor Kipchirchir, een loper die ook bij ons onder contract stond, te zijn geadviseerd naar zo’n ‘arts’ te gaan. De onwetende en weinig geschoolde Jelagat kreeg in Eldoret van een apotheker met de voornaam John een injectie. Bij een controle na een loop in Appingedam werd ze positief getest op epo. Met Kipchirchir heb ik gebroken. Of dat ook gebeurt met Jelagat, die in juli haar straf erop heeft zitten, weet ik nog niet. De meningen binnen mijn (familie)bedrijf zijn verdeeld. Persoonlijk vind ik er ingeluisd worden van een andere orde dan bewust doping gebruiken. Ik denk: moet je, mede gezien haar eenvoudige achtergrond, Jelagat geen tweede kans gunnen?”

Namen van dubieuze artsen die de ronde doen: Kwalia in Kapsabet, Rotich en Too in Eldoret. Bij geen van de drie managers bekend. Dat geldt niet voor de van oorsprong Oekraïense arts Vladimir Chtchoukine, die jarenlang in Eldoret hoofd was van een privékliniek met vijftien bedden en daarnaast topatleten begeleidde. En niet de minste. Hij werkte met wereldkampioenen als Paul Tergat en Moses Kiptanui, maar ook met de Keniaanse Nederlandse Lornah Kiplagat. Zijn naam zingt nu rond als dopingarts.

Pieter Langerhorst, echtgenoot en manager van Kiplagat, zegt telefonisch vanuit zijn woonplaats Nairobi, dat Lornah zich één keer door hem heeft laten behandelen. „In 2008, in aanloop naar de Olympische Spelen van Beijing, aan een ontsteking in haar borst. We hebben de behandelrapporten meegekregen en overgedragen aan onze vaste Nederlandse arts Peter Vergouwen. Die zei dat de man uitstekend werk had verricht. Chtchoukine heeft tegenover ons nooit gezinspeeld op doping en evenmin iets aangeboden. Later informeerde de IAAF bij mij naar Chtchoukine. Schijnbaar hebben ze hem op de korrel. Maar ik kon de IAAF niet verder helpen, omdat ik niks van zijn praktijken weet.”

Groepsgewijs bloed afnemen

Verhalen, verhalen, maar weinig feiten over Kenianen en doping. Een gegeven is dat de site van internationale atletiekfederatie IAAF melding maakt van twaalf wegens doping geschorste Keniaanse atleten. Net in de top-5 achter 60 Russen, 44 Indiërs, 40 Turken en 13 Amerikanen. Feit is ook dat de IAAF zijn best doet om Kenianen intensief te controleren. Onlangs nog, vertelt een woordvoerder van de federatie, is in het hardloopoord Iten bij 44 atleten groepsgewijs bloed afgenomen.

Langerhorst weet ervan. Hij was er zelfs zijdelings bij betrokken. „De IAAF belde me dat ze voornemens waren een groot dopingcontrole uit te voeren. Of ik kon helpen. Ik faciliteer. De IAAF laat de atleten verzamelen in ons trainingskamp in Iten en ik regel het vervoer. Bijvoorbeeld voor en snelle terugreis naar Nairobi.”

Waar Langerhorst zich vooral over verbaasd? De waanzinnig snelle tijden op de marathon. „Dan vraag je je af: waar komt het in hemelsnaam vandaan? Ik loop al een poosje mee en weet wat Lornah er voor heeft moeten doen om 2.22,22 uur te lopen. Tegenwoordig is zo’n tijd een lachertje. Die snelle tussentijden op de marathon, dat kán helemaal niet. Dennis Kimetto liep twee seconden na zijn wereldrecord (2.02,57) in Berlijn met een big smile rond. Alsof hij er twee rondjes Vondelpark op had zitten. Iemand die drie jaar terug nog achter de koeien liep. Dat verbaast me. En met mij veel kenners.”

Kimetto’s kilometertijden van zo’n 2,56 minuten in de laatste fase van zijn recordrace ervaren kenners als verdacht. Van de Veen, manager van Kimetto, kijkt daar anders tegen aan. Op de hedendaagse marathon wordt juist in het tweede deel van de race versneld. En over de snelle doorbraak van Kimetto zegt Van de Veen: ,,Ik werk al vanaf 2012 met hem. Opgemerkt in 2011 nadat hij enkele sterk bezette wedstrijd in Kenia had gewonnen. Daaronder de halve marathon van Nairobi. Nou, die win je niet zo maar. Iedere manager wilde hem, want hij stond te boek als een groot talent. Hoe het mij is gelukt? Dankzij zijn trainingsmaatje Geoffrey Mutai, die ik al langere tijd begeleid. Atleten met de beste resultaten zijn de baas in een trainingsgroep en bepalen min of meer naar welke manager je gaat.”

Bij de Keniaanse bond Athletics Kenya schijnt een lijst te bestaan van zo’n 25 toplopers die scherp in de gaten worden gehouden. Een signaal dat er verdenkingen zijn. Maar hoe is die schijnbare explosie van dopinggebruik te verklaren? Heel simpel, vermoedt Langerhorst: aan hebzucht. „Kijk, die atleten hebben weinig te doen. Ze trainen ’s ochtends, eten en slapen wat en zitten de rest van de dag te ouwehoeren. Dat is hun wereldje. Ze hebben weinig om over te kletsen, dus kan het snel de richting van doping opgaan. Ik kan me voorstellen, dat ze redeneren in de trant van: die vent gebruikt en zie hem eens hard lopen en in wat voor auto hij rijdt.”

Ja, Langerhorst is ongerust, zeer ongerust. „Omdat ze de sport kapot maken. Lornah en ik praten bijna nergens anders meer over dan doping. Maar weet je, aan het einde van de dag is de atleet verantwoordelijk. Je kunt wel de hele wereld beschuldigen, maar de loper zelf wil het of wil het niet. Epo komt niet zo maar in je lijf. Daar heb je een plan, een arts en naalden voor nodig. En degenen die zijn gepakt zijn geen junior meer, hè. Die lopen al een tijd mee. Onwetende atleten, ik kan me er niets bij voorstellen.”