Je hoeft maar op play te drukken

Het is overal te zien: het filmpje waarin een zwarte man door een blanke agent wordt doodgeschoten. Maar wíllen we ernaar kijken? Omdat alles online wordt gezet, moeten we steeds vaker zelf die keuze maken. Dit schreef The New Yorker deze week.

Filmpje zien van iemand die vermoord wordt? Als je het nieuws geheel of gedeeltelijk online volgt, was het die ochtend een van je eerste keuzes als je naar je favoriete website ging. Daar stond het, midden op de homepage van mijn plaatselijke krant, de New York Times, en bij de BBC en The Guardian en de Wall Street Journal, en op nog duizenden andere nieuwssites en honderdduizenden Facebook-pagina’s en Twitter-feeds: een afbeelding van een blanke politieagent die een zwarte man doodschoot, met een afspeelknop die je maar hoefde aan te klikken om de hele moord van begin tot eind te bekijken.

De moordenaar, agent Michael T. Slager van de politie van North Charleston in South Carolina, bestookte zijn slachtoffer, Walter L. Scott, eerst met een taser – een stroomstootwapen. Daarna, toen Scott wegrende, richtte Slager zijn pistool en schoot hem meermaals in zijn rug. Even daarvoor had Slager Scott aangehouden omdat hij met een kapot achterlicht reed; nu schoot hij hem dood. Slager vuurde acht schoten af en toen Scott neerviel, bond hij hem met handboeien zijn polsen achter zijn rug en liet hem met zijn gezicht in het gras creperen.

Het filmpje – gemaakt door een voorbijganger met een mobiele telefoon – laat zien dat Slager loog toen hij naderhand beweerde dat hij Scott had doodgeschoten omdat hij vreesde voor zijn leven toen ze om de taser vochten. Het laat zien dat Scott werd neergeschoten toen hij die worsteling ontvluchtte. En het laat zien dat Slager nadat hij de zieltogende Scott had gehandboeid, naar de plaats van de worsteling terugdraafde en iets opraapte – in het filmpje wordt het niet duidelijk, maar de taser is een logische veronderstelling – en toen weer terugdraafde en dit voorwerp bij het lijk van Scott neergooide. (Orson Welles maakte eens een film over een politieagent die moorden pleegde en die knoeide met zijn crime scenes – de film Touch of Evil.)

Door het filmpje verloor de politie het gebruikelijke voordeel van de twijfel

Zonder het filmpje was Walter Scott waarschijnlijk niet meer dan de nieuwste naam geworden op de sombere lijst met zwarte mannen die nagenoeg straffeloos zijn gedood door merendeels blanke politieagenten. Maar door het filmpje verloor Slager het gebruikelijke voordeel van de gebruikelijke twijfel waardoor politieagenten in zulke gevallen meestal vrijuit gaan. Toen de aanvankelijke advocaat van Slager het filmpje zag, wees hij zijn cliënt af. En het filmpje liet justitie in South Carolina alles zien wat ze nodig had om een ongebruikelijke stap te zetten en de agent wegens moord te arresteren.

Als bewijsstuk heeft het filmpje de publieke zaak dan ook een grote dienst bewezen. Het nam elke twijfel weg over deze gruwelijke moord, deze schanddaad door een vermeend hoeder van de wet.

Maar betekent dit dat we het ook allemaal moeten zien?

Dat is een ingewikkelde vraag, ons opgedrongen door de techniek. Zonder het filmpje zou Slager vermoedelijk niet zijn aangeklaagd – een ontmoedigend gegeven als je bedenkt in hoeveel gevallen van politiegeweld het woord van een agent de doorslag geeft en hoe onwaarschijnlijk het is dat een misdrijf ooit zo volledig en eenduidig wordt vastgelegd. En het siert de aanklagers in South Carolina dat ze de zaak niet hebben gerekt met een grand jury, maar snel op het filmpje hebben ingespeeld, nog voor het overal in de pers opdook. Hoofdredacteur Dean Baquet van de New York Times vertelde me dat Slager al was aangeklaagd toen zijn krant het filmpje online zette.

Wanneer tonen we het níét?

De plaatsing van moordfilmpjes is voor de Amerikaanse pers tamelijk nieuw terrein. Nog maar enkele jaren geleden voelde David Carr, de onlangs overleden mediacriticus van de NYT, zich gedwongen de beslissing van zijn krant te verdedigen om na een schietpartij bij het Empire State Building foto’s te plaatsen van doden op straat – die ook nog nauwelijks herkenbaar waren. Maar Carr had tegelijkertijd kritiek op de Washington Post omdat die een foto had geplaatst van een man op een metroperron vlak voordat hij voor een trein werd geduwd. Volgens Carr was de NYT-foto minder morbide omdat „die man al dood was. Het was voorbij. Hij stond niet op het punt te worden doodgeschoten”.

