Achter de schermen

Elke week staat op deze plek een fictieverhaal. Deze week een fragment uit Tahrir, de nieuwe roman van Barry Smit.

De man die me als eerste had aangesproken stond aan de andere kant van de tafel waar ik een halfuur eerder achter was neergezet en legde zijn harige handen op de rug van zijn stoel. Aan zijn riem hingen een kunststof holster met een pistool en een leren hoesje met een mobiele telefoon. Ik probeerde te klinken alsof ik in een doodnormale situatie om een pen vroeg.

‘Kan ik contact opnemen met de Nederlandse ambassade? Kan ik vragen of ze een advocaat kunnen regelen?’

Hij rechtte zijn rug, plukte aan zijn Magnum-snor en haalde mijn paspoort uit de borstzak van zijn kreukelige hemd.

‘Westerik, Vincent,’ las hij. ‘Dat is niet nodig. U bent niet officieel aangehouden.’

Hij stak het paspoort weer weg en keek me onderzoekend aan. Hij sprak Engels met een Amerikaans accent; waarschijnlijk had hij in de vs gestudeerd. De deur ging weer open. De man die me een knietje had gegeven, wenkte de snor.

Er zat weinig anders op dan te blijven wachten. Er was niets te zien of te doen in de ruimte van vier bij vier meter, waar het licht uit het peertje aan het plafond amper de. kale muren bereikte. Van de videocamera op het tafeltje bleef ik af. De oksels van mijn hemd waren doorweekt van het koude zweet, mijn haar voelde vettig en mijn mond leek even stoffig als de betonnen vloer.

Ik moest niet te veel nadenken over wat er allemaal kon gebeuren. Ik vermoedde dat ze mijn telefoon leegtrokken en het appartement en mijn laptop doorzochten, maar ik dacht dat ze niets zouden vinden waar ze iets mee konden – hoewel Egyptische Facebook-vrienden voor hen al bewijs konden zijn dat ik een zionistische infiltrant was.

De kans was groot dat ze ook bij de Global Exchange hadden aangeklopt, of de deur ingetrapt. Ik hoopte dat daar de nodige veiligheidsmaatregelen waren getroffen. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze ongewenst bezoek kregen.

Magnum kwam na een paar minuten terug, ging zitten, zette de camera aan en keek me streng in de ogen.

‘U hebt zojuist geld en instructies gegeven aan iemand van Global Exchange, een club die niets anders doet dan jongeren opstoken. Wij hebben het geld en de informatie, en we hebben de ontvangers aangehouden. Ze zeggen dat u voor de Amerikanen werkt. Wie is uw contactpersoon bij de Amerikanen?’

Maryam, dacht ik. Misschien worden Maryam en haar vrienden nu ook verhoord. Of erger. Het zou er in elk geval niet zo zachtzinnig aan toegaan als bij het horen van een buitenlander.

‘Ik geef campagnetrainingen voor de verkiezingen. Geen politieke, maar technische trainingen. Het is openbaar en alle partijen doen mee. Van Moslimbroeders tot liberaal, socialisten, nasseristen – maar ook onafhankelijke kandidaten en vrienden van het leger. Het project wordt gesteund door uw regering. Ik kan u het nummer van de organisatie geven.’

De riedel kwam er zonder haperen uit; het was niet de eerste keer dat ik mijn aanwezigheid en werkzaamheden moest verklaren.

‘En ik werk soms mee aan projecten van het Next World Institute – culturele uitwisselingsprogramma’s. Ook zij hebben de goedkeuring van uw overheid.’

Hij schudde langzaam zijn hoofd, maar vertrok geen spier en bleef me aankijken. ‘Wat jullie achter de schermen doen is geen hulp,’ zei hij. ‘Jullie hebben een eigen agenda. Jullie proberen chaos te creëren.’

Ik had geen vraag gehoord. Magnum wachtte, zuchtte, haalde mijn pakje Gauloises tevoorschijn en bood me er een aan. Ik accepteerde de sigaret en bedankte hem. Magnum nam er zelf ook een en stak ze aan.

‘Luister. Niemand weet dat u hier bent. Daar moet u de consequenties van beseffen.’

Zijn toon werd vriendelijker.

‘Het betekent dat dit heel lang kan duren. Er is bewijs, er zijn getuigen en u kunt voor de militaire rechter worden voorgeleid, in een gesloten zitting. Dat is geen grap in Egypte. Dan heeft u niets aan de vrienden die u nu beschermt. Het is tijd om aan uzelf te denken.’

Hij blies zijn rook over de tafel mijn kant op.

‘Misschien wist u niet waar het geld werkelijk voor bedoeld was, en hebben de Amerikanen uw vertrouwen misbruikt. Misschien hebben ze tegen u gezegd dat ze de mensenrechten willen bevorderen. Werk mee en dan kunt u vanavond nog naar huis. Werkt u niet mee, dan zit u hier nog weken. Maanden. Wie weet wel jaren. Kies maar.’

Ik zweeg.

‘Denk er maar even over na.’