Omringd door wegkijkers

Dat ze 90 jaar werd, is gezien de risico’s die ze in de oorlog liep, een wonder. Ze bracht het tot eerste dirigente van een professioneel orkest in Nederland, en later in Amerika .

Frieda Belinfante in 1947 in de VS, waar ze in een Hollywoodorkest speelt en een eigen orkest leidt Foto Particam/MAI

Eind juli 1942 belt een patrouille van de Sicherheitsdienst (SD) aan bij het huis van Frieda Belinfante in de Jacob Obrechtstraat in Amsterdam. Belinfante heeft bezoek van het echtpaar Kahn, voor wie ze vervalste persoonsbewijzen maakt. De SD’ers nemen René Kahn mee. Dorry Kahn en Belinfante laten ze ongemoeid. Waarom is niet duidelijk, schrijft Toni Boumans in Een schitterend vergeten leven. De eeuw van Frieda Belinfante.

Enige tijd later doorzoeken de SD’ers Belinfantes huis. Ze heeft geen tijd om alle vervalste persoonsbewijzen te verbergen, maar weet er een paar ongemerkt in de kachel te gooien. Andere persoonsbewijzen heeft ze verstopt in een boek dat wordt opgehaald door een buurvrouw, terwijl de SD’ers er nog zijn. Hoewel ze niets vinden, moet ze mee naar het SD-hoofdkwartier. Uiteindelijk mag ze, na SD’er Kurt de oren van het hoofd te hebben ‘gekwetterd’, naar huis.

Radio- en tv-journaliste Toni Boumans, die in 1998 al een tv-documentaire over muzikante en verzetstrijdster Belinfante (1904-1995) maakte, beschrijft de inval van de SD alsof ze er zelf bij is geweest. Zo laat ze, vermoedelijk op basis van gesprekken met Belinfante zelf, de buurvrouw zeggen: ‘Ik kom een boek halen dat ze van me heeft geleend.’ Hierdoor lezen vooral de beschrijvingen van de oorlogsjaren als spannende fictie.

Ook de rest van de biografie is door onder meer de vele citaten uit gesprekken met en brieven van Belinfante en haar naasten buitengewoon levendig. Met grote vaart vertelt Boumans hoe Belinfante in Amsterdam opgroeide als een van de vier kinderen van de joodse muzikant en muziekpedagoog Aron Belinfante en zijn vrouw Georgine Hesse. Als muzikaalste van de vier kleine Belinfantes krijgt ze celloles en gaat ze naar het conservatorium. Maar ondanks een eerste optreden in het Concertgebouw op 16-jarige leeftijd wil het met haar muzikale carrière niet vlotten.

Zonder opsmuk

Een schitterend vergeten leven is letterlijk een biografie: een feitelijke beschrijving van een leven. Van gepsychologiseer houdt Boumans zich verre. Zonder opsmuk behandelt ze bijvoorbeeld Belinfantes homoseksualiteit. Over hoe het mogelijk is dat de jonge muzikante na een verhouding van zeven jaar met componiste Henriëtte Bosmans in 1930 toch trouwt met fluitist Jo Feltkamp, weidt ze niet uit. Wel vermeldt ze dat Feltkamp na verschillende afwijzingen blijft aandringen op een huwelijk. Bij zijn laatste aanzoek legt hij demonstratief een revolver op de schoorsteenmantel en zegt: ‘Ik wil niet meer leven zonder jou.’ Belinfante moet lachen en zwicht, schrijft Boumans laconiek.

Hoewel Feltkamp van begin af aan Belinfantes homoseksualiteit als gegeven accepteert, gaat het stel in 1936 uit elkaar. Belinfante had toen al haar eerste directies van amateurorkesten achter de rug. Twee jaar later staat ze in het Concertgebouw voor het Kleine Orkest, het kamerorkest dat ze op verzoek van de culturele organisatie ‘Kunst voor Allen’ heeft geformeerd. Hiermee is Belinfante de eerste vrouwelijke dirigent voor een professioneel orkest in Nederland.

Haar debuut lijkt het begin van een mooie loopbaan. Maar na de Duitse inval heft Belinfante haar orkest op. Later weigert ze lid te worden van de Kultuurkamer. Ze raakt betrokken bij de verzetsgroep van rondom kunstenaar Gerrit van der Veen en Willem Sandberg, de latere directeur van het Stedelijk Museum. Hoogtepunt van het verzetswerk van die groep is de aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister, een spectaculaire actie in 1943, waarvan Belinfante een van de initiatiefnemers is, maar waaraan ze, als vrouw, niet mag deelnemen.

Door verraad worden de meeste leden van de groep na de aanslag opgepakt en geëxecuteerd. Belinfante duikt onder en gaat enige tijd, niet tot haar ongenoegen, als man verkleed over straat. Ten slotte vlucht ze in februari 1944, samen met Tony van Praagh, naar Zwitserland. De Zwitsers accepteren haar als vluchtelinge, maar sturen Van Praagh terug naar Frankrijk. Net als veel familieleden van Belinfante overleeft Van Praagh de oorlog niet.

Na de bevrijding kan Belinfante haar draai niet vinden in Nederland waar ze wordt omringd door ‘wegkijkers’ die hun vooroorlogse leven voortzetten alsof er niets gebeurd is. In 1947 gaat ze dan ook gretig in op de uitnodiging van een oude kennis, de bankier Harold Beenhouwer, om op zijn kosten naar de VS te gaan.

Hollywood

Daar strijkt ze neer in Los Angeles en speelt in onder meer een orkest van een filmstudio in Hollywood. Af en toe dirigeert ze ook en daarmee maakt ze zoveel indruk dat haar wordt gevraagd om in Orange County, een cultureel wasteland ten zuiden van Los Angeles, een symfonieorkest te formeren. Zeven jaar lang dirigeert ze het Orange County Philharmonic Orchestra tot het, door machinaties van het naburige, machtige Los Angeles Philharmonic Orchestra, in 1972 plotseling wordt opgeheven. Belinfante vermoedt dat haar ontslag ook te maken heeft met haar homoseksualiteit en houdt zich daarom stil.

In de laatste hoofdstukken beschrijft Boumans op dezelfde feitelijke, maar levendige wijze de laatste decennia van Belinfantes leven. Na haar ontslag blijft Belinfante lesgeven. In 1965 ontmoet ze Bobbie Minkin, een getrouwde vrouw met een kind en begint een langdurige en gelukkige relatie. Ten slotte gaat ze inwonen bij Minkin en haar man, die ondanks haar lesbische relatie samen blijven. Tot het eind van Belinfantes lange leven, dat eindigt met lichamelijke aftakeling, blijft Minkin voor haar zorgen.