Ontslag ABN-top ging minister te ver

De ton extra voor de ABN-top was ‘onverstandig’, maar niet ‘onacceptabel’, legde minister Dijsselbloem gisteren uit.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) tijdens het Kamerdebat over ABN Amro. Het debat was het voorlopige sluitstuk van drie weken maatschappelijke en politieke ophef over de staatsbank. Foto BART MAAT/ANP

Hij maakte net genoeg excuses en deed net genoeg toezeggingen om er ongeschonden uit te komen. Gisteren ging minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) met de Tweede Kamer in debat over staatsbank ABN Amro. Belangrijkste agendapunt: de salarisverhoging van 100.000 euro, die inmiddels is teruggedraaid.

De excuses, na enig aandringen: ja, ik had de Kamer eerder en explicieter moeten melden dat de bestuurders die ton extra kregen. De minister verdedigde zich aanvankelijk door te zeggen dat de verhoging een „staand besluit” was, waar hij eigenlijk niks mee te maken had. Maar, erkende hij later, het was inderdaad beter geweest als de Kamerleden daar niet voor het eerst over hadden gelezen in het jaarverslag van ABN Amro, drie weken geleden. Door het niet eerder te melden, is de minister naar eigen zeggen „tekortgeschoten”.

De toezegging: nee, het zal niet weer gebeuren. Zo lang ABN Amro nog staatseigendom is, krijgen de bestuurders van de bank geen salarisverhoging. Op de extra ton, ter compensatie van het wegvallen van de kans op een bonus, hebben de bestuurders pas weer recht als de staat geen enkel aandeel ABN Amro meer in bezit heeft – dat kan nog jaren duren. ABN Amro bevestigt in een reactie dat de bank dat met Dijsselbloem heeft afgesproken.

De spanning in het debat zat in de vraag wat Dijsselbloem nou precies tegen de top van ABN Amro gezegd heeft, toen hij in maart vorig jaar over de salarisverhoging werd ingelicht.

Toen de verhoging publiek werd, veroordeelde de minister die hard. Het was „een graat in zijn keel”. Maar, constateerde D66’er Koolmees, die graat zat er blijkbaar al een jaar – want zo lang wist Dijsselbloem al dat die extra ton zou worden uitbetaald. Bovendien beloofde de minister de bank te zullen verdedigen, bleek vorige week uit uitgelekte correspondentie tussen de bank en haar aandeelhouder.

Hoe zit dat?, wilde de Kamer weten. Hoe luid en duidelijk heeft hij zijn afkeuring destijds laten blijken? Ze namen vrij snel genoegen met zijn uitleg. De minister heeft naar eigen zeggen „heel helder en met krachtige bewoordingen” tegen ABN Amro gezegd dat hij de verhoging onverstandig vond – zoals hij al had aangegeven. Maar, zei Dijsselbloem toen de Kamer aandrong, hij heeft níét gezegd dat hij die ‘onacceptabel’ vond.

De reden: in het laatste geval had de minister ook bereid moeten zijn het vertrouwen in de top van de bank op te zeggen – met eventueel ontslag tot gevolg, als ze nog steeds niet naar hem zouden luisteren. Die radicale stap wilde hij uiteindelijk niet zetten. Daarom hield hij het bij ‘onverstandig’.

Ook wilde de Kamer weten waarom de minister de verhoging niet heeft tegengehouden. Hij is als de aandeelhouder toch de baas? Maar blokkeren kon hij de ton extra niet, zei Dijsselbloem. Het besluit was in 2012 immers al goedgekeurd door zijn voorganger, Jan Kees de Jager. Iets dat Dijsselbloem toen trouwens waarschijnlijk ook had gedaan, zei hij. „Ik val mijn voorganger niet af.” Volgens hem zijn de tijden veranderd en kijken we nu „scherper” naar beloning dan in 2012.

Met de voor Dijsselbloem goede afloop van dit debat – het voorlopige sluitstuk van drie weken politieke ophef – heeft hij zijn handen vrij om een besluit te nemen over ABN’s beursgang. Sommige Kamerleden suggereerden dat de bank op een andere manier verkocht moet worden (CDA, ChristenUnie), of van de staat moet blijven (SP). De minister wil er niks van weten. De beursgang komt „zo spoedig mogelijk” weer op de agenda van de ministerraad.