Geen professor

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

’s Morgens verliet ik ons erf in een stijve jurk, nette schoenen, dito haar en make-up. Men fluisterde dat ik een professor was.

Als ik vijf volle dagen lesgaf verdiende ik 100 euro per maand. Dat was zo weinig dat ik moest bijklussen. Op mijn veranda begon ik samen met Francis, mijn buurjongen van 16, een schildersbedrijfje. Hij deed de klantencontacten in het Twi, vertaalde alles voor mij en schuurde en lakte panelen. Ik schilderde er bier, schoenen of bananen op.

Ik deed ook de belettering want hij kon niet schrijven. De toevoeging ‘covered by the blood of Jesus’ kwam zo vaak voor dat ik er een mal van gemaakt had die we lekker makkelijk konden intamponeren. De winst deelden we. En hoewel Ghanezen neerkijken op blanken die handwerk doen, scholden ze mee als Francis en ik klanten hadden die niet wilden betalen. Hun respect was ik wel kwijt: de eerste keer dat ik met een botte zaag een stuk spaanplaat bewerkte, riepen ze: „Ze is helemaal geen professor!”