En wat als we partijen als PvdA en CDA gewoon opheffen?

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: waarom Samsom en Buma partijen leiden die maar beter kunnen verdwijnen. Ofwel: tijd voor fusie en concentratie in het partijpolitieke landschap.

Tekst Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Over je eigen schaduw heen springen – daar hoor je ook niemand meer over. Het was hoe politici niet lang geleden aangaven dat ze het land belangrijker vonden dan zichzelf of hun partij. Een blijk van politieke nobelheid.

Maxime Verhagen sprong over zijn eigen schaduw toen hij zijn partij in 2010 zover kreeg een gedoogakkoord met de PVV te steunen. Het heeft twee jaar geduurd; daarna werd hij afgevoerd. Niet lang hierna, zomer 2012, sprong Jolande Sap over haar eigen schaduw door een begrotingsakkoord met VVD, CDA en andere partijen te sluiten. Een paar maanden later zette GroenLinks haar aan de dijk.

En eind 2012 besloot Diederik Samsom over zijn schaduw heen te springen door een gewaagd regeerakkoord met de VVD af te sluiten. Samsom vecht nu al tweeëneenhalf jaar met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen – ik zeg dit zonder cynisme – voor zijn politieke leven.

De ironie is: zijn tegenstanders zitten vooral in zijn eigen partij. Zo is de PvdA geworden. Ooit gingen PvdA-leden de barricaden op tegen werkgevers – die zij bazen noemden. Tegenwoordig typen zij stukken – die zij ‘manifest’ of ‘pleidooi’ noemen – tegen hun partijbazen.

Zo had je deze week weer zo’n manifest waarin partijleden een progressievere koers bepleitten: Met vertrouwen linksom! Er stonden dingen in – „terug naar onze beginselen” – waarvan je dacht: goed idee voor een oppositiepartij.

En senator Adri Duivesteijn, bekend om zijn slechte relatie met Samsom, schreef onlangs dat „onafhankelijk onderzoek naar het politiek functioneren van de PvdA” nodig is. Laten we een nieuw kunstwerk voor het dorpsplein bestellen: dan verklappen we later wel dat het een guillotine is.

Het ongemakkelijke van dit soort manoeuvres is de kortzichtigheid ervan. Ik wil niet zeggen dat ze altijd onoprecht zijn – welnee. En je kunt onmogelijk volhouden dat Samsom een feilloze leider is. Maar het gaat om de consequentie: is de PvdA werkelijk van plan te accepteren dat moed in de politiek per definitie bestraft wordt?

Gevolg zou zijn dat de coalitie uit elkaar valt en de PvdA zich onder een nieuwe leider kan laven aan de oude vertrouwde beginselen. Alle leden tevreden in een krimpend hoekje – zeteltje of tien – waar het eigen gelijk onbedreigd is. Zodat de cyclus zich herhaalt en een leider van een andere partij die meeregeert zich daarmee in de afgrond stort. En de PvdA weer kan groeien.

Je zou zeggen: w anneer zo’n partij wil discussiëren over zijn plaats in de politiek, over solidariteit in een geïndividualiseerde maatschappij, dan moet het over die naargeestige cyclus gaan. Het ware probleem is allang niet meer dat één partijleider is verzwakt. Het ware probleem is dat alle partijleiders verzwakken zodra ze een tijdje medeverantwoordelijk zijn.

En op een dag houdt dit natuurlijk op. Dan zeggen potentiële coalitiepartners tegen de grootste partij: spijt me, ik moet deze zelfmoordkans even voorbij laten gaan. Vandaar de noodzaak van een nieuw bestel – minder macht voor de senaat, kiesdrempel, districtenstelsel, etc.

Maar de grondwetswijzigingen die dit vergt zijn zo tijdrovend dat er bijna geen beginnen aan is. Dus daar zitten we: vanaf volgende maand krijgt elke coalitie – Rutte II of zijn opvolger – tot en met 2019 te maken met een Eerste Kamer waar de zes grootste partijen een omvang van tussen de tien en zestien procent hebben. Volledig verkruimeld.

Zo is er voor de regeerbaarheid van het land eigenlijk maar één oplossing: hechtere samenwerking tussen partijen, zonodig via fusies. Inderdaad: precies het tegenovergestelde van de hernieuwde beginselvastheid die de manifestschrijvers in de PvdA propageren.

