Komt Latijns-Amerika ooit van corruptie en drugsgeweld af?

Stagnerende economische groei, geweld en corruptie– aan de vooravond van een grote top van de Amerika’s liggen de kaarten voor Latijns-Amerika niet meer zo gunstig als een paar jaar geleden.

Demonstranten in Argentinië (linksboven), Mexico en Brazilië (onder). Foto’s Marcos Brindicci/Reuters, Felipe Dana/AP, Mandel Ngan/AFP

Wist de Braziliaanse president Dilma Rousseff wel of niet van de 200 miljoen dollar die leden van haar Arbeiderspartij ontvingen om naar het pijpen van staatsoliebedrijf Petrobras te dansen? Had de Argentijnse regering van president Cristina Kirchner de hand in de moord op aanklager Alberto Nisman? En probeert Mexico de zaak van de 43 in september verdwenen studenten op te lossen, of doet de regering maar alsof?

Kennelijk bij toeval zijn de drie grootste landen van Latijns-Amerika verwikkeld in grote nationale schandalen. Niet zomaar een omgekochte minister hier of een corrupte politiefunctionaris daar, maar wijdvertakte affaires die raken aan regeringen, aan presidenten. Van Mexico-Stad en Buenos Aires tot Rio en São Paulo demonstreerden burgers massaal tegen de corruptie en straffeloosheid in hun land. Vertrouwen in instituties en politici zonk tot een dieptepunt – telkens nadat het volk een glimp had opgevangen van hoe het er kennelijk echt aan toegaat, in de krochten van de staat, achter de façade van de ordentelijke democratie.

In kleinere landen spelen soortgelijke zaken. Zoals in Panama, waar ex-president Martinelli verdacht wordt van corruptie. Of in Chili, waar president Bachelet in de problemen kwam doordat haar zoon misbruik maakte van zijn positie als hoofd van een regeringsfonds. En de laatste weken duiken in het land schandalen op rond een rechtse oppositiepartij en rond een mijnbouwbedrijf van de ex-schoonzoon van de overleden oud-dictator Augusto Pinochet.

Al deze schandalen vallen niet zo toevallig zo samen zegt de Brit Ivan Briscoe, als expert op het gebied van Latijns-Amerika en fragiele staten verbonden aan het Haagse Instituut Clingendael. „Er is in de afgelopen decennia met de democratisering van Latijns-Amerika veel ten goede veranderd. Maar niet genoeg. In te veel landen is de parallelle staat nog springlevend.”

Neem Argentinië, zegt Briscoe. „De aanklager wordt vermoord, pal voordat hij een verklaring gaat afleggen over betrokkenheid van de regering bij het in de doofpot stoppen van onderzoek naar de bomaanslag op een Joods cultureel centrum. Hoe lang is die aanslag geleden? 1994. Twintig jaar! En dan gebeurt er zoiets! Dit is echt de verborgen geschiedenis van Argentinië die weer de kop opsteekt. Die nog altijd niet dood is.”

Verborgen machtsblok

‘Parallelle staat’ is het begrip dat Briscoe in zijn recente boek Illegal Networks and Politics in Latin America gebruikt voor het verborgen machtsblok in de staat. De kringen die de dienst uitmaken, en waar illegale en half-illegale netwerken een te dikke vinger in de pap hebben. Een geheime dienst met een eigen agenda, zoals in Argentinië. Een oliebedrijf dat de politiek opkoopt en politici die zich graag laten betalen, zoals in Brazilië. Of politici in de greep van de georganiseerde misdaad, zoals in Mexico.

Briscoe noemt het intriest dat de linkse regeringen van Brazilië en Argentinië nu tot hun nek in de schandalen zitten. „Hun voorgangers, Néstor Kirchner in Argentinië en Lula da Silva in Brazilië, kwamen in 2003 aan de macht met het authentieke verlangen iets aan ongelijkheid en corruptie te doen. En in beide landen zijn ook belangrijke hervormingen doorgevoerd. Maar naarmate een partij langer aan de macht is, wordt het moeilijker gevestigde belangen te ontwijken. Deze linkse regeringen zijn moegestreden.”

Vandaag begint in Panama de zevende Top van de Amerika’s, waar 35 regeringsleiders aan deelnemen. Hoogtepunt is de aanwezigheid van Cuba – voor het eerst – en de langverwachte handdruk tussen president Obama en Cuba’s Raúl Castro. Maar dat fotomoment kan niet verhullen dat de kaarten in Latijns-Amerika lang niet zo gunstig liggen als een decennium geleden. Al is de middenklasse er gegroeid, de economische groei vlakt nu af zonder dat aan de schrijnende ongelijkheid een einde is gekomen. En voortdurend steken die twee oude spoken hun lelijke koppen weer op: corruptie en drugsgeweld.

