Yates haalt veel overhoop over zijn kostschool

Voor deze, uit 1978 daterende roman (hij was toen 52) keerde Richard Yates terug naar het internaat waar hij als tiener heen werd gestuurd door zijn even ambitieuze als tragisch-geëxalteerde moeder. ‘Dorset gelooft in het individu’, had ze te horen gekregen en dat was blijkbaar voldoende aanbeveling. Het blijkt een merkwaardige, op de rand van faillissement balancerende school, ‘een internaat dat ontworpen had kunnen zijn in de studio’s van Walt Disney’ en ‘waar ze jongens toelieten van wie andere scholen, om welke reden dan ook, zich verre hielden.’

William Grove (de naam die de auteur zichzelf geeft) verwerft er na een moeilijke periode als schuwe nieuwkomer geleidelijk iets van prestige als redacteur van de schoolkrant. Vernederende ontgroeningsrituelen in het begin, een mate van autoriteit tegen het eind, als de school wordt opgeheven. Een ontwikkeling die, opvallend genoeg, dit boek tot een van Yates’ weinige werken maakt met een dramatisch begin maar een positief einde.

Yates (1926-1992) deed nauwelijks enige moeite om de herinneringen aan zijn school te fictionaliseren. De constructie van de korte roman is interessant. Zowel het voorwoord als het nawoord zijn in de ik-persoon geschreven en komen nauwkeurig overeen met wat er in die jaren volgens zijn biograaf Blake Bailey met de jonge Yates gebeurde, en met de lange stoet medescholieren van wie er enkelen in de Tweede Wereldoorlog betrokken raakten. Maar in de roman zelf gebruikt hij de alles ziende verteller, die de romances beschrijft van leerlingen en leraren en nogal wat overhoop haalt dat het verhaal in de weg zit.

En dat is jammer. Yates’ beste en herkenbare eigenschappen als schrijver (zijn misantropische blik, zijn venijnige dialogen) zijn ruimschoots aanwezig, maar hij lijkt te hebben geaarzeld tussen memoires en fictie, en het resultaat is een wat hybride ‘roman’. Een goede school was een veel sterker boek geweest als Yates zijn ‘lievelingen had gedood’, de Tweede Wereldoorlog had genegeerd en zich had geconcentreerd op het fictionaliseren van de sterkste verhaallijnen: de affaire tussen Mrs. Draper (vrouw van een gehandicapte en alcoholische scheikundedocent) en de Franse leraar, en de coming of age van William Grove. Dan waren voor- en nawoord overbodig geweest. Maar dan was de lezer wel verstoken gebleven van de milde maar ook schitterende laatste twee pagina’s over zijn vader, die tot de roerendste uit Yates’ oeuvre behoren.