Wat dat betreft was het een verademing dat PvdA-voorzitter Spekman en oud-GroenLinks-leider Halsema vrijdag in deze krant de moed hadden het licht in hun partijen aan te doen. „Laten we alle kinnesinne opzij zetten en de krachten bundelen”, zei Spekman. Halsema noemde het „onverteerbaar” dat linkse partijen in verkiezingen voortdurend zetels bij elkaar afsnoepen. Tweede Kamerlid Mei Li Vos ging verder: een „fusie” tussen PvdA en GroenLinks lag voor de hand „want de partijen verschillen nauwelijks van elkaar”.

Een waar woord. Beide partijen zijn zelf het product van een fusie, dus principiële bezwaren om in iets groters op te gaan kunnen ze niet hebben. En verbeterde samenwerking is altijd eenvoudiger wanneer partijen, zoals nu, electoraal in moeilijkheden verkeren.

Ik weet het – de meeste pogingen tot politieke samenwerking sneuvelen zodra één van de partijen weer opbloeit. In dit geval zouden vast ook bezwaren bij coalitiepartner VVD rijzen. En altijd zijn er politici die de voordeeltjes van plotseling opbreken verkiezen boven het lange termijnvoordeel van een nieuw blok. Dus het zou naïef zijn hier overspannen verwachtingen van te hebben.

Er staat tegenover dat de vorming van dat ene blok een katalyserend effect kan hebben.

Want wie goed oplet ziet dat ook een middenblok van christelijke dan wel christelijk georiënteerde partijen gemakkelijker te vormen is dan het lange tijd leek.

Het interessante is dat de grootste stappen worden gezet in partijen die jarenlang voor intolerant versleten zijn. Zo bezocht ik woensdag de Groen van Prinsterer-lezing van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Die werd, voor het eerst in de geschiedenis, uitgesproken door een katholiek: bisschop De Korte.

De bisschop had zijn nieuwe vrienden geholpen door die ochtend in Trouw te verklaren dat de CU het christelijk-sociale denken beter uitdraagt dan het CDA. Maar het bleef opmerkelijk dat de hele avond amper protest klonk. In een voorloper van de CU, het GPV, zou je twintig jaar terug geroyeerd zijn als je samenwerking met katholieken had bepleit.

Ook de SGP heeft zich geopend voor de wereld buiten de eigen kring: politieke afspraken met aartsvijanden als D66 en PvdA zijn er sinds 2013 geen taboe meer. Zo accepteren deze twee partijen nu met opmerkelijke souplesse dat hun getalsmatige bescheidenheid ook tolerantie voor andersdenkenden vergt.

Intussen houdt het CDA vast aan een solitaire positie. Uitgerekend de partij die voortkomt uit de succesvolste politieke fusie in de recente geschiedenis – het samengaan van KVP, ARP en CHU in 1980 – brengt nu in de praktijk wat sommige van die manifestschrijvers in de PvdA ook willen: beginselvastheid herwinnen in de oppositie. De partij stelt zich tegenover Rutte II op, wil niet meepraten over begrotingen, en kiest ervoor de VVD vanaf rechts te attaqueren.

Een tactiekje met beperkt effect: bij de laatste verkiezingen profiteerde het CDA (winst 0,5 procent) amper van het verlies van de VVD (min 3,7 procent). En oudgediende Jan Schinkelshoek schreef onlangs, in een stuk voor het Montesquieu Instituut, dat de partij ten opzichte van de zware nederlaag van 2010 nog altijd amper winst boekt.

En dus zijn er, als je doorvraagt, wel degelijk CDA-prominenten die voordelen zien in hechtere samenwerking met CU of SGP. Ook in de CU is dit allang geen taboe meer. „De huidige versnippering is slecht voor het bestel”, vertelde oud-CU-leider Leen van Dijke me. Hem leek meer samenwerking met de SGP het meest kansrijk. „Maar ook een blok van CDA en CU zou natuurlijk heel aantrekkelijk zijn”, zei Van Dijke, al leek hem een groot bezwaar dat het CDA „geen bestendige christelijk-sociale lijn heeft”.

Maar voor een absoluut neen moest je bij hem niet zijn. „Als je ziet wat in het verleden voor onmogelijk is verklaard, dan weet je hoe snel dit soort zaken realiteit kan worden.”

Zo kon je twee ontwikkelingen zien. Politici die hoopten in isolement de oude principes van hun partij terug te vinden. En politici die in nieuwe blokken kans zagen de verkruimeling tegen te gaan.

Je kon alleen maar hopen dat de laatste groep aan het langste eind trok. De democratie heeft het huidige overaanbod aan partijen geproduceerd. En nu onregeerbaarheid een reëel gevaar is geworden, is het aan diezelfde partijen dit overaanbod in te krimpen.

Dus over de eigen schaduw heen springen: het is riskant, het vergt moed – maar het blijft, ook in dezen, een voortreffelijk idee.