En toen kwam er een telefoontje uit LA

Nederlander Mischa Rozema maakte nooit eerder een film. Nu heeft hij een miljoenendeal gesloten met Warner Bros. Hij mag zijn sciencefictionepos Sundays opnemen. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

‘Wat de fuck gebeurt hier in godsnaam?” Mischa Rozema kon niets anders denken. Een straatgevecht was het. Als wilde honden trokken ze aan hem. „Wat. De. Fuck.”

Het is nu twee weken geleden. Hij aan zijn eettafel in Haarlem, midden in de nacht, met voor zich zijn telefoon. Aan de andere kant van de lijn: LA, Hollywood, studiobonzen, zijn agent. „Eén en al geschreeuw.” Fox, Sony, Warner Bros – ze wilden hem allemaal strikken. De aanbiedingen vlogen hem om de oren. Wie te kiezen?

En toen was het rond.

Mischa Rozema mag zijn blockbuster gaan maken, bij megastudio Warner Bros in Hollywood. Het sciencefictionepos Sundays wordt een miljoenenproductie, en de verwezenlijking van een jongensdroom waar hij meer dan zeven jaar aan gewerkt heeft. Zijn verhaal, zijn regie, zijn film – zijn eerste overigens. „Ik heb maar een fles champagne opgetrokken”, zegt hij droogjes. „En een hele tijd wezenloos voor me uitgestaard.”

Nog nooit heeft hij een bioscoopfilm geregisseerd en nu mag hij meteen zo’n monsterspektakel leiden in het epicentrum van de filmwereld. Hoe krijg je zoiets voor elkaar?

Mischa Rozema (43) is, altijd fascinerend, een Nederlander met alleen een Engelstalige Wikipediapagina. Hot stuff in Hollywood, maar hier hebben maar weinigen van hem gehoord – al kan dat niet lang meer duren.

Hij staat op het punt om naar Los Angeles te vertrekken, maar heeft nog wel tijd voor een rondleiding door de ruimte van PostPanic, zijn productiehuis met twintig werknemers in Amsterdam. De inrichting zou moeiteloos kunnen dienen als het decor van zijn sciencefictionfilm.

„De laatste drie weken is alles samengekomen”, zegt Rozema. Zo ging het: eind maart zette hij een korte film online, Sundays genaamd. Gemaakt met 50.000 dollar die hij ophaalde op crowdfundingsite Kickstarter. De film is één groot special-effectsorgie, veertien minuten lang, met een nog volstrek onduidelijk verhaal: iets met het einde van de wereld, een stervende zon, slaafse werkers die ronddolen in een postapocalyptisch landschap terwijl een voice-over duistere frasen hijgt over het menselijk bestaan. Denk The Matrix meets 1984 meets Inception.

Hij noemt het een ‘proof of concept’, een soort trailer van een film die nog gemaakt moet worden. Die hij wil maken. Een film bedoeld om zijn filmidee te verkopen.

Rozema schoot raak. Het filmpje ging direct viral. „Een dag later belde mijn agent vanuit LA: het was aan het koken in Hollywood, zei hij. Get some sleep, this is gonna be an all-nighter. Dat heb ik dus maar gedaan.” En inderdaad, die nacht begon de telefoon te rinkelen, om niet meer op te houden. „Zoals de studio’s tegen elkaar aan het opboksen waren, dat hadden ze zelfs daar nog nooit gezien.”

Proeve van bekwaamheid

Het is een nieuwe trend in het van oorsprong conservatieve Hollywood: onbekende regisseurs die onafhankelijk een conceptfilm maken om zo de interesse van de grote studio’s te wekken. Zie het als een proeve van bekwaamheid, een visitekaartje, waardoor de filmbonzen het aandurven om direct grof geld te investeren in een nog kleine naam.

Als eerste brak op die manier Neill Blomkamp door, de Zuid-Afrikaanse regisseur van District 9 (2009) en Elysium (2013). Voor die eerste film maakte ook hij een ‘proof of concept’, en kreeg vervolgens van de studio alle geld en ruimte om er zijn eigen spektakel van te maken.

„Dat was een game changer”, zegt Rozema. „Het initiatief komt nu steeds minder vanuit de producenten en meer vanuit de regisseurs. Vroeger ging het zo: we hebben een actiefilm nodig, nou, dan bellen we Schwarzenegger, het script schrijft die, en welke regisseur was daar ook alweer zo goed in? Nu komt het idee vaker eerst, en dán de formule.”

