Het verdwenen puin van Rotterdam

Het puin van het bombardement is verder verspreid dan menigeen denkt. Fotografe Marlies Lageweg legde het vast en bekritseert de omgang met het verleden. Haar expositie is nu te zien.

De Kolk, achter station Beurs (tegenwoordig station Blaak), wordt met met puin gedempt. Foto ANP

Na het bombardement van 14 mei 1940 werd Rotterdam binnen een half jaar door 18.000 arbeiders ontdaan van al zijn puin. Inclusief de 144 monumentale panden die nog hersteld hadden kunnen worden. Fotografe Marlies Lageweg (48) verbaast zich over de rigoureuze wijze waarop Rotterdam brak met zijn verleden. Ze ging op zoek naar ‘de puin’, zoals dat in de volksmond heette. Om te achterhalen hoe een zeshonderd jaar oude stad ineens van het toneel verdween.

Daags na het dertien minuten durende Duitse bombardement begon Rotterdam met ruimen. Het leger van vooral werklozen dempte met kiepwagens en scheppen in ijltempo wat toen het water van de Blaak, de Rotterdamse Schie en de Schiedamsesingel was. Honderden vrachtwagens reden 28 weken lang af en aan. Naar de Spaanse Polder, de Kralingse Plas, de Noorderhaven en verschillende opslagterreinen rond de stad. De brokstukken werden al snel door heel Nederland verspreid, omdat de enorme hoeveelheid van 5 miljoen kubieke meter puin te veel om op te vangen was.

Bij zowel het stadsarchief als de gemeentelijke archeologie-afdeling bleek dat de weg van het puin uit Rotterdam niet gedocumenteerd is. „De ogen zijn lange tijd alleen maar gericht op de toekomst”, aldus Lageweg. „Maar zo werkt het niet, omdat die oude stad altijd als een soort fantoom aanwezig is.” De gemeente zag dit na de oorlogsjaren graag anders. Via huis-aan-huisfolders riep zij inwoners op vooral niet te treuren om het verdwijnen van de chaotische en vieze oude stad. Het was tijd voor ‘een geheel nieuw, goed passend kleed, dat in het begin nog wat onwennig zal zitten’.

Het werd ook een zoektocht naar identiteit en de geschiedenis van haar familie. Die woonde in Kralingen, aan de rand van het gebombardeerde gebied. Lageweg: „De oorlog heeft enorme impact gehad op wie zij zijn. Een geschiedenis die in mij zit. Net zoals het bombardement in mij zit.”

Via het beluisteren van oude radio-uitzendingen van Radio Rijnmond, die eerder een oproep deden, internet en allerlei lokale clubjes met historici kwam ze uiteindelijk op het spoor van zo’n twintig puinlocaties (zie kader).

Brokstukken, verwrongen en versmolten door de vlammenzee na het bombardement, doken op in de bossen bij Steenwijk en Oisterwijk. De Duitsers verstevigden daarmee de paden naar munitiedepots. Het vliegveld Leeuwarden is erop aangelegd. Ook is het puin vermalen tot korrelbeton en verwerkt in de muren van huizen in het Dordtse Wielwijk en Kleinpolder in Overschie. Gebouwd om de na-oorlogse woningnood op te vangen. Het ging naar Hoek van Holland, Heerhugowaard en Hilversum.

Lange tijd dacht Museum Nieuw Land in Lelystad over hét bewijs te beschikken van Romeinse bewoning in Urk. Van de gekoesterde stenen vrouwenkop, gevonden tijdens de aanleg van een afwateringssloot nabij het vissersdorp, bleek in 2011 dat het afkomstig was uit het puin van Rotterdam. Tonnen daarvan zijn in de jaren 40 gebruikt voor dijkenbouw in de Noordoostpolder. Een knik in de dijk bij het IJsselmeer herinnert er nog aan: de Rotterdamsche Hoek.

Lageweg heeft deze landschappen gefotografeerd en van de brokstukken die ze opgroef, portretten gemaakt. Om, in haar woorden: „Waarde te geven aan iets waar geen waarde aan werd gehecht.” Want Rotterdam herdenkt het bombardement en koestert de opbouw, terwijl iedereen vergeten lijkt wat er met het puin is gebeurd. En daarmee met het hart van Rotterdam. „In tegenstelling tot bijna alle gebombardeerde steden in Europa, die historisch weer zijn opgebouwd, is Rotterdam helemaal opnieuw uitgevonden”, constateert Lageweg.

Het themajaar rond 75 jaar wederopbouw, dat eind maart van start ging, hinkt op juist die gedachte. Gemeente en culturele instellingen willen de stad van toen eren, maar vooral die van nu vieren. De stad die door diezelfde gemeente, op enkele gebouwen na, volledig is afgebroken. En vervolgens langs de agenda van industriëlen en havenbaronnen is opgebouwd. „Je kunt nog steeds zien hoe die stad gericht is op het zakendoen, de winkels en haven. Met de menselijke maat is geen rekening gehouden”, aldus Lageweg. „Gelukkig is er een kentering gaande, waarbij mensen de oude gebouwen opnieuw gaan gebruiken. Daardoor krijgt de stad zijn ziel weer terug. Al duurt dat generaties.”