Rotterdam wordt niets wijzer van de burgerjury

De kroeg en een bureau voor opiniepeilingen zouden nuttiger intrumenten zijn dan de nieuwe Burgerjury, vindt freelance journalist Inge Janse.

‘U gaat ons, gemeentebestuur, de komende vier jaar begeleiden en beoordelen”, hield wethouder Joost Eerdmans afgelopen dinsdagdagavond 150 Rotterdammers voor. Zij waren in het stadhuis vanwege de eerste bijeenkomst van de Burgerjury, een bestuurlijk experiment waarin zichzelf naar voren geschoven inwoners samenkomen om de kloof tussen burger en politiek te overbruggen. Dat leverde op voorhand al kritiek op. Wat heeft de stad aan een controlerende laag van willekeurige burgers als er al een gekozen gemeenteraad is? Die scepsis blijkt terecht, en wel om vier redenen.

Ten eerste: de samenstelling klopt niet. Op papier zit de Burgerjury goed in elkaar. Geslacht, leeftijd, wijk: iedereen lijkt vertegenwoordigd. Maar eenmaal binnen blijkt de Burgerjury een warm bad voor bestuurlijke intimi. Was u vroeger actief in de deelgemeente? Zit u in de Buurt Bestuurt? Of bent u lid van een andere actiegroep die ‘iets’ met de stad wil? Grote kans dat u in de jury zit. Het collectief staat namelijk strak van de overwegend autochtone usual suspects die hun mening – wéér – geven.

Ten tweede: de vragen kloppen niet. Een groot deel van de avond gaat op aan het digitaal reageren op stellingen. De opstellers hiervan hebben er alleen een hobby van gemaakt om zoveel mogelijk open deuren te vinden en daar een vraagteken achter te zetten. Klassieker in het genre: „Hoe belangrijk vindt u de aanpak van ongure types?” Tsja. Wie is er ooit tegen de aanpak van drugsdealers, overlastgevende hangjongeren, verkeershufters en terroriserende buren geweest?

Ten derde: de opzet klopt niet. Door de vele vragen is het contact tussen zaal en beleidsmakers beperkt. Zo roept de Burgerjury de wethouders Eerdmans en Adriaan Visser niet collectief ter verantwoording voor hun handel en wandel. De gezelligheid in de stad krijgt een 7, veiligheid een 6, en dat was het. Ook de ambtenaren praten slechts met kleine groepen burgers die zo hun – hoogst particuliere – ideeën en feedback doorgeven. Als het zo moet, dan kan een beleidsmaker net zo goed in de kroeg aan de kastelein en zijn clientèle vragen wat zíj er nou van vinden.

En ten slotte: de waarde klopt niet. Willekeurige mensen die hun mening geven over willekeurige onderwerpen. En wat krijg je dan te horen? Voor de gezelligheid: meer straatmuzikanten, meer speeltoestellen en minder hoogbouw. En voor de veiligheid: meer fietspaden, minder verwarde mensen en makkelijker aangifte doen. Is dát hetgeen de ambtenaren op de Coolsingel nog niet wisten? Geniaal!

Suggesties? Laat het duidelijk zijn: het was slechts de eerste editie en experimenten om de democratie beter te maken zijn altijd welkom. Bovendien waren er heus wel mensen die normaal nooit ambtenaren spreken. Maar heeft dan echt niemand tijdens de voorbereidingen zijn vinger opgestoken om te melden dat je een vragenlijst beter door een onderzoeksbureau kan laten opstellen? Dat in deze opzet de wethouders niet écht beoordeeld en bijgestuurd worden? En dat de huidige samenstelling van de Burgerjury een bonte combinatie is van willekeur en beroepspraters?

Ik weet daarom nog wel een leuk onderwerp om tegen het licht te houden bij de volgende bijeenkomst van de Burgerjury: de Burgerjury.