Het idee voor Sundays ontstond meer dan zeven jaar terug. „Kijk!” In zijn studio toont Rozema een schetsboek vol concepten, tekeningen met wilde halen en scènes in stripvorm. Jaren oud, maar sommige komen exact overeen met shots uit zijn film. Welk verhaal wil hij vertellen? Als je aandringt zie je zijn enthousiasme in gevecht met zijn zakelijke instinct: „Oeh, daar mag ik je echt nog niets over zeggen.”

Telefoontjes uit het niets

Rozema heeft nooit gestudeerd voor film. Hij groeide op in Krommenie en studeerde aan de kunstacademie van Utrecht. „Daar slingerden wat camera’s rond, dus ik dacht: laat ik eens een script schrijven, dan filmen we wat.” Dat werd A Time for Panic, een filmpje dat hij maakte met twee medestudenten, onder wie zijn huidige compagnon Jules Tervoort.

„Ik heb hem nooit meer teruggekeken”, zegt Rozema nu. „Een draak van een film.” Maar wel een die de selectie van het Nederlands Filmfestival haalde. En toen Rozema in New York stage liep bij MTV mocht hij hem in een lokaal filmhuis vertonen. Er ontstond een buzz, hij werd benaderd door een aantal managementbureaus. Daar kwam niet echt iets uit, maar Rozema zag wel voor het eerst dat de Amerikaanse filmindustrie niet zo onbereikbaar is als je misschien zou denken.

Terug in Nederland begonnen de jonge filmmakers productiehuis PostPanic. Ze specialiseerden zich met name in commercials. Rozema regisseerde enorme producties voor merken als Nike en Google. Intussen schreef hij gestaag door aan een nieuw script.

En toen kwam er een telefoontje uit LA. „Volledig uit het niets.” Zijn reclames waren ook daar opgevallen, of hij niet ook eens een paar filmscripts wilde bekijken? „Ze stuurden me zo’n stapel op. Blockbusters, ik vond het stuk voor stuk niets. Maar, zei ik, ik heb wel dit liggen...” Hij >> >> stuurde een vroege versie van Sundays mee. „Die nacht belden ze terug: ‘that’s gonna be your feature’.”

Maar Hollywood werkt, in Rozema’s woorden, „traag als dikke stront”. Ja, hij werd naar LA gehaald. En ja, hij ontmoette er talloze studiobonzen, agenten, scriptschrijvers, producenten. „Op het vliegveld stond een auto met chauffeur klaar, die reed ons van studio naar studio, soms zeven afspraken op een dag. We gingen veertig of vijftig productiebureaus langs. Aan het eind was ik helemaal gebroken.”

Die gesprekken gingen best wel goed. Er was interesse. „Maar mijn agent had gezegd: wat je ook doet tijdens zo’n gesprek, zeg nóóit ja.” Want dat de studio’s een debutant de controle zouden laten houden over zo’n „megalomaan project”? No way. „Ja zeggen zou betekenen: Sundays uit handen geven. Het blijft nou eenmaal een sciencefictionfilm en dat kost een lieve duit. Dan kopen ze je idee, zetten ze er een scriptschrijver op, een regisseur – en jij ligt eruit. Dat wilde ik niet.”

Hij moest en zou de film zélf maken. Dus hij beheerste zich. Negeerde de uitgestoken handen, jarenlang. Hoe ging hij dit voor elkaar krijgen?

Hij leerde genoeg over de gang van zaken in Hollywood. „Ik verbaasde me erover hoe old school het er nog steeds aan toegaat daar”, zegt Rozema. „Precies zoals dertig jaar geleden.” Een voorbeeld: „De manager van een topacteur , ik zal zijn naam niet noemen, was ook eens bij zo’n gesprek. Zij liet wat van zijn projecten zien. Eén daarvan was zo’n all-American tearjerker over de brandweer. Kan best een goede film worden, daar niet van, maar dan krijg je zo’n pitch onder ogen... Ik dacht echt: jezus, hoe is dat mogelijk? Alsof iemand een fotoboek bij de Hema heeft gehaald en dat heeft volgeplakt met uitgeprinte foto’s van brandweermannen. En je moet je voorstellen, er wordt bij die film al over Oscars gepraat.”

