Bitter Spaans gevecht om schilderij van Bosch

Blijft het beroemdste schilderij van Bosch in het Prado of niet? Het Noordbrabants Museum kan bruikleen zeker vergeten.

Fragment van de Tuin der lusten

Bijna vijfhonderd jaar na de dood van Jheronimus Bosch (1450-1516) wordt er nog gestreden om zijn belangrijkste erfenis: de Tuin der Lusten. Het drieluik hangt in het Prado Museum van Madrid, maar het Patrimonio Nacional is de eigenaar en eist het op als pronkstuk voor een museum met koninklijke kunst dat volgend jaar in de Spaanse hoofdstad open moet gaan.

Het Noordbrabants Museum had het meesterwerk in 2016 juist graag naar Den Bosch gehaald als blikvanger van een internationale tentoonstelling ter ere van Bosch.

In zaal 56a van het Prado verdringen de toeristen zich dagelijks om een kortstondige blik te kunnen werpen op de Tuin der Lusten. Het werk behoort sinds 1936 tot de absolute topstukken van het best bezochte museum van Madrid en dat moet zo blijven, stelt het museum in een verklaring. Daarbij wordt het Prado gesteund door de Spaanse regering. Vorig jaar heeft vicepremier Soraya Sáenz de Santamaría al laten weten dat het werk „het Prado niet zal verlaten”.

De discussie lag een tijd stil, maar nu heeft José Rodríguez-Spiteri als voorzitter van het nationale erfgoed toch weer de aanval geopend. Na jaren van plannen en bouwen lijkt het nieuwe museum naast de kathedraal van Madrid in de herfst van 2016 dan eindelijk klaar te zijn. Rodríguez-Spiteri vindt dat een nieuw prestigieus museum van de koninklijke collectie het best beschikbare werk moet kunnen tonen. En daar hoort wat hem betreft het werk van ‘El Bosco’ bij.

Voordat de Tuin der Lusten in 1936 naar het Prado ging, hing het in het kloosterpaleis van El Escorial waar koning Filips II het in 1593 naartoe had gehaald. Het drieluik was oorlogsbuit. Het werk is naar verluidt ooit door de graaf van Nassau bij Bosch besteld. Via vererving kwam het in bezit van stadhouder Willem van Oranje. Het drieluik hing jaren prominent in het paleis van Nassau in Brussel. De hertog van Alva heeft het naar Spanje meegenomen. Er is nooit een campagne geweest door Nederland om het schilderij terug te vorderen.

Op de website van het nieuwe Museo de las colecciones Reales wordt de Tuin der Lusten zelfs al vermeld onder de meesterstukken van de koninklijke collectie. Daarnaast claimt het museum nog eens drie andere topwerken die net als het werk van Bosch nu nog tot ‘de tijdelijke collectie’ van het Prado zouden horen. Het gaat om een tafelblad van Bosch (De zeven hoofdzonden), en schilderijen van Rogier van der Weyden (De Kruisafneming) en Tintoretto (Het wassen van de voeten). Rodríguez-Spiteri denkt aan een systeem waarbij de twee musea de werken met elkaar uitwisselen. Het Prado wil er niets van weten. Het werk van Bosch behoort volgens het museum tot de permanente collectie.

Het Noordbrabants Museum had graag voor een keertje meegedaan aan een uitwisseling van de Tuin der Lusten. Een verzoek aan het Prado om die zover te krijgen het werk eenmalig af te staan voor een tentoonstelling in de geboortestad van Bosch vijfhonderd jaar na zijn dood was kansloos. Onmogelijk. Het museum in Den Bosch zal vanaf februari volgend jaar wel Bosch’ schilderij Johannes de Doper in de wildernis van het Museum Lázaro Galdiano in bruikleen krijgen. En een aantal andere werken van Bosch onder meer uit het Prado.

In mei 2016 zal het Prado zijn eigen tentoonstelling over Jheronimus Bosch openen. Het pronkstuk hebben ze al. En dat willen ze graag voor zichzelf houden.