‘Haatimams’? Die mogen er ook zijn

Salafistische predikers roepen onrust op. Moet je hun het spreken beletten? Of werkt dat juist averechts?

Geert Wilders bij zijn protest gisteren in Utrecht tegenover voorzitter Suhayb Salam van alFitrah. De uitnodiging voor een kopje koffie sloeg de PVV-leider af. FOTO MAARTEN HARTMAN / HOLLANDSE HOOGTE

„Geen haatimams in Nederland” was de tekst op het bord dat Geert Wilders vasthield. De PVV-leider protesteerde gisteren voor het hek van de Utrechtse stichting alFitrah, waarbij de komende dagen een islamconferentie wordt gehouden. Er komen omstreden imams spreken. Een van hen is in België veroordeeld voor de dood van een jonge vrouw door duiveluitdrijving. „Zulke mensen”, zei Wilders gisteren, „horen niet in Nederland thuis”.

Het is het zoveelste islamcongres waarover ophef ontstaat. Geregeld halen dit soort evenementen de media omdat er salafistische (ultraorthodoxe) imams uit het buitenland komen preken. Zo raakte anderhalve maand geleden een gala in Rijswijk in opspraak toen bleek dat enkele sprekers in het verleden antiwesterse uitspraken hadden gedaan. Het kabinet trok de visa van drie imams in. Niet zozeer omdat de predikers haat zouden zaaien, maar vooral vanwege de „maatschappelijke onrust”. Het gala werd afgelast.

Het is een dilemma waar de overheid steeds voor staat: hoe om te gaan met predikers die hier een antiwesterse boodschap komen verkondigen? Mag dat in Nederland?

Ja, vindt de gemeente Utrecht. In principe heeft iedereen recht op vrijheid van meningsuiting. Burgemeester Jan van Zanen (VVD) wilde dat ook bij deze conferentie respecteren. Bovendien is er geen vergunning van de gemeente nodig, omdat de conferentie plaatsvindt bij de stichting. Zo’n bijeenkomst kan dan om twee redenen alsnog worden afgelast: als de openbare orde wordt verstoord of als de maatschappelijke onrust te groot is. Wanneer tijdens het evenement strafbaar grenzen worden overschreden, bijvoorbeeld door haatzaaiende teksten, mag het Openbaar Ministerie de bijeenkomst verhinderen.

In het geval van Utrecht waren er vooraf geen redenen de conferentie niet door te laten gaan. In Rijswijk was dat kennelijk wel zo. Waar precies het verschil in zit, wil de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid niet zeggen. In elk geval zal hebben meegespeeld dat de commotie over de bijeenkomst in Rijswijk groter was, mede omdat dit gala kort na de aanslagen in Parijs in het nieuws kwam. Bovendien hebben veel sprekers op de Utrechtse conferentie geen visum nodig omdat ze uit de Europese Unie komen. Daar kan de overheid dus ook geen visa intrekken.

Het afgelasten van bijeenkomsten waar omstreden imams komen, heeft een averechts effect. Dat zegt Abou Hafs, een Hilversumse prediker die vooral populair is onder salafistische jongeren. Abou Hafs organiseerde vorig jaar zélf een bijeenkomst waarover maatschappelijke onrust ontstond. Op Dodenherdenking hield hij een symposium in een moskee om ‘de etnische zuivering van Palestina’ te herdenken. De gemeente Hilversum oefende druk uit de bijeenkomst te verplaatsen. Abou Hafs vindt het onverstandig. „Het criminaliseren van onwelgevallige opvattingen werkt niet”, zegt hij. „Als je iemand beperkt in zijn vrijheid, wordt hij ruiger. Je moet een kat niet in het nauw drijven. Dan werk je radicalisering alleen maar in de hand.”

Radicale moslims zien repressie als een teken van zwakte, zegt Abou Hafs. „Blijkbaar heeft men niet voldoende argumenten om jou het hoofd te bieden. Het bevestigt hen juist in hun idee dat ze goed zitten.”

Ook Jan-Jaap de Ruiter, universitair docent islam en Arabisch aan de Universiteit van Tilburg, vindt dat imams met een antiwesterse boodschap niet geweigerd zouden moeten worden. „We leven nu eenmaal in een democratische rechtsstaat. Dan kun je dit niet verbieden. Al moet ik zeggen dat het vanuit integratieperspectief betreurenswaardig is.”

Want de boodschap van salafistische imams kan jongeren sterken in hun afkeer van de samenleving, zegt De Ruiter. „Het is een boodschap van: wij moslims leven hier ons eigen leven en willen niks weten van democratie en het Westen. Maar zolang er geen geweld wordt gepredikt, kun je er niets aan doen. Ik zie dat met lede ogen aan.”

Volgens prediker Abou Hafs zou de overheid met deze groep moslims de discussie moeten aangaan in plaats van hun opvattingen als radicaal te bestempelen. Bijeenkomsten verbieden sterkt hen in het idee dat zij in Nederland hun geloof niet op de juiste manier kunnen belijden. „Mensen krijgen het gevoel dat ze hier niet kunnen leven en dus moeten vertrekken”, zegt hij. „Op die manier gooien we mensen buiten boord die geen kwaad in de zin hebben.” En dat ziet deze groep moslims weer als bewijs dat de democratische waarden van het Westen niet veel voorstellen. „Kennelijk”, zegt Abou Hafs, „is ons systeem niet sterk genoeg om mensen met andere opvattingen de ruimte te geven.”