Je kunt je nergens achter verschuilen

De vreemdelinge is veel ineen: een knusse familiesoap over de onontkoombaarheid van de dood, een thriller en een geëngageerde roman waarbij een heuse dode te betreuren valt door de opwarming van de aarde.

Walter van den Broeck schrijft familieromans die in een universeel jasje steken. Neem zijn vorige twee boeken. In Terug naar Walden (2009) voerde hij een rijke, machtige man op die nog altijd treurde om zijn overleden ouders. Die waren tijdens ‘de grote depressie’ aan de grond geraakt en hadden zelfmoord gepleegd. Om ze te wreken, zo suggereert Van den Broeck, stortte hij decennia later de wereld in een nieuwe economische crisis. In Het alfabet van de stilte (2013) beschreef hij het droevige leven van een man die jarenlang door ‘nonkel Bisschop’ werd misbruikt. Via deze oom-neef-connectie kon hij het hebben over de dubbele moraal in de katholieke kerk en over andere misstanden in de wereld.

Ook in zijn nieuwe roman, De vreemdelinge, zie je de bekende mix van familieperikelen en de grotere verbanden. De 70-jarige Bram de Landsheer is boekhandelaar in ruste. Hij is opgevolgd door zijn oudste zoon. Half bewonderend, half wantrouwig ziet hij toe hoe anders, en hoeveel eigentijdser zijn zoon het aanpakt. De vrouw van Bram hoopt dat ze nu eindelijk tijd zullen hebben om samen te reizen, nu ze nog gezond zijn, maar Bram blijft liever thuis. Hij vindt genoeg verstrooiing in de vele boeken die hij nog wil lezen. Hij reist liever in de geest, zittend in zijn fauteuil.

Een beetje kneuterig. Die indruk wekt de roman zeker in het begin, als we nog niet weten dat er vreemde verwikkelingen zitten aan te komen. Opa vertelt breeduit, in vloeiende en vlot weglezende zinnen. Hij maakt zich zorgen om zijn vrouw, zijn poes, zijn zoons en kleinzoons, en om de winkel. Met vijf andere gepensioneerden zit hij in een herenclub. Een keer per maand komen de heren bij elkaar in café Commerce, ‘een deftig ouderwets etablissement’, om hun ongenoegens te delen over het leven en de wereld.

Hun pijlen richten zich op de algehele ontlezing, op fijnstof, zure regen, het ontbreken van normen en waarden bij de jeugd en op ziekenhuizen waar bacteriën ongebreideld woekeren. Maar vooral zijn ze gebeten op de klimaatverandering. De opwarming van de aarde zou niet alleen leiden tot een naderende ‘implosie’ van onze planeet, maar ook tot bosbranden, tsunami’s, overmatige donder en bliksem en tot zinkgaten ‘die overal ter wereld hele dorpen verzwelgen’.

Oude mannetjes-gejammer, zo lijkt het, maar het aardige is dat het niet bij een opgestoken vingertje blijft. De opwarming loopt als een tragi-komische rode draad door het boek – met uiteindelijk zelfs een dodelijk slachtoffer tot gevolg. Een andere rode draad vormt de veronderstelde zinloosheid van het bestaan, die er vooral inhakt bij 65+ers. Een van de heren vat het zo samen: ‘De wereld gaat naar de verdommenis en de bejaarde voelt zich aan de kant gezet.’ Bram krijgt pillen ter bestrijding van zijn ouderdomsdepressie en de ‘roze rakkertjes’ blijken inderdaad te zorgen voor de demping van de somberste gevoelens.

Het enige wat hem nog kan verzoenen met het aflopende bestaan is een nieuwe nazaat. Een achterkleindochter om precies te zijn, want kleinzoons heeft hij al. De oudste kleinzoon, Dries, is 22 en nog vrijgezel. Die probeert hij te koppelen aan de mooie, 20-jarige Tess, die hij is tegengekomen op een vernissage. Dries wordt meteen smoorverliefd, zoals het hoort, maar bij Tess hapert er iets. Is zij een borderliner, of zit haar indrukwekkende IQ haar in de weg?

Zij meent, hoe dan ook, op haar twintigste ‘alles’ al te weten. Het leven is in haar ogen een uitzichtloze zaak, waar alleen maar de dood op volgt. Zij wil zich niet voortplanten omdat zij het geen kind zou willen aandoen om tot dezelfde, sombere conclusie te komen. ‘Ik weiger de sterfelijkheid door te geven’, verkondigt ze ferm. ‘Met mij stopt het.’ Maar dan blijkt in de praktijk dat ‘het verrekte liefdeshormoon’ sterker is dan haar geest – met alle onvoorziene gevolgen van dien.

De roman loopt niet met een sisser af, zoals ik eigenlijk had verwacht, maar met een reeks krachtige implosies. De knusse familiesoap krijgt een dramatisch slot, een heuse thriller waardig, al klinken ook deze laatste, zwarte bladzijden weer verraderlijk luchtig. Je kunt gerust zeggen dat de inmiddels 74-jarige schrijver tussen de laconieke regels door een niet te weerleggen waarheid laat horen. Je kunt je verschuilen achter je werk, achter je boek of achter je roze pilletjes, maar vroeger of later zal magere Hein ook jou komen halen.