Cyberconferentie als uithangbord

Den Haag is komende week het middelpunt van een congres over cyberbeveiliging. Dat trekt ook bedrijven aan.

Den Haag staat de komende week volop in de aandacht. Donderdag en vrijdag komen ruim 1.200 internationale politici, beleidsmakers en vertegenwoordigers van technologiebedrijven samen in de stad voor ‘GCCS’ (Global Conference on Cyberspace), een conferentie over internetveiligheid. En vanaf maandag is het ook nog ‘Cyberweek’; een serie bijeenkomsten die vooral is bedoeld om Nederlandse bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in cyberveiligheid mee te laten liften met de conferentie. Er zit namelijk goede handel in internetveiligheid.

Daar zetten ze in Den Haag al langer op in. Vorig jaar werd The Hague Security Delta (HSD) geopend; een samenwerkingsverband tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen op het gebied van cyberveiligheid. In totaal 25 organisaties houden kantoor in het Haagse pand van HSD. Bijvoorbeeld onlinebeveiligingsbedrijf Fox-IT, technologieconcern Thales, TNO, de Nationale Politie en verschillende startups. KPN en Siemens zijn ook aan HSD verbonden, maar hebben er geen kantoor.

Wie er rondloopt, ziet medewerkers van al die verschillende partijen overleggen, discussiëren. „Dit is hoe open innovatie eruit ziet”, zegt adjunct-directeur Joris den Bruinen. Er is net een vergadering bezig tussen de organisator van een groot festival, technologiebedrijf Incentro en een medewerker van de gemeente Den Haag. Ze overleggen over innovatieve manieren om grote groepen mensen in de gaten te houden aan de hand van big data. En om een verdienmodel te bedenken zodat ze hun nieuwe concept kunnen verkopen aan anderen.

Het snelst groeiende bedrijf in het pand van HSD is Authasas, dat software maakt voor het digitaal controleren van identiteiten. „Ja ik verwacht wel veel van de conferentie komende week”, zegt directeur Reinier van der Drift. „Er zijn veel activiteiten, wij hebben behoorlijk wat meetings gepland.” Klanten van Authasas zijn bijvoorbeeld grote banken, die vertegenwoordigers naar Den Haag sturen.

„De conferenties passen heel goed bij hoe Den Haag zich al jaren profileert: als stad van recht en vrede”, zegt Den Bruinen. „Cyberveiligheid ligt in het verlengde daarvan.”

Onder meer Europol en de NAVO bouwen er hun internationale centrum op het gebied van cyberveiligheid. Volgens HSD biedt de sector in de Haagse regio aan 13.400 mensen werk, en in heel Nederland aan 61.500 mensen. De groei van banen in de sector was tussen 2006 en 2011 4,1 procent, actuelere cijfers zijn er niet.

Een ander project waar tijdens de conferentie aandacht op wordt gevestigd, is gericht op gebiedsbeveiliging. In de wijk rondom het World Forum in Den Haag zitten veel internationale organisaties die hun beveiliging nu apart regelen. Den Haag wil daar integrale gebiedsbeveiliging invoeren, waarbij beveiligingsinformatie wordt gedeeld. Dit soort oplossingen kan de stad wellicht ook aan andere steden of bedrijven verkopen.

De Cyberweek kost 240.000 euro om te organiseren. Volgens een woordvoerder van de organisatie van de GCCS komen de kosten voor die conferentie uit op zo’n 15 miljoen euro. Dat is nog zonder de kosten van de beveiliging mee te rekenen. Daar moet dan wel wat tegenoverstaan.

„Wij hanteren ook een hard target”, zegt Den Bruinen van HSD. „We willen voor het einde van het jaar minstens vijf vestigingen van buitenlandse bedrijven binnenhalen. De conferentie speelt daarbij een cruciale rol.” Er komen volgende week in het kielzog van de politieke delegaties bijvoorbeeld ook handelsmissies uit de Verenigde Staten en Canada. „Onder meer Cisco sluit daarbij aan, ook en veel startups.”

Zo moet de conferentie dus ook de schijnwerpers richten op Nederland als vestigingsplaats voor innovatieve bedrijven. Den Bruinen laat de naam van het Amerikaanse big data-bedrijf Palantir vallen, een van de snelst groeiende technologiebedrijven van de wereld. Palantir werd onlangs door investeerders op 14 miljard euro gewaardeerd. Hij wil niet vertellen hoe vergevorderd gesprekken met dat bedrijf zijn. „Maar het zou toch mooi zijn als zij binnenkort naar Nederland komen.”