Met uitzondering van Chili en Uruguay scoort Latijns-Amerika matig tot slecht op de corruptieperceptie-index van Transparency International (TI). „Latijns Amerika toont stagnatie en zelfs achteruitgang als het gaat om machtsmisbruik en plunderen van grondstoffen voor de elites”, schrijft Alejandro Salas, regionaal hoofd voor Latijns-Amerika op de website van TI.

Ivan Briscoe onderscheidt twee soorten corruptie. Simpel gezegd: oude en nieuwe. Enerzijds heeft Latijns-Amerika met zijn nieuwe middenklasse en levendige jonge democratieën nog steeds last van autoritaire rudimenten van vóór de jaren tachtig, toen burgeroorlog en dictatuur het continent kenmerkten. Economische en politieke elites vallen te vaak samen, wat corruptie rond grondstoffen en aanbestedingen vereenvoudigt.

Cocaïne

Maar er is ook een nieuw soort corruptie. „Bij de overgang naar democratie is de georganiseerde misdaad meegedemocratiseerd”, legt Briscoe uit in zijn Haagse werkkamer. „Door de opkomst van cocaïne kwam, ook vanaf de jaren tachtig, een grote hoeveelheid drugsgeld beschikbaar. Tegelijkertijd boden privatisering en democratisering nieuwe kansen voor omkoperij en infiltratie.” Er zijn nu meer ‘instapmomenten’ voor de misdaad, zegt Briscoe.

„Neem Mexico. Het is spijtig om te zeggen, maar juist de democratisering daar heeft de infiltratie van alle bestuurslagen door de kartels verdiept en vergroot. Het geweld in Mexico en Midden-Amerikaanse landen die drugs doorvoeren is ongekend.”

Bij de aanhoudende en soms groeiende corruptie komt de economische malaise. Tussen 2003 en 2010 maakte Brazilië nog een gouden periode door: met een gemiddelde jaarlijkse groei van 4 procent was het een veelbelovend BRIC-land. Dertig miljoen mensen werden uit de armoede getild. De forse groei dreef vooral op grondstoffen. Door de inzakkende prijzen verkeert Brazilië nu in recessie.

Nog veel somberder is het perspectief in Argentinië, waar Cristina Kirchner koppig blijft weigeren een schikking te treffen met de hedgefondsen waarbij het land voor 1,3 miljard dollar in de schuld staat. Ondertussen krimpt de economie voor het tweede jaar op rij en loopt de inflatie sterk op. “De linkse regeringen van Argentinië en Brazilië hebben kunnen profiteren van uitzonderlijk goede omstandigheden. Nu moeten ze omgaan met tegenslag”, zei Armando Castelar, oud-directeur van de Braziliaanse ontwikkelingsbank, tegen The Guardian.

Maar ook in het al decennia door de rechtse PRI geleide Mexico is de desillusie voelbaar. In de eerste twintig maanden van zijn regering kondigde de in 2012 aangetreden president Enrique Peña Nieto hervormingen en privatiseringen aan. Maar inmiddels bezuinigt zijn regering vooral omdat de inkomsten van staatsoliebedrijf Pemex zijn ingezakt. „De afgelopen twee jaar heeft Peña Nieto geprobeerd het imago van zijn land te airbrushen om investeerders te trekken”, zegt Briscoe. “De verdwijning van de studenten laat zien dat dat onzinnig was. De omstandigheden in Mexico zullen niet verbeteren zolang hij het misdaadprobleem niet aanpakt.”

Briscoes boek schetst een treurig beeld van regio’s en strategische plekken – havens en vliegvelden in onder meer Colombia, Ecuador en Mexico – onder complete controle van de georganiseerde misdaad. Maar hij ziet ook tekenen van hoop. Al valt de exorbitante en corrumperende campagnefinanciering er niet onder, een pakket anticorruptiemaatregelen in Brazilië moet een volgend ‘Petrobras’ onmogelijk maken. “En in Chili is de zoon van Bachelet opgestapt. Een onafhankelijke commissie doet onderzoek. Zo hoort het.”

Maar vooral heeft Briscoe zijn hoop gevestigd op de gewone Latijns-Amerikaan, die zich, beter geïnformeerd dan ooit, niet langer neerlegt bij het bestaan van een parallelle staat. Zoals de Brazilianen, die zondag waarschijnlijk opnieuw massaal de straat op gaan om te protesteren tegen de regering-Rousseff en het Petrobras-schandaal.