Oftewel: de foto kon bij Carr door de beugel omdat hij juist niet liet zien wat het filmpje uit South Carolina wel doet.

Vorig jaar verklaarde Baquet als volgt het besluit van de NYT om niet het filmpje te laten zien dat door jihadisten van de executie van de Amerikaanse gijzelaar James Foley was gemaakt: „Mijns inziens heeft het geen journalistieke waarde om te tonen hoe een onthoofding eruitziet.”

In de reguliere pers wordt dit door niemand betwist en zelfs in de sociale media met hun wildwest-gewoonten wordt de plaatsing van zulke jihadistische snuff movies verguisd. Het hoofdargument tegen de vertoning van die filmpjes is uiteraard dat het propaganda van de moordenaars is.

Maar bij de beslissing om zulke beelden niet te plaatsen speelt ook fatsoensbesef een rol – een heel complex van denkbeelden over goede smaak en sensatiezucht, en de neiging toeschouwers niet te overprikkelen maar ze ook niet te gewennen aan de verschrikking van visueel geweld. Ook is moeilijk aan het gevoel te ontkomen dat we door zo’n schouwspel te bekijken deel hebben aan de oorspronkelijke daden van bloedvergieten en schennis en deze daarmee nog verergeren. (Ik heb niet gekeken; alles wat ik wilde weten was te vinden in die ene afbeelding en de bijbehorende berichten.)

De vergrijpen zijn steeds onbenullig

Dit filmpje uit South Carolina verschijnt in een andere context, in de nasleep van Black Lives Matter – ‘zwarte levens tellen’ – de protesten die volgden op de steeds weer in het hele land door openbare aanklagers genomen onrechtvaardige beslissingen om agenten die ongewapende zwarte mannen doden niet te vervolgen. Ook in een van de beruchtste en meest explosieve gevallen, dat van Eric Garner, de zwarte man uit Staten Island die afgelopen zomer door blanke New Yorkse politieagenten werd gedood, was er een filmpje.

Het vermeende vergrijp van Garner – de verkoop van losse sigaretten – was net zo onbenullig als dat van Walter Scott en ook hij vormde geen bedreiging voor de politie. Op het filmpje is zelfs te zien dat hij probeerde voor de politie weg te lopen toen ze hem besprongen, onderuit haalden, de keel toeknepen en hem half gewurgd en vastgebonden op de stoep lieten liggen, terwijl hij protesteerde: „Ik krijg geen adem.”

Het filmpje van Garner werd kort na zijn dood geplaatst door de New Yorkse Daily News. Het kreeg vervolgens massale, landelijke aandacht toen een grand jury besloot de agenten die Garner hadden gedood niet in staat van beschuldiging te stellen. Op dat moment verscheen het filmpje in de pers ter illustratie van iets wat alom werd beschouwd als een onbegrijpelijk verzuim de politie verantwoordelijk te houden omdat ze volkomen onnodig een burger het leven had benomen. Maar toen het filmpje uit South Carolina in het nieuws kwam, werd het officiële verhaal daarmee niet betwist. Integendeel: met de arrestatie van agent Slager wérd het filmpje het officiële verhaal.

Maar als we beelden zouden hebben van een politieman die werd doodgeschoten – die twee agenten bijvoorbeeld die laatst in Brooklyn in hun patrouillewagen werden vermoord – zouden ze dan ook zo gemakkelijk zijn geplaatst? Stel dat het beelden zouden zijn van een kind dat door een auto werd overreden? Of beelden van de executie van een ter dood veroordeelde met behulp van een dodelijke injectie? Ook veel redacties die tegen de doodstraf zijn voelen er natuurlijk niets voor om een publiek spektakel van een executie te maken, zelfs als dit de laatste wens van de veroordeelde zou zijn.

De familie is dankbaar

We zijn hier op onbekend terrein, waarbij het niet zonder belang is dat de familie van Walter Scott haar dankbaarheid voor het bestaan van het filmpje heeft geuit. Tot op zekere hoogte zijn we daarom onze eigen redactie als we al dan niet besluiten om het aan te klikken. Misschien zien we binnenkort wel filmpjes van allerlei geweldsdoden waarbij toevallig iemand een mobiele telefoon in de aanslag hield. Wie hoopt dat het zover niet komt spreekt daarmee niet de wens uit van censuur, maar van een consequente, eerbiedige terughoudendheid.

Het is simpel om niet op een filmpje te klikken, simpel om niet naar de moord op Walter Scott te kijken. Maar het is inmiddels wel onontkoombaar om deze keuze te maken. Dus zijn ook de vragen die hiermee gepaard gaan onontkoombaar. Bijvoorbeeld: als je dit filmpje wel te zien krijgt, wat zou je dan niet willen zien?

En ook: als je dit te zien krijgt omdat zwarte levens tellen, moet je dan weigeren te kijken omdat zwarte doden ook tellen?