Minder geld en renners, nul zeges

Aan de vooravond van Parijs-Roubaix heeft de grootste Nederlandse ploeg nog geen koers gewonnen.

Sep Vanmarcke eindigde in de Ronde van Vlaanderen afgelopen zondag als 53ste en eerste renner van Lotto-Jumbo. „Ik heb gefaald.” Foto Bas Czerwinski/ANP

Het had zo mooi kunnen zijn, de jonge aanwinst Tom Van Asbroeck die meteen al voor een ereplaats sprintte in semiklassieker de Scheldeprijs. Of kopman Sep Vanmarcke na een heroïsche strijd op het podium in Gent-Wevelgem en Ronde van Vlaanderen. Robert Gesink die zich intussen met een aantal ereplaatsen in de Ronde van het Baskenland lekker warmdraait voor de heuvelklassiekers en de Tour de France. Hoe zou de Nederlandse ploeg Lotto-Jumbo dan vooruitkijken naar Parijs-Roubaix, zondag de laatste kasseienklassieker van dit voorjaar?

Nul overwinningen geeft de teller aan tot vandaag. Drie maanden gekoerst, nog geen enkel succes voor het enige Nederlandse team in de WorldTour, de sterkste zeventien ploegen ter wereld. Want Van Asbroeck sprintte woensdag niet mee, hij lag op de grond na een massale valpartij vlak voor de finish. Zoals zoveel ploeggenoten dit voorjaar vielen. Vanmarcke streed nog niet voor de winst in de grote koersen, maar kwam in finales juist tekort. En Gesink kampt al sinds december met tegenslagen. De druk wordt er niet minder om, in aanloop naar de Hel.

Sip

„Dat hele verhaal van de nul overwinningen leeft binnen de ploeg niet zo”, verklaarde Nico Verhoeven, ploegleider in de Ronde van Vlaanderen, zondag na afloop telefonisch aan persbureau ANP. Maar waarom stond hij zelf of iemand anders van de ploegleiding dan na afloop niet zoals gebruikelijk de media te woord, nadat Vanmarcke als 53ste en eerste renner van de ploeg was geëindigd in Oudenaarde? Gezichten naar beneden, chagrijn troef rond de geel-wit-zwarte rennersbus. Geen sprankje ‘spelvreugde’. Moederziel alleen kwam de Belgische kopman naar buiten om voor de camera’s het boetekleed aan te trekken. „Ik heb gefaald”, sprak hij sip.

De erfenis van het tijdperk Rabobank, sponsor van 1996 tot en met 2012, weegt zwaar voor de huidige ploeg van algemeen directeur Richard Plugge en eerste ploegleider Merijn Zeeman. Ook toen was het niet elk voorjaar hosanna, maar renners als Michael Boogerd, Erik Dekker en Oscar Freire streden altijd mee om de prijzen. In topjaren 1998, 1999 of 2003 werden zelfs vergelijkingen gemaakt met het machtige Raleigh van Peter Post. Overdreven allicht, maar de grootste ploeg van Nederland was jarenlang een vaste machtsfactor in het internationale wielrennen.

Met een budget van ongeveer acht miljoen euro is Lotto-Jumbo inmiddels allang niet meer de financiële grootmacht die Rabo ooit was, met twaalf miljoen euro. Nadat de bank vanwege dopingschandalen in oktober 2012 abrupt was gestopt met de wielersponsoring, werden lopende contracten twee jaar doorbetaald. Onder de naam Blanco en later met nieuwe sponsor Belkin was er nog een royaal budget. Maar zodra de Rabo-bijdrage stopte, haakte de Amerikaanse firma af. Lotto en Jumbo staan voor veel minder op het shirt.

De sponsordeal, waarbij ook de schaatsploeg van coach Jac Orie was betrokken, lekte tijdens de Tour te vroeg uit. Met als gevolg dat er weinig tijd was om tot de beoogde synergie te komen, en schaats- en wielerploeg nog steeds twee aparte takken zijn. De schaatsers, met de succesvolle Sven Kramer als kopman, volgen de in hun ogen duurbetaalde en niet best presterende wielerploeg kritisch.

Senang

Directeur Plugge gaf de leiding op sportief gebied aan Zeeman, die naam maakte als trainer bij Skil-Shimano. Hoe groot zijn inbreng is, bleek toen hij dit jaar bij de ploegpresentatie een coachingsdiploma uitreikte aan zijn ‘leerlingen’ Verhoeven, Frans Maassen, Erik Dekker, Jan Boven en Mathieu Heijboer. Alle vijf oud-prof, in tegenstelling tot Zeeman. Een aantal leden van de omvangrijke omkadering van de ploeg, erfenis uit het rijke verleden, stapte intussen op omdat ze zich niet senang voelden in de nieuwe cultuur. Anderen voegen zich, maar zonder al te veel passie.

Belangrijker is dat Plugge moest snijden in zijn rennersbestand. Kopmannen als Lars Boom (Astana), Bauke Mollema (Trek) en Theo Bos (MTN Qhubeka) waren niet te betalen. Eerder vertrok Michael Matthews naar Orica. Met 25 renners is Lotto-Jumbo naast Lampre de kleinste in de WorldTour. Dus komt bij tegenslag snel meer druk te staan op de schaarse kopmannen van de ploeg, die nog wordt gezien als boegbeeld van het Nederlandse wielrennen. Zonder Gesink kijkt iedereen nog sneller naar de jonge Wilco Kelderman. In de kasseienklassiekers is Vanmarcke de enige blikvanger. Zondag vecht hij voor de laatste kans dit voorjaar, voor hemzelf en de ploeg. „Ik wil antwoorden met de pedalen”, blijft de Belg optimistisch.