House of Cards met superheld

Vandaag gaat Daredevil in première. Een tv-serie over een blinde advocaat die ’s nachts als superheld criminelen bestrijdt.

Charlie Cox speelt Daredevil in de gelijknamige tv-serie. Als superheld moet hij nog wennen aan de verwondingen die hij oploopt.

Op de koelkast in de hoek van een kale verwaarloosde loft staat een doos cornflakes: Spider-Man Mini Wheats Little Bites Chocolate. Het is een van de spaarzame verwijzingen op de set van Daredevil in Brooklyn naar het kleurrijke superhelden-universum waartoe het behoort.

Matt Murdock, gespeeld door Charlie Cox (Boardwalk Empire, The Theory of Everything), vecht overdag als advocaat voor gerechtigheid in de verloederde wijk Hell’s Kitchen. ’s Nachts bestrijdt hij als gemaskerde burgerwacht criminelen met zijn vuisten. Een daarvan is maffiabaas Vincent D’Onofrio die op zijn eigen manier probeert de orde te herstellen in een New York dat bijkomt van de afgewende buitenaardse invasie.

Dat klinkt misschien niet bijster origineel of realistisch. Maar de eerste afleveringen van Daredevil laten zien dat het de House of Cards kan worden van het superheldengenre. De serie lijkt totaal niet op de aanverwante Marvel Agents of S.H.I.E.L.D of Agent Carter op netwerkzender ABC. En dat is een pre.

De enige valkuil van Daredevil lijkt de geheimzinnigheid eromheen. De afgelopen maanden is er maar weinig reclame voor gemaakt en bleven journalisten stil vanwege de strenge non-disclosure agreements die ze moesten tekenen. Ongetwijfeld onderdeel van een uitgekiende mediastrategie. Zelfs de productiemaatschappij die vorig jaar in Queens en Brooklyn filmde, werkte onder een andere naam.

Hoewel Daredevil in Amerika qua populariteit kan tippen aan iconen als Spider-Man en Captain America is het karakter in de rest van de wereld redelijk onbekend. En dat kan onbemind maken als Netflix en Marvel vandaag alle afleveringen online plaatsen.

Dat zou zonde zijn; aan de beelden van Daredevil te zien, heeft stripboekenuitgever en producent Marvel Comics eindelijk geleerd hoe het zijn superhelden op het kleine scherm tot leven moet brengen. Net zoals het eerder dit jaar verschenen Gotham (van concurrent Warner Bros) ligt de oplossing in het bijna uitwissen van alle sporen van bovenmenselijke krachten, magische hamers of stalen gevechtspakken. Begin 2014 haakten veel kijkers af bij Marvel’s Agents of S.H.I.E.L.D, de eerste poging van Marvel om zijn superhelden op televisie te tonen. Naast het onevenwichtige verhaal lag dat vooral ook aan de beperkingen van netwerktelevisie: een laag budget voor special effects en het wegpoetsen van ruwe randjes voor een groot algemeen publiek.

Het hoofd van Marvel Television en producer Jeph Loeb wil het tijdens een interview in New York liever niet hebben over de lessen die hij leerde van deze serie. „De Marvel-films zijn visuele spektakels. Rollercoasters. Op het kleine scherm moeten wij omhelzen wat televisie het beste kan: karakters tot leven brengen”, ontwijkt hij de vraag. „Met Daredevil hebben wij dertien uur om een verhaal te vertellen, karakters en hun motieven uit te diepen. Dat is anders met onze films. Die zijn na twee uur klaar.”

Doordat Daredevil op Netflix verschijnt is de serie niet meer gebonden aan de wetten van netwerktelevisie. Het geweld is realistisch, net zoals de verwondingen en het taalgebruik. „Daredevil heeft dan wel verhoogde zintuigen”, lacht Loeb. „Maar als iemand een wapen gebruikt, reken dan maar dat ‘Matt’ gewond raakt.”

In de eerste helft van het seizoen brengt de hoofdpersoon ook een groot deel van de tijd door met het herstellen van zijn wonden. Het is een goede introductie van een menselijke held die leert knokken tegen onrecht.