De vloer krijgt een kus, die ik hóór

Joyce Roodnat

Over kunst en puppies; Matthäus Passion; Symphysis; Pawlicki; Monologisch; Polleke.

Ze noemen zichzelf de Barockpuppies, maar puppies zijn ze niet. Ze zijn een stel gelouterde kunstenaars die zich gedragen zoals jonge types dat doen. Impulsief. Onbezonnen: wat we willen kan gek zijn, maar toevallig is het wél een goed idee. Bijvoorbeeld Bachs Matthäus Passion in een uur. Met een stem en verder alleen een altviool en een bas. „Die twee hoor je nooit”, zegt de verteller. „Ze vallen weg in het geheel, en dus weet bijna niemand hoe mooi ze zijn.”

Ik nu wel. Ik ging naar die Matthäus op zakformaat. Ik zag hoe de altvioliste en de bassist opgingen in Bach, ik hoorde hoe hun ademhaling zich liefkozend voegde naar zijn muziek. Ik was dichtbij ze, ik zat op de eerste rij.

Ik wring me graag naar voren. Muziek, toneel, film, schilderij, wat dan ook, liefst zit ik er met mijn neus bovenop. Zoals in de schouwburg, waar ik van het Nederlands Dans Theater de voorstelling Symphysis zie. Wat dat mag betekenen? Geen idee. Inmiddels wel, ik zocht het op, het is een medische aanduiding van de verbinding van twee beenderen door middel van kraakbeenweefsel.

Aha. ‘Verbinding.’ Ook vaag, maar zeg dat dan. Modern ballet heeft vaker last van overgewichtige titels, een van de stukken van vanavond heet zelfs I New Then. Húh? En niemand die de choreografen tot de orde roept.

Maar op rij één recht ik mijn rug, kijk over de rand van het podium de dansers in de ogen en ervaar zo direct als mogelijk de perfecte storm van hun lijven en leden. De zaal ziet dat de vloer wordt gekust, ik hóór die kus ook. Ik zie spieren en souplesse. Ik voel wat dans is. En ik prijs me gelukkig.

Dit is NDT-2, de afdeling van het Dans Theater met de talentvolle jonge dansers die als het meezit door zullen stromen naar de virtuozen van NDT-1. Hun lijven stellen nog geen grenzen. Een sprong is zo gemaakt, een been leggen ze met gemak langs een oor. Ze kunnen alles wat een choreograaf verzint, en meer. En ze zijn nog oprecht uitgelaten en straffeloos romantisch. Later wordt dat hun vak, nu is het nog hun werkelijkheid.

Ook in het kleine buurttheater kruip ik vooraan, voor één jonge acteur. Tomer Pawlicki, met een eigen monoloog: Dankzij de oorlog. Over een redenerende jongen die zijn Joodse grootmoeder vraagt: is de oorlog ergens goed voor geweest? Het antwoord kan alleen ja zijn, zonder oorlog hadden zijn grootouders elkaar niet ontmoet. Jij bent het product van een poging tot massavernietiging, concludeert oma. Pawlicki speelt een personage en hij speelt met wie hij zelf is. Hoe overmoedig dat is, beseft hij niet en dat is precies zijn kracht.

Die onvermoede overmoed maakt ook het verschil in de voorstelling van Daria Bukvic: Nobody Home, geschreven op basis van haar kindertijd in een asielzoekerscentrum. Bukvic werd opgenomen in het project 3Package Deal, waarmee Amsterdam jong talent aan zich bindt. Ik woon een presentatie bij, zie aardig werk van enthousiastelingen, maar ik houd mijn hart vast. Het is lief. IJl. Zo pril.

Behalve dan van Daria Bukvic. Zij is het succesverhaal van dit project, florerend onder de vleugels van het Amsterdamse Compagnietheater, met een eerste voorstelling die zo aansloeg dat hij na de zomer weer wordt opgepakt, en ze heeft ook al een uitnodiging van een gerenommeerd Nederlands gezelschap op zak. Dat dankt ze aan de begeleiding, maar ook omdat ze is wie ze is: een puppie die achter de stok aan rent en hem terugbrengt.

Datzelfde Compagnietheater organiseert Monologisch, een reeks avonden met telkens vier korte monologen waarvoor à l’improviste een acteur wordt gekoppeld aan een regisseur. Voor deze avond schakelde het Bukvic in en niet zomaar, ze kreeg veteraan-acteur Hans Croiset toegeschoven. Wat wil een beginnend regisseur nog meer? Wéér scoort ze. Croiset doet het mooi, met die breekstem van ’m. Ik vraag hem na afloop hoe het ging, hij prijst Bukvic’ aanpak van de tekst.

Zo gaat dat. Als je wordt opgemerkt en je laat zien wat je kunt, dan gaan alle deuren open. Faal je, dan sta je zo weer buiten en dat was het dan. Puppie kan gaan.

Tweede kansen zijn zeldzaam. Dat is hard, maar in de kunsten geldt geen medelijden. Kwaliteit is uiteindelijk het enige dat telt.

Met een achtjarig vriendinnetje zie ik Polleke, toneelstuk van het Nationale Toneel naar de Guus Kuijer-romans. Actrice Sallie Harmsen verenigt in het meisje Polleke weerbaarheid met weerloosheid. Mijn achtjarige puppie zit letterlijk op het puntje van haar stoel. En ik ook.