Hemelse banen met gruwelijke effecten

Amerikaanse golfers weten hoe de ‘bloedsnelle greens’ op Augusta bespeeld moeten worden. Europeanen vinden het een stuk moeilijker. Zo bleek gisteren weer met Joost Luiten.

Rory McIlroy (bovenste foto) tijdens een oefenrondje op Augusta. Links meet Ian Poulter tijdens de training met een waterpas het hoogteverschil op de negende hole. Rechts de preparatie van de veertiende. Foto’s AFP en Reuters

Ze zijn dieper groen dan ooit: de greens, ontdaan van elk blaadje, elke dennennaald – het gras gemanicuurd tot de laatste millimeter. Maar zo hemels als de Amerikaanse golfbanen erbij liggen, onder de dennen en tussen de azalea’s, zo gruwelijk kunnen ze spelen. Gisteren begon de 79ste editie van de Masters op Augusta National, de mythische golfbaan met zijn „bloedsnelle greens”, volgens Joost Luiten. Tiger Woods aast op zijn vijfde green jacket, zij aan zij met Phil Mickelson (drie zeges) en Bubba Watson (twee).

De Amerikanen weten hoe het heilige gras moet worden bespeeld, Europeanen vinden het een stuk lastiger, getuige de erelijst van Augusta. De belangrijkste hindernissen – buiten de drukkende last van de geschiedenis – vormen de kortgeschoren, golvende greens. Het Amerikaanse gras, vooral in het warme zuiden, is compleet anders dan het Europese, zegt oud-professional Robert-Jan Derksen, die in Nunspeet puttingschool The Academy runt. „De Amerikaanse greens zijn de snelste ter wereld. Het is te vergelijken met putten op een parketvloer.”

Lange spel

Niet voor niets speelt Luiten (29) de eerste maanden van dit jaar in Amerika. Natuurlijk, op de PGA Tour is meer te verdienen en de moordende concurrentie zweept hem op. Maar wil hij echt meetellen in de top, dan is spelen op de Amerikaanse banen pure noodzaak. Met zijn lange spel kan hij zich meten met de besten, op de greens verspeelt hij te veel slagen.

Luiten is niet de enige Europeaan die de uitdaging zoekt in de Verenigde Staten: van de twaalf spelers van het Europese Ryder Cup-team van vorig jaar woont meer dan de helft een deel van het jaar in Amerika, vooral golfparadijs Florida. Puttingspecialist Derksen weet er alles van. Tien jaar lang trok hij elke winter twee weken naar Florida om te oefenen. „Maar ik vond het altijd lastig om te wennen aan de greens.”

Het is een combinatie van factoren, vertelt Derksen. Om de warmte te kunnen doorstaan wordt in het warme zuiden van Amerika vaak Bermudagras gebruikt. „De grassprietjes groeien met de zon mee, dus het verandert gedurende de dag. Als de bal met die vleug meegaat rolt hij sneller dan als hij er tegenin gaat. En als de groeirichting van de zijkant komt is het net alsof je met een helling te maken hebt. Dat maakt het heel erg moeilijk. In Europa heb je dat vrijwel nergens, alleen een beetje in Spanje.”

Een andere complicatie op de Amerikaanse banen is de pure snelheid van de greens. Het Amerikaanse gras kan korter worden gemaaid dan op de banen in de koelere delen van Europa. Derksen: „In Nederland gaat het gras gewoon kapot als je het in april zo kort maait, omdat het ’s nachts nog zo koud is. In Florida heb je altijd goede condities, dus kunnen ze het gras veel korter maaien.”

Kort maaien

Dat korte maaien levert de snelste greens op. Derksen kent de verschillen uit eigen ervaring. „Putten op Amerikaanse greens is echt anders dan in Hilversum of Zandvoort.” De snelheid van de greens wordt gemeten met een zogenoemde stimpmeter, een gootje van aluminium waarvan een bal afrolt: hoe langer de rollengte, des te sneller de green.

Op de meeste Nederlandse greens rolt een golfbal volgens Derksen zo’n acht voet (2,43 meter) weg. „Op Augusta is dat 12 of 12,5 voet [3,81 meter]. Als je dan met je bal boven de hole komt te liggen, en je moet naar beneden putten, is de bal bijna niet meer te stoppen. Je kunt dan beter tien meter van de vlag liggen met een uphill putt, dan drie meter van de vlag met een downhill putt.”

Het komt allemaal neer op ervaring, zegt Derksen. Veel doen. De Amerikanen zijn aan de snelle greens gewend, omdat de weersomstandigheden meestal gelijk zijn op de banen waar veel wordt gespeeld, in Californië en Florida. „Ik denk dat Amerikanen daardoor over het algemeen betere putters zijn. Op de Europese Tour speel je de ene week in Maleisië, de andere week in Zweden. Je moet elke keer omschakelen.”

Luiten zal de lessen van zijn debuut op Augusta, vorig jaar, deze week meenemen. Vorig jaar haalde hij als eerste Nederlander ooit de cut op Augusta, maar op de derde dag, moving day, liep hij keihard tegen de lamp met een ronde van 77 slagen, vijf boven de baannorm. De greens speelden ineens veel sneller. „lk had geen idee wat me overkwam”, zei hij later. Die ervaring heeft hij alvast binnen. Derksen noemt Luiten een goede putter. „Maar hij is nog niet constant genoeg. Als hij dat verbetert, maakt dat al een enorm verschil.”