Pitchen, dat kon hij als reclameman toch veel beter? Rozema besloot het anders te doen. Bij crowdfundingsite Kickstarter begon hij in de zomer van 2012 met PostPanic een campagne om een korte film op te nemen. Na anderhalve maand hadden ze genoeg: 51.237 dollar.

Mischa! We have to talk!

De shoot vond plaats in Mexico City, „vanwege de megalomane, futuristische architectuur” – in het eindresultaat nagenoeg onherkenbaar bedolven onder special effects. Want dit is sciencefiction: het camerawerk is pas het begin. De effecten zijn er in de twee jaar daarna, tijdens de ‘postproductie’, aan toegevoegd bij PostPanic. Rozema: „In één scène loopt een brandende man door het beeld: nou, de man is in Mexico opgenomen, de vlammen komen uit Amsterdam.”

Rozema kreeg veel hulp voor zijn passieproject, van mensen die waren geënthousiasmeerd door zijn pitch op Kickstarter. „Ik wist niet wat me overkwam. Er waren zoveel getalenteerde professionals die hun hulp aanboden: componisten, 3D-artists, cameramensen, sound composers. Gratis. Het verbaast me nog steeds. Dit allemaal vanwege niet meer dan een idee, en dan ook nog eens een idee waar ik nauwelijks iets over kan vertellen.”

Toen Sundays eenmaal af was en online stond, werd Hollywood wakker. Na zeven jaar wachten, contacten leggen, geld ophalen, moest alles in één nacht worden geregeld. Nu, nu, nu.

„Het was zenuwslopend. We hebben twee nachten lang onderhandeld. Ongelofelijk hoe dat gaat: de Hollywoodpers draaide intussen op volle toeren. Dan kwam er weer een blog binnen dat we bij die en die hadden getekend. En wij wisten van niets.” Hij lacht. „Weet je hoe dat gaat? Iedereen heeft daar vijf assistenten om zich heen en die zijn continu bezig de markt te bespelen. Lag er iemand uit de race, dan probeerden ze het via de achterdeur weer. Op Skype: ‘Mischa! We have to talk!’”

Uiteindelijk koos hij voor Warner Bros, omdat die hem de meeste creatieve vrijheid beloofden. „Dat lees je niet uit de letters van een contract. Je moet toch afgaan op de mensen. Ik heb alle insiders’ business van Hollywood gehoord. Mijn agent haalde zo de rotte vis eruit: ‘Die? Nee, daar moet je niet mee werken.’ ‘Die kan helemaal niets.’ ‘O, maar deze ken ik!’

Dat één van zijn voorbeelden, Chistopher Nolan van Inception en Interstellar, bij Warner Bros zit, kon ook geen kwaad. Rozema: „Ik ben realistisch, hoor: ik zal straks niet alles op mijn manier kunnen doen, zoals nu. Dit is een andere wereld. Maar ik ben klaar om ervoor te vechten.”

Binnen achttien maanden moet het project van start gaan. Maar wat is de deal nou precies? Hoeveel geld gaan ze hierin stoppen?

Rozema is even stil. „We praten hier echt wel over meerdere... de hogere bedragen. Ik mag er helemaal niets over zeggen.” Kan hij er echt niet iets meer over loslaten? Hij grijnst, en schudt zijn hoofd. „Laat ik het zo zeggen: Warner Bros maakt geen kleine films.” Een greep uit hun aanbod van vorig jaar: Interstellar (kosten: 165 miljoen dollar), Godzilla (160 miljoen), Edge of Tomorrow (178 miljoen), de derde The Hobbit (250 miljoen).

En nu? Nu gaat hij nog voortdurend op en neer naar Los Angeles. „Misschien moet ik erover gaan denken om daarheen te verhuizen.” Want het gaat nu pas echt beginnen: casten, schrijven, plannen. Hij heeft al een paar acteurs in gedachten. Daar kan hij, verrassing, nog niets over loslaten.

Waar is hij nog bang voor? Wat zijn nu de valkuilen? „Ach, laten we heel eerlijk zijn: Hollywood is natuurlijk één grote valkuil. Het is een jongensboek en tot nu toe was het fantastisch om daarin te lezen, maar... Tot alles af is, kan het schip altijd stranden.” Hij is even stil. Dan glimlacht hij schalks. „Maar een schip dat vlammend ten onder gaat is ook mooi om naar te kijken.” <<